19460512 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 12 mei 1946

Louveciennes

12 Mei 1946

Zondagmiddag 6½ u.

Thea, die 'k bij me wou,

Terwijl ik vanochtend een paar honderd woorden aaneenrijgde van 't boekie heeft de kat vier jonkies gelegd op mijn divan. Ik had beneden een mandje voor haar klaar gezet en 't haar een paar keer gewezen, doch de laatste twee dagen was ze niet van mijn kamer weg te krijgen en zij vond blijkbaar dat ik daar absoluut bij moest zijn. Ik merkte 't pas toen de eerste met piepen het leven begroette en heb haar nestje boven gehaald om haar verder te laten betijen bij mij, zonder wien ze dat bepaald niet wilde doen. 't Vorig jaar ook niet toen zij ze kwam leggen voor mijn deur. Dat is bij zoo'n beest een gedachten-gang welke je uur voor uur kunt volgen als je er een beetje op let. Je ziet ze denken, zoo'n kat, en alle maatregelen nemen om 't idee dat ze in haar kop heeft uit te voeren; zelfs om me te verschalken, wat haar per slot gelukt is. Als ik de dieren zoo gadesla schijnt me dikwijls dat er heel wat van te maken zou zijn door den mensch wanneer hij zich een beetje moeite gaf. Wat zou de opinie hierover zijn van de anthroposophen? Ik vind 't wel merkwaardig dat zoo'n beest, als 't zorgen heeft, bij mij aanklopt, dat 't gezelschap wenscht en niet graag alleen is; dat 't zichtbaar je sympathie, je hulp verlangt.

Het heeft den heelen dag geregend wat de vogels luidruchtig maakt en de bladeren groener. Als ik zoo lees van die Electra-uitvoering in Eindhoven, dan had ik daar bij willen zijn (ik hoorde Electra nooit met orchest) en wat je er van zegt versterkt me weer in mijn overtuiging dat de muziek-critiek zich serieus zal moeten gaan bemoeien met de Radio-concerten. Elk degelijk zend-station zou een muzikaal controleur moeten hebben, goed op de hoogte van de gespeelde partituur, en die de klank regelt vanuit een compositorisch standpunt. Ik begrijp zelfs niet dat de dirigenten zich daar nooit over bekommeren. Het schijnt hun heelemaal niet te kunnen schelen wat er van de sonoriteit terechtkomt. Zou dat te wijten zijn aan de onverschilligheid of aan onwetendheid? Ik vraag mij soms of de dirigenten zelf wel ooit luisteren naar de Radio. Best mogelijk van niet. Best mogelijk dat zij niet eens vermoeden wat er eigenlijk gebeurt. Want ik stel me voor dat zij dan zouden protesteeren (tegen de veelvuldige verminking van een partituur-beeld) dat zij voorzorgen zouden nemen, verbeteringen zouden eischen. Negen en negentig keer op de honderd klinkt in de Radio een harp te hard om de eenvoudige reden dat de microphoon uiterst gevoelig is voor alle getokkelde instrumenten en speciaal voor de harp. Een hobo en Eng. hoorn daarentegen zijn altijd te zwak. De hoorns bijna steeds te sterk. 't Is een moeite van niks om hiermee bij 't plaatsen der instrumenten rekening te houden. Dat verstoort natuurlijk de ordening van een orchest waaraan een dirigent gewend is. Ik kan niet beoordeelen in hoeverre hen dat hindert in 't uitoefenen hunner kunsten. Maar 't uitgevoerde werk, de kwaliteit van de klank hebben ook hun eischen. De dirigenten zouden zich daarnaar te schikken hebben. Als ze 't niet kunnen moeten ze 't leeren. Mij persoonlijk heeft 't totnutoe niet zooveel kunnen bommen of een partituur-beeld gedeformeerd wordt, want ik zit nooit bij mijn post voor aesthetisch genoegen doch uitsluitend voor mijn instructie, en wat uit de voegen hangt kan ik mentaal redresseeren. Maar vanuit den gezichtshoek van 't publiek wordt de zaak anders en de critiek zou zich daarmee bezig moeten houden. Het is heel waarschijnlijk dat in dit opzicht iets nuttigs verricht kan worden. Een solist zou ook altijd zijn exacte plaats voor de microphoon moeten kennen. Er valt op dit gebied een compleet opvoedingswerk te doen, zoowel bij de technici van de Radio als bij de musici. Maar tot dusverre is iedereen (behalve jij!) tevreden geweest. En zelfs ik! Hoewel ik uitstekend wist dat de tekorten, de gebreken der Radio niet onvermijdelijk zijn. Zoo schaperig wordt men soms. Men zou over deze artistieke zijde der Radio een enquête moeten kunnen houden in een krant. Het publiek zou direct op je kant zijn! Iedereen zou zeggen: dat heb ik altijd gedacht. En niemand zou liegen. Maar zoolang de kranten klein blijven is er niets te beginnen natuurlijk.

's avonds 10 u.

Ik heb gelachen, en lach nog, om je kennismaking met Lia! Die spontane reflex "o, van Matthijs Vermeulen..." is magnifiek. Ik verbeeld me dat mij zoo iets overkomt: "o, van Thea Diepenbrock..." Ik zou me niet kunnen weerhouden te schateren geloof ik. Ze zei precies wat er in haar hersens kwam zoodra zij je naam hoorde. Schijnt je dat niet symptomatisch? Ik denk reeds lang dat ze alles van "ons" weten in de buurt van Utrecht en zelfs verder! Wel prettig dat "wij" ons verbreiden gelijk de faam! – Lia heeft inderdaad geen aasje stijl. Ze flapt er alles uit. Ze is een echte bokkenschietster. Je zou haar zóó als ingénue in een ouderwetse operette kunnen zetten. Het verbaast me dat Frank haar niet een tikje eduqueert. Maar zij behandelt hem soms als een kwajongen en kan verschrikkelijk nippig tegen hem zijn. Is dat stijllooze particulier voor haar of is 't "jonge generatie"? Haar vader was militair kapelmeester in Venlo. Hij is een Tsjech. (Palla is de naam van den romantischen vrijheidsdichter uit de Chartreuse de Parme, een van Stendhals meest pittoreske figuren.) Bij dat Boheemsche bloed heeft Lia ook nog Brabantsch bloed! Een ware boerendeerne. Zij zou nog even goed thuis hooren achter de koeien als voor een piano. Op haar talent had ik totnutoe nog geen kijk, maar als jij zegt dat ze 't heeft wil ik 't grif gelooven. Voor mij heeft ze techniek, maar mist ze het pakkende, het demonische, ofschoon ze "kinderlijk-verheugd" speelt, dat is waar, je zou kunnen zeggen met hart en ziel; dat "hart en ziel" echter spreekt bij mij niet aan, er ligt te weinig onbekende bedoeling in, 't is me te vlak, alsof ik 't allang van buiten weet; wanneer ik echter in een krant te critiseeren had zou ik dezen maatstaf niet kunnen aanleggen, hij is te veeleischend en ik gebruik hem alleen "strikt-persoonlijk". Die dingen van Messiaen ken ik; dat een moderneling zoo Wagneriaansch debuteren kan is een phenomeen (en ook dat men ze speelt!) hij kan goochelen met dissonanten zooveel hij wil, een dergelijken achterstand haalt hij nooit in. Het doet me plezier dat Tortelier je bevalt als cellist. Wat hij componeert heeft weinig beteekenis, maar dat pleit niet tegen zijn kunstenaarschap als executant, dunkt me, want die compositorische onbeduidendheid is eigen aan alle virtuozen, Sarasate, Kreisler, Hekking etc. etc. Wat hoorde je van Pérugia? Zoo'n zangeres zou een paar maanden onder goede handen moeten komen, misschien was een paar weken wel genoeg om haar een prima muzikaliteit te bezorgen, of denk je van niet? De tegenwoordige zangeressen, geloof ik, ontbreekt 't vooral aan goede repetitors, en waar wil je die vandaag halen?! Een 1ste klas zangeres kun je op 't oogenblik met een lantaarn gaan zoeken maar je zult er niet vinden. Ik heb zoo'n idee dat jij haar in een paar dagen heel wat leeren zoudt. Werkelijk jammer als je die sonate van mij misloopt. Het interesseert me buitengewoon daarover bericht van jou te krijgen!

Nu ga ik inpakken. Ik ben 'n tikje moe en heb 't gevoel dat ik schrijf als een kinkel vanavond. Lig je al op je linker zij? Niet met je gezicht naar den muur? Naar mij? Ik kniel even voor je. Ik geef je een zoen, lang, zacht, teeder, Thea van Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA