19650914a Matthijs Vermeulen aan Thea Vermeulen-Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Vermeulen-Diepenbrock

Amsterdam, 14 september 1965

14-9-65

Dinsdagmorgen

Liefste,

Half tien. Zo juist voor het eerst Jongkees gezien. Allerhartelijkst. Hij kent me nu nader. Zijn vader (85) was ook enigermate in de muziek, vertelde hij zonder nader te preciseren. Die vader moet Pijper gekend hebben, maar kreeg ruzie met hem, en heeft hem niet willen volgen. Hij, de professor, vindt nog wel iets aan de sonatines, doch dat is ook alles.

Plotseling onderbroken door de bloedaftapper van gisteren, begeleid door dezelfde Hera. Het ging vandaag vlotter en hij eiste maar één portie.

Een halve minuut later een werkvrouw om de grond te zemelappen met zeepsop. En tegelijk de eerste koffie. Het scheren en wassen had ik gelukkig al achter de rug.

Vervolg van Jongkees, die vergezeld was van de hoofdzuster. Voorlopig gebeurt er nog niets, behalve doorlichting en fotos van lichaam en hoofd. Daarna zal hij zien of er voor die opening in het verhemelte een aparte foto nodig is. Voor de bezoeken zei de hoofdzuster dat ze jou een kaart had gegeven. Ik kreeg de indruk dat je komen kunt wanneer je wilt zodra de huishoudelijke werkzaamheden van de dag verricht zijn, en dat je voor de overige uren zelf het risico moet nemen dat ze met mij bezig zijn, wat je natuurlijk niet kunt bij wonen, en maar goed ook avec un coeur tendre qui hait le néant vaste et noir (Baudelaire)1 als het jouwe, want als je gisteren gezien had hoe ze mijn gezicht schots en scheef trokken, dat zou niet goed voor je geweest zijn.

Weet je dat ik uitkijk op een puinhoop van steen en allerlei materiaal van centrale verwarming? Ik heb ook de lift naast me waarmee 's morgens vroeg massa's zakken met was vervoerd worden. Tot strakjes, liefste. O ja, Jongkees heeft me uit eigen beweging geautoriseerd om me op straat te begeven, onder enige voorwaarde dat ik eerst iemand waarschuw alvorens het gebouw te verlaten.

Kwart voor elf: nieuwe bloedprik, doel onbekend. En weer nieuwe zuster. Ik zal er nu wel een twintig ontmoet hebben. Ze zeggen allemaal Jao, voor ja hoor.

Elf uur. Onze koffietijd. Ik mis je. Schrijnend, merci voor dat gemis. Zalige pijn, vergelijkbaar met en evenarende de muzikale of poëtische emotie van lyrisch-elegische orde. Niet zo gemakkelijk te bereiken met kunstmiddelen, dat weet je wel.

Half twaalf: verpleegster met kopje: Houdt u van zoep? Ik: is het bouillon? Zij: nee, er zit rijst in. Ondertussen dit en dat heb ik de hele ochtend le roman de la matière gelezen.2

Half een. Twaalf uur middageten. Rode pap. Een mixture van bieten en gepulveriseerd vlees. Zeer eetbaar. Daarna koffie-vla. Omdat ik het hoofdgerecht niet zo warm kon verorberen als het werd opgediend, kreeg ik tussen de gerechten door bezoek van een meisje voor het cardiogram. Eenvoudig, volks type, heel handig en aardig, maar ook gehaaid. Zij rolde een hele band-recorder binnen op een karretje, met een half dozijn snoeren. Bovenlijf ontbloten. Linten met snoeren om de armen en de beneden-benen. Een zuignapje met snoer, beurtelings op de maag, de borsten ("een beetje lastig met zoveel haren op de borsten"), het hart en de omstreken. Ontspannen liggen. Voeten naast elkaar en vrij. Op een moment niet ademen. Het resultaat was een band van ettelijke meters lengte met een tekening-lijn erop die verbazend lijkt op de grafiek van een rustige melodische lijn. Het meisje heeft me de hele band laten lezen: heel curieus soort van arabisch schrift, harmonisch en kalm. Ze zei mij dat ze daar geen verstand van had. De band ging naar de cardioloog voor rapport. Toen heb ik mijn vla naar binnen gespeeld, en nu ga ik maar eens wat soezen, denk ik. Dag!

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA

  1. Dichtregel uit Harmonie du soir.
  2. Albert Ducrocq, auteur van Cybernétique et Univers. Le roman de la matière (Parijs 1963), was een Frans (kern)fysicus en wiskundige.