19460520 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 20 mei 1946

20 Mei 1946

Lieve Matthijs-lief, ik heb een dezer dagen opgeruimd op het atelier en heb daar uit verschillende spelonken allerlei blocnotjes en dit verdunde tomatensaus-papier opgedolven – dat moet nu maar eerst op. Ik kreeg ineens den inval een paar dagen geleden dat ik daarboven een onnoemelijke hoeveelheid materiaal voor het boek had liggen en dat dat nu heelemaal overbodig was en dat het veel beter weer eens naar beneden in het archief-kastje kon verhuizen. Het is natuurlijk altijd een verplaatsen van rommel, want nu ligt het daar weer zoodanig opgestapeld dat je er niets vinden kunt. Maar ik heb nu boven toch weer een vrijer gevoel en een bepaalde hoeveelheid overbodige rommel ruim je toch altijd wel op bij zoo'n gelegenheid. Ik heb wel idee dat ik jou te netjes ben, ik kan een laag stof b.v. niet erg goed verdragen. Ik ben, geloof ik, alleen in dien zin bohême dat het me niet kan schelen wat andere menschen van me vinden. Ik heb ook geen behoefte om de dingen allemaal net zoo te doen als alle andere menschen. Maar toch ben ik een heel stuk aangepaster dan jij. Soms vind ik het wel prettig om te zijn als iedereen; uiterlijk bedoel ik. Ik geloof dat het me niet kan schelen als jij er niet uit zult zien als een nette meneer; maar het beste is misschien als het jou ook niet kan schelen dat ik niet zoo bohême ben als jij en af ten toe de nette mevrouw ben. Zou dat kunnen? Als ik je over het verven hoor, heb ik bijna zin om met gelakte nagels bij je te komen! Dat is pure plagerij, want ik heb nooit den minsten zin gehad om het te doen: het lijkt me een reuze werk en ik vind het niet mooi ook, of je moet ideaal-mooie nageltjes hebben. Ik mag je niet plagen, dat weet ik wel, ik zal probeeren het af te leeren, maar het is per slot een uiting als een andere van iets dat in je omgaat en daarom toch niet heelemaal te verwaarloozen. J. en ik hebben uitgemaakt dat er allicht een aantal uren per dag zal zijn dat je me niet wilt en kunt zoenen; daarin kan ik dan mijn assimileerneigingen botvieren!

Waar dat "niks voor Thea" over ging, ben ik vergeten – het heeft je blijkbaar verstoord. Dat spijt me. Het zal wel iets geweest zijn over de aardsche liefde en dat heeft dus deze keer indruk op je gemaakt. Juist gisteren zat ik nog te denken wat misschien moeilijk voor mij in jou zal zijn en omgekeerd, en als ik dan denk aan de vermoedelijke ontoereikendheid van mijn ars amandi, dan voel ik me eenigszins benauwd. Aan die contramine van jou heb ik nooit gedacht; het zou ook wel erg zijn als die tusschen "wederhelften" moest bestaan! Geloof je niet dat de "transformatie van gedachten in physieke sensatie" een criterium is van de liefde, of althans van de verliefdheid? Als andere menschen daar niet over spreken en jij je het van vroeger ook niet herinnert, dan komt dat vast en zeker doordat het verliefdheidsobject gewoonlijk in de directe nabijheid is. Ik heb het net zoo met jou, dus "dat moet absoluut op de een of andere manier (ook) verband houden met jou", mijn lieve honnepon.

Zet je die blikken in je eigen kamer apart? Dat heeft de afwezigheid van je dochter in de hand gewerkt, dat sectarisme! Die vervelende menschen aan dat bureau voor in- en uitvoer doen niet wat ik wil. Ze willen dat ik precies opgeef wat ik stuur. Maar hoe kan ik nu b.v. vandaag dat opgeven zonder te weten of ik van de week nog clandestiene margarine of kaas kan krijgen? Je moet dus eerst het pak maken en dan je formulier invullen en dan maar kalm afwachten tot ze het je terugsturen (met boonen en erwten gaat dat, maar niet met alles). Ik probeer ze maar steeds aan het verstand te brengen dat dat onzin is. Maar met het afschuwelijkste bureaucratenpootje zet die man me dan weer op mijn nummer. Aangezien je toch nog wel eens naar Parijs moet voor het Cons. of de Créd. L., zal ik nog maar eens een K.L.M.-pakje sturen, denk ik. Sinds ik geen melk meer heb, stuur ik ook geen gortmout en dergelijke meer, maar hebben jullie daar toch nog wat aan? Eet je het met kerry of zoo? En griesmeel in soep van beenen? Erwten en boonen heb ik nooit gestuurd, omdat ik dacht dat je toch al veel witte boonen had en de pea soup gemakkelijk was in het klaar maken. Wat doe je met tarwe? Kan je daar brood van laten bakken? Vraag, als je wilt, eens aan je dochter wat ze graag wil hebben, want ik vind het soms moeilijk.

Vond je (of vind je) dat "God zegene je" niet eerlijk? Ik kan dat niet zien. Ik zou dat ook elken dag kunnen zeggen, maar ik zei het toen omdat zoo'n palmtakje je zooiets in den mond legt. Nee, ik ben van jou nog nooit te kort gekomen, integendeel je geeft me veel meer dan me toekomt. De paar keer dat je me teleurgesteld hebt, heb ik het je laten merken. Het was als ik iets constateerde van een tekort aan indenken in mijn zorgen (over geld en over tijd). Ik zou twee dingen uit elkaar willen houden: het niet alles willen eischen van den ander en toch niet twijfelen aan den omvang van diens liefde. Het zou niet bij me opkomen te denken dat je iets niet voor me over zou hebben, maar dat neemt niet weg dat ik toch kan schromen je iets te vragen. Ik ben van een extreme bescheidenheid; Puckie zegt wel eens hoe grappig het is dat ik al van de massage-bank glijd als zij haar laatste streek nog ternauwernood gedaan heeft – dat doet niemand. Ik geef toe dat het onnoodig is om zoo bescheiden te zijn, maar het verklaart je misschien dat ik van jou, volkomen onbewust waarschijnlijk, iets dergelijks verwacht. Van andere menschen niet, want ik ben aan de normale onbescheidenheid gewend. Het is ook maar een kwestie van nuance. Ik vìnd het de gewoonste zaak om het zoldertje in te richten en ik vind ook dat jij dat zoo moet vinden. Maar ik vind het prettig als je, zooals deze keer (nog vóór je over die onbescheidenheid gelezen had) zegt: "Als 't kan zorg dan ook" etc. Dat "als 't kan" is me al voldoende. Het is zeker die andere keer een nuance geweest die me ontbroken heeft. Zet dus het idee, dat ik niet graag zou hebben dat je me iets vroeg, uit je hoofd, dat is onzin. En word niet dadelijk zoo bitter, lief gemaaltje: "'t minst van alles je liefde".. Dat vind je zeker ook wel stout van jezelf, hè?

Het is wel jammer dat ik met dat "niks voor Thea" je uit je doen gehaald heb, want je was net zoo mooi bezig extatisch te worden, den vorigen dag al en in het treintje ook. Zoo'n domme Thea! Wanneer komt dat nou, wat je me vragen wilde? Al wachtende daarop, ben ik onder vele omhelzinkjes je

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA