19670402 Sem Davids aan Matthijs Vermeulen

Sem Davids

aan

Matthijs Vermeulen

Castricum, 2 april 1967

Castricum 2 april 1967

Beste Thijs, 2 april 1967 hierboven tikkende bedenk ik dat dit dus een datum is, en waarlijk niet alleen voor jou. Mijn Maria en ik zijn gaan luisteren met (restant uit vroeger jaren) een begin van bezorgdheid − zouden we het moeilijk vinden? We willen je nu meteen zeggen, dat we het niet alleen niet moeilijk hebben gevonden, wat iets negatiefs is, maar positief boeiend en mooi, in die geserreerde en geschakeerde jubeling en dan toch nog naar een climax toe. Je mag dan wel opstandig zijn tegen het bestaande maar je bent ook een doorgefourneerde optimist.

We vonden het sjiek van de NRU, dat ze je ook in de pauze eer bewezen.

Het treft me telkens weer, hoe ook het publiek de ontwikkeling van de muziek mee-maakt. Ik herinner me nog zo goed, hoe radeloos Maria en ik waren toen we de eerste maal Bartoks Concert voor Orkest hoorden en er geen touw aan konden vastknopen (behalve dan dat ene lieve melodietje); en nu kunnen we het wel mee-zingen. Ik herinner me ook, dat je me eens zei, hoe on-eenvoudig het voor een componist van nu is, hedentijdse melodie te scheppen, en dat dat toch moet. We hadden het gevoel, dat je 7de vol van zulke hedentijdse melodie zit, en we hopen die vaak genoeg te kunnen horen om te kunnen mee-zingen.

Hartelijke gelukwensen en groeten, ook aan Thea en Odilia.

Sem

P.S. Maria vraagt me, nog twee dingen hieraan toe te voegen: 1° dat zij indertijd meteen zeer geboeid was door een van je symfonieën die ze in het Concertgebouw hoorde (en waarvan in de pauze vandaag ook een paar fragmentjes werden uitgezonden), en 2° dat ze, nog veel langer, geleden erbij was toen je in het Concertgebouw die befaamde kreet tegen Dopper slaakte.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA