19460622 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 22 juni 1946

22 Juni '46

Matthijs lief, Joanna heeft me naar het andere kamertje gestuurd, het is kwart voor 12, ze merkte dat ik niet sliep. Nu neem ik de gelegenheid maar te baat om nog te schrijven: we zijn ondertrouwd. Het is zoo ver. Vind je het een stap? Vanochtend dacht ik dat ik het heelemaal geen stap vond, maar het feit dat ik nu niet slapen kon, bewijst toch zeker het tegendeel.

Ik zal je vertellen hoe het ging. J. had gisteren de papieren bij dien ambtenaar van den B.S., Dr van Praag, gebracht, die dadelijk zei: Leve Sousah. Hij was van de vereischten voor een huwelijk in het buitenland niet op de hoogte, maar hij zou informeeren en hij zou vanochtend opbellen, want als het noodig was dat ik nog naar Artis ging, dan was vanochtend wel geschikt, omdat ik in de Willebrorduskerk moest zijn en dus al halverwege was. Na afloop van die Mis zou ik naar huis opbellen om te hooren wat v. Praag gezegd had. Dat deed ik; om ruim 11 u. En wat zegt J.? "Je moet vóór twaalven bij v. Praag zijn en vóór dien tijd nog thuis geweest zijn, ik zal het je hier wel uitleggen." Mij leek het gekkenwerk, zonder taxi en zelfs zonder fiets. Maar het is gelukt. Het ging erom dat inderdaad een bewijs van jou vereischt was (het bijgaande bewijs) dat je me trouwen wilt. Dat op en neer te zenden zou een week vertraging geven en het gevolg zou zijn dat ik met de legalisatie enz. niet klaar zou komen. Daarom zou v. Praag voorloopig genoegen nemen met een brief van je, waar iets van dien aard in moest staan. Ik moet er nog bijvertellen dat v. Praag zelf een Fransche vrouw heeft (waar hij heel gelukkig mee is) en dat het geval hem dus behalve J.'s houding bij zijn onderduiken en behalve Sousah ook van deze kant nog ligt. Gelukkig had ik dien brief van jou, waarin je schreef over dat gesprek met je dochter en over al die geboortebewijzen etc. altijd bij de hand gehouden, in één enveloppe met die geboortebewijzen. Daar stond letterlijk in: je veux me marier avec Théa et Théa veux se marier avec moi. Dat was natuurlijk precies wat het zijn moest. Die brief ligt nu verzegeld op het Bev. Reg. totdat jij dit papiertje geteekend terug gestuurd hebt. En wij zijn dus nu "afgekondigd". Jij N.B. als journalist en ik als pianoleerares! Dat journalist had hij al op zijn eigen houtje geschreven vóór ik er was en er mag in zoo'n acte niets veranderd worden, en pianoleerares staat op mijn identiteitsbewijs. Ik heb netjes mijn handteekening gezet en mag nu verder afwachten wat de Heer Fluks, een aardig, oud, zeer Katholiek en zeer illegaal ambtenaartje voor me bereikt op het gebied van de legalisatie. De vertaling kon misschien beter in Frankrijk gemaakt worden, dachten zij, omdat anders de handteekening van den translateur ook weer gelegaliseerd moet worden, maar ik zou daar nog wel van hooren. Ik moet alleen gelooven aan een avondje bij v. Praag met den vice-consul van Frankrijk, die er ook nog wat mee schijnt te maken te hebben.

Toen ik thuiskwam had J. roode rozen met witte phloxen op tafel staan en een taartje. En er was een pakje van Suus gekomen, stel je voor hoe komiek: een frivole, glimmende, naakete nachtpon, met een kaartje erbij "een eerste trouwcadeautje van Suus". Suus, die op mijn rug frivool wordt! Zij was altijd heel ingetogen. En zoo grappig, een eerste trouwcadeautje op dien ondertrouwdag. Het is niks voor jou, die pon, voor mij nog minder misschien, maar we zullen erom lachen. Suus wil absoluut – ik heb haar opgebeld om te bedanken – komen op het trouwen met J. Dat moet dan maar. Greet heeft bloemen gestuurd en vroeg door de tel. 100x hoe ik me nu voelde. Ze vond je artikel erg mooi, heel duidelijk, zei ze, en grappig ook, ze had herhaaldelijk moeten lachen, en ze vond het van iemand die gelukkig is. Dit laatste is mij te romantisch, te veel "hineininterpretiert", maar aangezien jij nièt te onromantisch bent voor zooiets, schrijf ik het je. Vanavond in het Concertgeb. heb ik het Piet verteld. J. was mee gegaan, omdat de ouverture Elektra werd uitgevoerd (onder Jordans, den onvoldoende gezuiverden 2den dirigent) en op een gegeven oogenblik zei zij: moet je hem je geheim nu niet eens vertellen? Goed, straks, zei ik, want de muziek ging weer door. Het 4de pianoconcert v. B. Na het 1e deel fluisterde Piet: je geheimpje. Maar ik had meer zin om het op te schrijven en zoowat halverwege het laatste deel, Piet toch hevig aan het zuchten zijnde van de verveling, stuurde ik hem mijn blocnotje met erop geschreven: het geheimpje nog niet aan Paul [Sanders] enz. vertellen – moet ik zelf doen: ik ben vandaag ondertrouwd met Matthijs Vermeulen. Dàt gezicht had je moeten zien! Hij dacht dat we hem gewoon voor den gek hielden. Maak je grootje wat wijs – zoo'n gezicht trok hij. J. en ik konden ons niet goed houden van de lach. Hij schreef toen terug: fop me niet. M.V. is veel te hoog om me mee in 't ootje te nemen. Toen de muziek uit was hebben we het hem echt aan zijn verstand gebracht. Hij is heel ongelukkig getrouwd, maar hij ging toch nog een soort apologie van het huwelijk houden. Hij is een vreeselijke goeierd en hij zei dat jij een uitverkorene was (hij is altijd de nuchterheid zelve "heel gewoon" en "de beide beenen op den grond" dat is zijn hoogste ideaal, zoo voor elken dag, maar bij wijze van uitzondering bestaan er dus blijkbaar toch ook uitverkorenen voor hem) en je was een middelaar tusschen de Muziek en de menschen. Verder zei hij niet veel, ik bedoel niet iets over mij of tegen mij, het hield ineens op, omdat hij er, geloof ik, toch nog erg aan wennen moet. Aan Paul F. heb ik het later – ik moest hem toch spreken – door de tel. gezegd. Dat ging natuurlijk een beetje stroef, omdat het zoo erg abrupt is door zoo'n machien zooiets te zeggen en vooral te hooren; hij is ook niet vlot, Paul, maar hij zei dat hij het fijn voor me vond en dat hij je schrijven zou – Ook ben ik vanmiddag bij Marie geweest – Maar dat vertel ik morgen wel, het is nu kwart voor 1 en ik moet om 7 uur weer opstaan – "Donne-moi l'amour et que je ne fasse rien et ne pense rien contre l'amour ni sans l'amour." Mon doux epoux, bonne nuit.

Zondagochtend ½ 7.

Tegen Marie zei ik: "ik kom wat vertellen". "Goed nieuws?". "Ja, Matthijs en ik gaan trouwen." We hebben elkaar toen omhelsd en zij was er erg mee ingenomen, ik weet niet meer precies wat ze zei. Met A. was het ook zoo gegaan, zei ze, A. was ook bij haar gekomen en had gezegd: "Thijs en ik houden van elkaar." Wat weet zij van E.? dat kon ik niet peilen. Ze had dit niet verwacht. Grappig; ik meende dat zij en Bertus het doorzien hadden – nu eens zien of ik met Bertus gelijk had. Wat doe je nou met je broer? alleen een drukwerk zenden? Schrijf het hem maar eens, vind je ook niet? ik heb je nu deze paar uur al bespaard! Je formule voor het drukwerk heeft het groote voordeel dat er staat: dat zij getrouwd zijn. Dat is uitstekend. Maar hoe nu de rest? Het zou verder ook goed zijn als het werkelijk alleen naar vrienden ging; ik schreef dezer dagen dat ik die 300 menschen goed kende en dat is ook zoo, maar het zijn toch niet allemaal vrienden natuurlijk, denk aan Mijnheer v. Praag en al zulk soort lieden. Op het "met vreugde" heb ik, in een faire part, altijd wat tegen gehad, omdat het "te veel en te weinig" uitdrukt, zoo'n ding is alleen een mededeeling, vind ik, van uiterlijke omstandigheden. Dus nu moet je, als je lief wilt zijn, een formuleering vinden waarbij dat "dat zij getrouwd zijn" gehandhaafd blijft en de rest anders wordt. Op de volgorde M.V. – Th.D. sta ìk nu weer! Zullen we het heele ding dan maar laten vervallen, teneinde geweldige botsingen te vermijden?! Lieverdje, in jouw volgorde is het net alsof ìk joù getrouwd heb, alsof ik de meest flinke en doortastende geweest ware. Jij zegt nu wel: "ik heb naar je geluisterd", en stelt het dus voor alsof ik begonnen was, maar jij was al eerder begonnen met Fée Merveille. Of was ik nog eerder begonnen door het geld te sturen? Die gedachte heb ik altijd bestreden – Maar dit is maar flauwigheid, jij moet ook om allerlei andere redenen voorop staan: ik zou me daar aan het begin van de regel erg onbeschermd voelen, en de man is maatschappelijk gesproken degene waarom het gaat, de man is het hoofd van het gezin, de man is degene waaraan de vrouw is toevertrouwd – dat maakt allemaal dat hij voorop hoort te staan. Ik begrijp je sentiment en dank je voor je hoffelijkheid, maar ik heb gelijk, vind je ook niet?

's Avonds

Vanochtend was er een Pontificale Mis in het Stadion. Het was heel mooi om te zien, uitstekend geregistreerd. Twee carré's van geestelijken en misdienaars stonden op het groote grasveld om het altaar met trappen, dat daar gebouwd was, en er was voortdurend deining onder al dat zwart en wit, omdat er telkens het een of ander gedaan moest worden. 12.000 kinderen gingen aan 48 communiebanken te Communie. Elke priester had een acolyth naast zich met een geel paraplutje als baldakijn: een heel exotisch gezicht. Na de kinderen gingen duizenden van de toeschouwers ook te Communie. De kinderen zongen Gregoriaansch. Het was echt heel mooi en indrukwekkend. Maar doodmoe waren we ervan, we zijn zoodra we wat ontbeten hadden weer naar bed gegaan en hebben een paar uur geslapen. Verder hadden we den heelen dag niets, geen afspraken of zoo, dat was fijn – we hebben veel zitten stoppen, hebben rustig gepraat over dien brief van jou over Engeljan (hij belde op, zoowat een half uur hebben ze heel prettig samen gesproken, maar J. heeft hem toch gevraagd het nu niet weer te doen, want het maakt haar toch onrustig) en ik moest mijn stukkie schrijven over 4 Mirakel-uitvoeringen en wat studeeren; en zoodoende heb ik je tweede stuk nog maar vluchtig gelezen – Het leek me iets minder goed dan het andere, omdat het een beetje te moeilijk is, dacht ik, of een beetje te veel vanuit jouw speciale stemming geschreven (vanuit, zegt Charivarius, is fout). Maar ik zal het morgen nog eens overlezen en je brief ook van gisteren, dien ik hierboven niet bij de hand heb.

Bertus, die vanmiddag opbelde, heb ik het ook verteld. Hij vond het "eenig" en dat je componist was vond hij zoo eenig. Slaap heerlijk, en geef nog maar eens [een] cursusje deze laatste 14 dagen aan je Thea.

Bertus had het ook niet gedacht.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA