19460523b Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 23-24 mei 1946

23 Mei 1946

Lieve Matthijs, even klagen over mijn onfortuinlijken avond: ik had willen gaan studeeren, maar werd opgebeld door mijn vampyr, die me 3 kwartier haar nood klaagde. Toen het eindelijk afgeloopen was, had ik geen fut meer. Ik moest nog een puddinkje maken voor morgen voor H.E., maar dat mocht ook niet lukken: het is heelemaal geklonterd en ik heb bovendien mijn tong verbrand met proeven. Tenslotte heb ik flesschen ingepakt, wijnflesschen die eens naar Maastricht moeten in de hoop dat onze wijnhandelaar weer eens wat sturen zal. Ook dat was vervelend werk, omdat ik geen hulzen en geen kistje had en het met kranten en een cartonnen doos moest stellen. Komt die boel nu allemaal in gruizels aan, denk je? Het is opschepperij van Dijkstra om te zeggen dat hij je wijn kan bezorgen; als hij een goede klant is, kan hij af en toe een paar flesschen krijgen, maar die zal hij dan wel voor zichzelf houden en die kosten ook minstens f 7,- de flesch. Misschien kan hij met zijn koffie en thee ruilen, dat is mogelijk. Voor koffie moet je hem maar te vriend houden.

Ik vroeg me af of je een klavertje voor mijn vampyr zou kunnen zoeken of dat je dat profanatie vindt. Het zou haar helaas niet gelukkig maken (hoewel je die mogelijkheid moet open laten), want ik geloof dat er voor haar geen kruid gewassen is, maar het zou haar zeker een ongekend warm gevoel geven als zij wist dat iemand zich voor haar moeite gegeven had en haar het geluk zou willen toe wenschen. Misschien vind je de gedachte onzinnig, omdat je meent de klavertjes alleen voor mij te kunnen vinden? Ik denk het eigenlijk wel. En ik hoop je niet verstoord te hebben met deze gedachteflits.

Nu zit jij ook aan mij te pennen of met me te mijmeren. Je hebt misschien wel gemerkt dat ik 's avonds nooit meer schrijf, ik slaap nog steeds bij J. Nadat ik ziek was geweest, heb ik nog een paar dagen op het andere kamertje gelegen, maar toen kwam er iemand logeeren, of liever, 3 menschen zouden komen logeeren, de beide kamertjes werden dus schoon opgemaakt; het is niet doorgegaan, ze zijn niet gekomen, maar ik was toen eenmaal weer bij J. en sindsdien was zij te zeer hakende naar mijn aanwezigheid dan dat ik haar verlaten kon. Ze zei laatst huilende tegen me: het is een mooie onafhankelijkheid van een mensch van 40 jaar! zeg het maar aan Matthijs, dat hij je af en toe aan me af moet staan. Vandaag heeft Engeljan, schijnt het, heel gezellig opgebeld. Ze hebben een afspraak gemaakt dat hij Zaterdag hier komt. Ze gaan dan naar tentoonstellingen en samen eten en 's avonds naar den schouwburg. Dit laatste is een voorstel-uit-heldenmoed van J., omdat zij een avond vrijen wil vermijden. Ik ben blij dat hij niet hier komt eten, hij irriteert me toch meestal maar. Het zou gezellig zijn als ik dien avond, alleen zijnde, aan jou kon schrijven, maar ik moet naar een stomvervelend Belgisch concert.

Vrijdag.

Heb vanochtend mijn pas gehaald. Dat duurde maar 7 minuten, niet lang genoeg dus om den dubbelen brief van Dinsdag te lezen, en ik heb dan ook overal waar ik de fiets een tijdje kwijt was met het blauwe papier in de hand geloopen en op het laatst zelfs ermee gefietst, teneinde bij de stoplichten nog een paar regels te kunnen lezen! En zoo heb ik hem heusch uitgekregen, hier in de straat pas – hij had dus niet korter moeten zijn!

Je oplossing voor ons weerzien kan ik niet zoo heel erg toejuichen. Want gesteld dat ik na een langen dag in den trein in een leeg huis zou komen, dan zou ik dat ongezellig vinden. En ik zou ook niet zoomaar bezit van dat huis willen nemen, zooals jij dat oppert (in 't bed, in 't bad). Maar je weet toch wanneer ik kom? En er is maar één trein uit Holland, zoo heel erg geïmproviseerd kan ik dus toch niet komen. Maak nog maar eens een ander plannetje – voor de mop van het plannetjes-maken, niet zoozeer om het ook werkelijk uit te voeren, maar wel toch weer om door mij op uitvoerbaarheid gecritiseerd te worden!

Ik denk niet dat Moeder haar kinderen Protestant had willen opvoeden. Maar in ieder geval niet Katholiek; dat was nou mooi geweest voor den tijd van de kathedralen, maar dat was nu voorbij. Vrij denkers denken altijd alleen zoò lang vrij tot ze op het Katholicisme stooten, daar houdt hun vrij heid ineens op. Een maand ongeveer voòr hun trouwen heeft Pappie alles nog eens duidelijk geschreven (d.w.z. hij had dat nog niet eerder gedaan, maar wel natuurlijk mondeling) en mij is het onbegrijpelijk hoe het kon dat Moeder daar niet voor zwichtte. Een paar dagen later schrijft hij dat zij het maar moet vergeten, dat hij toen overspannen was. Maar hij was niet overspannen, en dat hij dat zegt bewijst alleen dat hij er zich al bij neergelegd had dat zij het niet begreep, hij voelde zich te zwak voor den strijd en wilde dien liever vermijden als hij toch hopeloos was. Ik geloof wel dat dit in een biographie behandeld moet worden.

Ik ben blij te weten dat je sonate den 28sten gaat. Om 5 uur vermoed ik. Weet je dat er 2 Hilversummen zijn? 301 M. en 415 M. Je kunt het nog probeeren om 5 uur.

Ik geloof dat Lévy en Peter niet precies op het zelfde standpunt staan (over het niet-studeeren van etudes), als ik je tenminste goed begrepen heb. Ik krijg den indruk dat Lévy het puur technisch bedoelt: in het kunstwerk komen altijd passages voor die Czerny niet net zoo bedacht heeft en je moet ze dus toch apart studeeren. Maar Peter bedoelt: ook al zou het technische gegeven precies het zelfde zijn bij Czerny en in die of die sonate, dan is het toch in de sonate anders alleen door den muzikalen adem. Wanneer je dus, met Peter, zoo'n werk technisch, mechanisch gaat studeeren, dan moet je het eerst met al zijn vlam en vuur geproefd hebben. Want dan alleen is er verschil met Czerny. Zonder, buiten haar expressie stelt zich dus ook Peter geen muziek voor.

Wat de kwestie van het publiek betreft: wat is je meest innerlijke stem; de veroordeelende of de correctie daarop? Die correctie is een intellectueele activiteit, daarom nog niet af te keuren en ook wel "zoo goed als machinaal" te krijgen, maar jij die zoo hecht aan de eerste impuls, zult die eerste reactie toch niet heelemaal kunnen desavoueeren.

Wat ik gisteren en vandaag van je las over die Nocturne zal ik nog dikwijls overlezen, om er zooveel mogelijk in te komen. Ik heb natuurlijk op de trillers en op de loopjes gestudeerd, ben daardoor nu op dit moment niet in staat zulke sterke indrukken te krijgen als jij. "Het goede dat er ligt in het voorbij-gaan, in het voorbij-zijn der dingen" met dat waas van eeuwigheid erover heen hoor ik altijd zoo sterk in Schubert. Ken jij de sonates van Schubert? De langzame deelen daarvan zijn wonderen. Die sfeer van voorbij-gaan en eeuwigheid is in Oostenrijk meer te vinden, voor mijn gevoel, dan ergens anders, en dat is juist waar ik zoo van genoten heb.

Heb vanochtend een pakje met de post verstuurd. Let eens op hoe lang het duurt, de juffrouw dacht vrij lang. Als het langer duurt, als pakje nu, dan vroeger als brief, dan kan ik geen brood sturen en zelfs misschien moeilijk margarine of kaas. Het pakje tabak had ik "achterover gedrukt" van die bonnen van Peter; Bertus heeft dus een pakje gekregen en jij een, ik hoop dat het lekker is.

Je gemalinnetje komt in je armen (in 's gemalen armen!)

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA