19460607b Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 7 juni 1946

Louveciennes 7 Juni 1946

Vrijdagmiddag 1 uur

Op ons perronnetje

En mijn toe-reikende, mijn alles toereikende Thea,

gisteren vergat ik nog te noemen als erg lief van je (maar ik ben geen snoeper) dat busje met dobbelsteentjes van gemberkoek. Om je plezier te doen heb ik ze geproefd! Heel lekker. Mijn nonnetje is er verzot op. Zij toont zich heelemaal niet geneigd tot versterving. Misschien heeft ze gelijk. De mortificatie was waarschijnlijk een goede methode voor een tijd waarin de massieve sanguinische lichamen van groote blonde of bruine barbaren gehamerd moesten worden als een keisteen of een aambeeld om er een vonkje van de ziel uit te kunnen doen spatten. Het probleem stelt zich tegenwoordig anders, maar noch de oplossing noch de geschikte methode schijnt mij gevonden te zijn tot nu toe. Zouden daarover reeds boeken en studies bestaan? Want alle oude mystieke handleidingen schijnen mij verouderd. De kwestie is altijd: hoe nader ik den Geest het dichtst, het snelst, het eerlijkst.

Wij zitten in ons treintje, ik mag van onderwerp verwisselen! De accacia is uitgebloeid. Bij mij thuis geurt nu de jasmijn, dien de Franschen zonderlingerwijze séringa noemen, waar ik maar niet aan kan wennen. Ik zou je wel een zoen willen geven, glijdend door dezen bloemigen zonneschijn, car j'ai l'âme ravie en toi, mon adorée, of even zou ik je arm tegen den mijnen willen drukken. Maar ik voel je. Ik kan me best voorstellen dat 't je schokt wanneer een wild-vreemd ambtenaar je vraagt of een papier je dienen moet voor een huwelijk! Het is niet omdat jij niet wennen kunt aan dat idee. Ik geloof eer dat 't komt wijl, zonder dat je 't weet, in 't woord huwelijk allerlei associaties liggen waarbij je geheele wezen betrokken is, dat protesteert wanneer een ander zich daarmee bemoeit, want je geheele wezen dat is geen kleinigheid! Ik mocht zulke gedachten wel wat delicater styleeren, doch dat lijkt me veel geëischt in een hotsenden, rommelenden spoorwagon.

De controleur is mijn kaartje komen knippen. In princiep ben ik het eens met je plannen om de kennisgeving van ons huwelijk te laten calligrapheeren of teekenen door Lucie van Lier. Ik ken haar niet. ’t Is zelfs de eerste keer dat ik van haar hoor. Maar zooals je er over schrijft voel ik er wel voor, en ik houd van den naam Lucie! Vraag haar zelf een idee, dat lijkt me 't beste. Voldoet 't je niet, geef dan jouw idee. Den tekst moet jij maar redigeeren. Ik zou er tè weinig in zetten of tè veel, vrees ik. Dat is veel meer werk voor jou. Een zoen; merci; we zijn in Parijs.

Bij Photomaton van la Gare St Lazare. Ik wacht dat de fotos uit den koker van het toestel komen. Ik laat voorzichtigheidshalve altijd twee series maken. De vriendelijke dame heeft me verzocht te glimlachen, ik ben bang dat dit op een ironische sceptische physionomie is uitgeloopen. Theoretisch moet de foto over 8 minuten klaar zijn. De machine heeft 2 minuten vertraging. Ça y est.

Op 't Consulaat, na een wandeling door de heete, blauwe, azuren benzine; wat stinkt die na-oorlogsche benzine! 's Zomers is de Place de la Concorde te groot. Er bestaan in Europa geen boomen in verhouding tot deze ruimte; de boomen zijn te nietig. 's Winters merk je dat niet wanneer alles kaal ligt, transparant, in de lente ook niet zoolang 't groen nog wolkig, doorschijnend blijft. Maar in den zomer lijkt de Place de la Concorde leeg, verlaten, onbebouwd.

't Resultaat der fotos overtreft alle verwachtingen. We hebben onze opinie niet te geven over het objectieve oog eener mechaniek! Anders zou ik zeggen: 't is deplorabel. Weet je op wie ik me vind lijken?! op notre cher curé Jules Besle! Ook op André Gide in zijn 75ste jaar!

5½ uur in de Gare St Lazare, gezeten op een ketting welke de hekken sluit. Als ze maar niet breekt. Ik zit in m'n maag met die foto's. Ik kan ze je niet vertoonen! Altijd 't zelfde dilemma: wanneer die oude, afgetakelde intellectueel zich in zulk een afbeelding presenteert is hij presomptueus belachelijk om ook maar op je welwillendheid te hopen; wanneer hij zich daarentegen niet durft aanbieden in zoo'n catastrophische effigie dan is hij (in den trein) aardig lafhartig en verraadt gebrek aan vertrouwen. Je ze sturen? Je ze niet sturen? die monsters! Ik moet daar een nacht over slapen!

Het deed me genoegen een vriendelijke atmosfeer te treffen op het Consulaat (wij rijden met open deuren en ramen in een oorverdoovende herrie.) Ze hebben me niet veel tijd laten verliezen en me behandeld met een charmante gemeenzame wellevendheid. Ik zal je straks wel schrijven over mijn bezoek bij den ambtenaar voor huwelijksche zaken. Bereid je vast voor! Menigmaal heb ik moeten glimlachen de rest van den middag als ik aan je dacht. Fantastisch! Ook nu lach ik. Toen ik klaar was met mijn paspoort (ik heb 't over 14 dagen) ben ik in de Galerie Charpentier de expositie gaan zien der Cent chefs d'œuvre de l'Ecole de Paris. Interessant. Slot-en-totaal-impressie: hang daar één Van Gogh (of één Gauguin) en hij slaat ze alle honderd dood, mors-dood. Een genie is toch maar een genie, ook al heeft-ie fouten. Hij slaat ze allemaal kapot! Zoo gauw als je aan Van Gogh denkt zijn ze allemaal naar de haaien. – Daarna ben ik naar Le Printemps gegaan om papier te koopen en zwarte inkt. Heb slechts 200 vel schrijfpapier van zeer mediocre kwaliteit kunnen krijgen, en na lang soebatten. Heb de laatste 4 fleschjes o.i.-inkt die de bazar bezat geaccapareerd. Nog steeds misère in alle dingen. Ben nieuwsgierig tot wanneer dat duurt. Toch kun je een hoop snoezige artikelen koopen en zie je bijna iedereen keurig gekleed en geschoeid. Het is 6½ uur nu. Je hoort jezelf niet in 't kabaal. Wat vliegt de tijd. Bijna bij ons thuis. Un petit baiser, mon adorée.

's avonds 8½ uur.

Ik heb de fotos aan mijn dochter laten zien en haar gevraagd: Dis-moi franchement si je peux envoyer ces choses à Théa. – Elle m'a bien regardé, me comparant à mon image, et a ensuite répondu: "Cela n'a aucun sens d'envoyer ça à Théa, puisque ça ne correspond pas à la réalité." – Après, nous avons bien ri ensemble. De objectieve, automatische machine heeft me de helft van een wang afgenomen, ingedeukt, en het eene oor drie centimeter lager gehaakt dan het andere oor. Hoe zijn zulke fantasieën mogelijk?! Amusant dat zoo'n caricaturale, gedelabreerde parodie dienen moet als identiteitsbewijs! Je krijgt ze dus niet. Ze is afschuwelijk. Maar ze is ook onwaar!

Nu over onze huwelijksche zaken.

Dat certificat de coutume is een stuk, waarin verzekerd wordt dat ons huwelijk gesloten wordt volgens de Nederlandsche wet. Daar zullen we niet de geringste last van hebben. Zoodra de andere paperassen er zijn, wordt 't geleverd door het Consulaat.

Toch raad ik je, gelijk ik je vanochtend schreef, om je eveneens een certificaat te verschaffen van on-gehuwdheid. – Je kunt nooit weten of 't niet gevraagd wordt, en we moeten alle denkbare verrassingen voorkomen.

Al onze papieren moeten eerst gelegaliseerd worden in Holland, alvorens het Consulaat ze legaliseeren kan. Want, zoo verklaarde mij die ambtenaar, om de handteekening van een of anderen gemeente-secretaris te kunnen wettigen (die we niet kennen) moeten we eerst de garantie bezitten dat ze echt is! Daar steekt een zekere logica in. Die ambtenaar dacht dat je daarvoor naar Den Haag zou moeten. Informeer dus nog van jouw kant waar men in Holland legaliseert voor 't buitenland!

Houd nu je hart vast met beide handen. Om hier met me te kunnen trouwen, moet je huwelijk eerst in de plaats van je inwoning afgekondigd worden, d.w.z. je moet "in ondertrouw" gaan. Dit geschiedt op het Amsterdamsche stadhuis en duurt tien dagen, welke dienen om te weten of er personen zijn die wettige bezwaren hebben tegen ons huwelijk. Deze ondertrouw is geldig voor één jaar. Maar hoe eer je dat doet hoe beter. Daarna stuur je mij het certificaat van je ondertrouw, en zoodra je hier bent kan ons huwelijk afgekondigd worden in Louveciennes. De ambtenaar legde mij uit dat 't zoo is omdat elk wettig huwelijk afgekondigd moet worden in de plaats waar de bruid minstens zes maanden gewoond heeft.

Vin-je dat niet van een uitgezochte pracht?! We gaan dus met elkaar definitief in zee zonder elkaar gezien te hebben! A-Dieu-va. Wat mij betreft, ik doe dat met gerustheid. Maar ik heb goed praten. Ik wéét dat ik in jou een onvergelijkbare schat vond. Voor jou echter ben ik bezorgd. Want ik ben zekerder van jou, dan ik zeker ben van mij. Ik garandeer jou liever en gemakkelijker tegenover mij, dan ik mezelf garandeer tegenover jou. Raadpleeg nog je binnenste. Wij passen geestelijk bij elkander, ontegenzeggelijk. Mij is dat een afdoende waarborg voor het lichamelijke. Ik wéét dat ik je gaarne zien, hooren, voelen, ruiken zal. Ik weet dat ik je verlang, dat ik je verlangen zal. Ik wéét dat ik je beminnen zal. Ik heb geen confrontatie noodig met jouw werkelijkheid. Maar voor jou had ik wel liever gehad dat jij me tenminste een paar dagen vrij, ongebonden hadt kunnen verifieeren. Iksta graag voor jouw fait accompli. Ik stel jou niet zoo graag voor het fait accompli van mij. Jij hoeft niet beducht te zijn: jij kunt mij niettegenvallen. Maar begrijp je mijn beduchtheid? ik kan jou tegenvallen.

Als je dit risico aanvaardt ga dan zoo spoedig mogelijk met me "in ondertrouw".

Voor mij zijn we reeds man-en-vrouw. Al die administratieve formaliteiten hebben niet den minsten zin voor me.

Zie nu wat je doet, liefste, mijn gemalinnetje, mijn Thea. Ik hoorde juist den trein waarmee we over vijf weken samen zullen aankomen, hier. O, je hebt gelijk dat jij je niet kunt voorstellen dat ik met mijn imaginaire adoreeren zal kunnen doorgaan, wanneer je hier bent! Ik geloof daar zelf ook niets van. De groote moeilijkheid van dien 12-juli-avond, ik voel haar dezen avond al: wanneer ik je eenmaal in mijn armen heb, hoe zal ik je los kunnen laten, hoe zal ik me van je kunnen scheiden!

Ik bemin je, mijn liefste, en tot ziens Thea, tot ziens weldra, bij

je Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA