19460702b Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 2 juli 1946

Louveciennes2 Juli 1946

Dinsdag-middag 7 uur

Onder den thuya, in den stillen,

warmen, wolkenloozen, blauwen zomer

Licht van mijn hart, vreugde mijner ziel, Thea, mijn Thea,

aan één stuk gewerkt vanaf dezen ochtend, met een kleine onderbreking voor het eten, tot daar straks 5½ uur. Waarom eigenlijk? om een dag vacantie te winnen, een dag waarop ik niets te doen zal hebben dan te schrijven aan jou. Dat is me tot nu toe nog niet gelukt. Ik had juist tijd om naar de post te gaan. Terwijl ik mijn brief aan jou klaar maakte liet ik de kraan van de badkuip loopen en zoo gauw ik terug was van het postkantoor ben ik in 't koele water gesprongen. Dat gaf me een honger om van flauw te vallen en ik ben gaan zoeken of er wat te bikken viel. We zijn in 't begin van de maand en ik heb een stuk kaas gevonden waarvan ik een deel verorberd heb met sla en brood. Tusschen haakjes: ik heb nog een kilo suiker voor je bijgekregen, dat is tezamen 3½ pond. Toen heb ik nog een kwartier rondgewandeld met jou om mijn hals. Prettig me heelemaal weten toetebehooren aan Thea, je bezit te zijn. Te denken: ik ben van Thea. Dat denk ik liever dan Thea is van mij. Ofschoon ik dat ook wel heel graag denk.

De brief van Frank heeft me geamuseerd, die van Fietje ook. Het doet me stiekem veel plezier zoo'n appreciatie te lezen als die van Fietje: gezellig en een welversneden pen. Dat is toch maar 't ideaal: om 't iedereen naar den zin te maken, ook de deftige, brave Fietjes, want ze zal wel deftig en braaf zijn. Ik heb een half dozijn opinies gekregen over dat stuk, ze zijn van de uiteenloopendste karakters, leeftijden etc. maar ze zijn allemaal gunstig en ik heb de keuze tusschen magistraal van Frank en aardig, welversneden van Fietje. Vin je dat niet amusant? Als nou m'n eigen opinie nog gunstig kon zijn dan was alles in orde!

Na 't avond-eten:

havermout in water met een bouillon-blokje en een half pannekoekje, rest van het middagmaal, dat bestond uit aardappelen en sla. Ik vrees dat jij zoo'n menu erg sjofel en pover vindt. Jouw natuur op dit gebied is voor 't oogenblik geheel anders dan de mijne. Mij zijn de etens-kwesties totaal onverschillig van af het moment dat mijn organisme regelmatig en goed functionneert; waarmee 't functionneert of dat lekker is of niet-lekker, smakelijk of taai of saai kan me werkelijk geen zier schelen. In dit opzicht heeft mijn dochter, als ze voor het religieuse leven bestemd is, waarlijk een ideaal bestaan kunnen voeren, want het materieele speelt in mijn denken niet het kleinste rolletje (tabak uitgezonderd!) en zij heeft me altijd precies kunnen voorzetten wat ze verkoos, en zij heeft er dan ook van geprofiteerd om het heele keuken-werk tot het uiterste te vereenvoudigen. Vroeger toen we geld hadden (Anny kon wegens haar asthma een menigte keuken-luchtjes niet verdragen) was dat net zoo en ik heb er mij nooit om bekommerd. Je vraagt je misschien, waar wil-ie naar toe? Ik wou dit zeggen: Jij houdt van smakelijke, jeuige dingen, en al hieldt je er niet zoozeer van om jezelf, je bent een echte schat, en je zou best kunnen doen alsof je ervan hieldt, alleen maar [om] lief te willen zijn en zooals Suus zegt, me te verwennen. Ik zie dat al aankomen. Nu stelt zich voor mij een probleem. Ik kan met die neiging van je meegaan, maar ik kan er ook nièt mede meegaan. Als ik daarin nièt met je meega dan riskeer ik je te froisseeren , te verdrieten door een lieve intentie niet genoeg te waardeeren. Als ik met je meega daarin dan zou ik je vanzelfsprekend dankbaar zijn en we zouden vriendelijke, charmante voldoeningen hebben. Maar er zal toch altijd een gevoel in me blijven dat me zegt: Thea had veel beter gedaan een boek te nemen of piano te spelen dan haar tijd te verdoen met het stoven van dat goede potje. Ik denk soms: wat zou 't beste zijn voor Thea: dat ik haar een beetje in mijn richting trek of dat ik me naar haar kant beweeg? Ik heb al dikwijls gedacht: als Thea een poos of een periode van recueillement had wat zou er dan uit haar ziel en geest komen? Misschien wel iets verbazend goeds, als zij haar vibraties een tikje of heel veel zou kunnen condenseeren . Maar daar weet ik natuurlijk niets met zekerheid van, en ook niet of je het willen zoudt, en nog verscheidene andere zaken niet. Dit is juist voor mij het probleem. Ik zou willen weten wat het best voor jou is, voor jouw innerlijken groei. Daarom zou ik wenschen je heel erg te overtuigen dat de materieele zijde van het leven mij werkelijk absoluut onverschillig is en dat het me even absoluut onverschillig is wanneer het jou absoluut onverschillig zou zijn! En dat is verschrikkelijk echt gemeend. Daar moet je niet den minsten twijfel over hebben. Ik ben volkomen oprecht. Als je in dingen gelijk het eten nòòit iets terwille van mij doet dan zou ik dat volstrekt heelemaal gewoon vinden en als ik je met een boek zie of aan de piano dat zal me altijd liever zijn dan je te zien langer dan strikt noodig is voor een fornuis. Het is vervelend om zoo omslachtig te zijn, maar ik moest je dat toch zeggen.

Ik zit nog altijd onder den thuya; het begint echter te donkeren; de vogels zijn al naar bed; het krioelt in de lucht van allerhande insecten, doch ze laten me met rust. Ik zie echter niet meer en ga naar binnen. Je moet alles ten goede nemen, hoor, wat ik zeg van die keuken.

Grappig en nuttig, die meneer met dat pakje antwoord-coupons. Je zult ze hier noodig hebben. Het zijn zooveel "deviezen" welke je meeneemt.

In de ontwikkeling onzer liefde, in haar zullen-zijn, in haar kunnen-zijn, hebben wij overal medewerking gevonden, in het zichtbare en in het onzichtbare, in het kleine en in het groote. Laten wij daar dikwijls met ons hart voor danken, liefste. Als wij er echt dankbaar voor blijven mogen wij misschien uit die medewerking ook afleiden het moeten-zijn van onze liefde, en erin gelooven. En laten we steeds zelf medewerken, zooals alles heeft meegewerkt en meewerkt. Wanneer we dankbaar zijn mogen wij ons ook daarin verheugen, in al die medewerking, in al die toestemming. Ik vind het wel wonderlijk en verblijdend en ontroerend zelfs zoo lief als alle menschen zijn voor ons, spontaan, oprecht in hun goedkeuring, enthousiasme, als over iets dat hunzelf werkelijk plezier doet. Dat zijn geen kleinigheden die gemoedsbewegingen. Het is iets dat we moeten trachten te verdienen.

Ik heb vandaag pas aan Paul Sanders kunnen antwoorden. Ik schreef hem dat het voor mij een groot, een buitengewoon geluk is Thea ontmoet en haar liefde gewonnen te hebben; dat de tijd voor mij opnieuw begint.

Ik schreef vandaag eveneens aan mijn broer en heb hem in andere woorden hetzelfde gezegd wat ik Suus zei over je hart, je ziel, je intelligentie. Je kunt er bij mij altijd van opaan dat het geen vleierij is wanneer ik je hoog-acht, bewonder, en het zeg. Trouwens, je hebt fijne ooren, je kent al mijn toonen en toontjes, en je kunt wel hooren dat ik het meen. Omdat ik het meen word ik ook naar je bewogen.

Gisteren kreeg ik nog een pak van 2 kilo's van mijn broer met havermout, gortmout, meel, tuinbonen, capucijners, en een zakje koffie en 5 sigaren. Ook een zak cacao. Houd jij van cacao? Ik ben blij dat ik die 3½ pond suiker voor je heb.

Als ik 's nachts naar de post ga, zitten er in den tuinen langs mijn weg altijd padden te fluiten. Wellicht hooren wij ze samen wanneer je hier bent en je gaat je brief bussen voor Joanna. Ik heb nooit geweten, voor ik in Frankrijk kwam, dat die dieren muziek maakten, en zulke teedere, onaardsche, immaterieele muziek. Als ik denk aan de kwaliteit der ontroering welke er was in de eerste pad die van binnen-uit, met heel haar wezen dit divien teedere, klare geluidje verlangde te maken, en die het maakte, dan zou ik in verrukking kunnen vallen.

Ik ga je nu omhelzen, liefste. Over 14 dagen ben je hier, als 't God belieft. Je hebt me nog niet gezegd of je koude baden neemt 's zomers, of dat je er een scheut warm water doorheen wilt. Ik moet dat weten. Ons bad heeft geen chauffe-bain; het warme water kwam vroeger van de centrale verwarming, doch die heb ik sinds den oorlog niet gestookt. Het is echter heel gemakkelijk je een lauw bad te bezorgen, maar je moet 't zeggen... Zooals je 't hebben wilt!

Mysterieus dat zinnetje van je uit je "eersten" brief. Er lag alles in. Hoor je hoe ik van je houd? Ik zoen je heelemaal, Thea, ma Théa. Het was betooverend voor me dat zinnetje, liefste, toen al, en nu nog, mijn Thea, nu ik ben je Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA