19460507 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 7 mei 1946

Louveciennes 3 ½ heures

Mardi 7 mai 1946

Mijn verwachte, mijn gereikhalsde, mijn behunkerde!,

omdat ik 't niet meer kon uit houden, omdat de brievenbus die leeg gebleven was mij letterlijk hypnotiseerde, omdat ik absoluut wat van je hebben wil al zou ik 't moeten gaan rooven, zit ik hier in ons stationnetje op reis naar je pakje van Air-France. Niet verstandiger dan een kleine jongen. Maar dat is nog 't beste wat ik doen kan want ik zou me den heelen verderen dag hebben opgevreten van ongeduld. Dat noem ik een der forces irraisonnées de l'amour; en ik weet niet of Freud, dien ik niet luchten kan, daar 't zelfde onder verstaat. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik iets van hem las. Voor hem is de sexe en de sexualiteit de eenige menschelijke drijfveer. Hij vergeet de Maag, de Dood, en nog een paar andere interessante dingen, zooals de Ziel. Een hoop menschen hebben dat geslikt. In den laatsten roman van Huxley rookt een der hoofd-personen sigaren die Romeo en Juliette heeten, en telkens als hij eraan lurkt denkt hij de borst te zuigen eener vrouw (in zijn halve onbewustheid, dat spreekt.) Voilà à quelles stupidités mène "het Oedipus-complex". Ik dacht nooit dat Huxley zóó laag zakken kon. Wat mij betreft, ik kan Freud zweren, en Huxley, en jou!, dat, wanneer ik pijp of sigaar lurk, mij zulke burleske associaties in de allerverste verte nog niet gekomen zijn, en dat ze volgens mijn opinie enkel kunnen opkomen (wij zitten in onzen gondel met de Barcarolle van Chopin) bij grove, elementaire wezens die van een vrouwenborst een botter begrip hebben dan de welpen eener zeug, en van de liefde precies navenant, dat kan niet anders bij die kruipende Calibans. Misschien bedoelde Freud 't allemaal zoo plat niet, – evenmin als Nietzsche. Ondertusschen zitten we er maar netjes mee opgescheept, en de bronnen van de liefde zijn voor langen tijd vergiftigd met dat koper-groene smurrie. Wat kun je hopen van menschen die een vrouwen-borst verwarren met een sigare-peukie! Ze verdienen de galg en alle Nietzscheaansche catastrophen de lomperds. Wat ik maar zeggen wil: als ik eunuuch was zouden die forces irraisonnées zich misschien minder dwingend ageeren (en dat is niet eens zeker) dan nu, terwijl "ik er heb" (ken je die uitdrukking wel?) en in goeden toestand. Maar dat bewijst heelemaal niet dat die forces irraisonnées uitsluitend zouden spruiten en stuwen vanuit mijn sexe en niet eveneens uit mijn milt, mijn lever, mijn hersens, plus de rest. En 't zou me volstrekt niet verwonderen dat ze met mijn organisme geen ander verband hebben dan dat ze daar zetelen als een directeur te midden zijner affaire. In ieder geval als ik twintig maal op een ochtend naar de brievenbus loop (voor Freud is dat een heel symbool) dan heeft dat voor mij niets te maken met sexueele aandriften! Dat zou werkelijk te stom zijn. Het heeft er ook alles mee te maken! (Ik verlies de draad mijner gedachten! Wij zijn in Parijs)

(In de Hall van Air-France)

"alles" is te veel gezegd. 't Heeft er net zooveel mee uitstaande als mijn bloed, mijn zenuwen, beenderen

weer in den trein 20 m. voor 5.

Dat is lekker vlug gegaan. Geen seconde oponthoud gehad. In harmonie met het heele rythme der Parijsche circulatie die ontzettend tijdroovend kan zijn in de omgeving van St Lazare. En ik had slechts 1 ½ minuut te verliezen! Maar ik word gelokt door een brievenbus!! Want die force irraisonnée hoopt als ik thuis kom daar iets van jou te vinden. En al kreeg ze een millioen dat zou haar niet kunnen bommen als er niets van jou was. En ze weet heel goed dat ik je vanavond niet in mijn armen zal hebben, en morgen, en de volgende week ook niet. Dat lapt ze allemaal aan haar laarzen die force irraisonnée! Dat neemt niet weg dat ze verrukt, verschrikkelijk verrukt zou zijn als zij je dadelijk een zoentje kon geven, en nog verrukter als de bloote knie van de jonge vrouw daarvoor me, die me koud laat als de bodem der poolzee, jouw bloote knie was. Rafel dat maar uit elkaar als je kunt Chère Mme Honnepon. Nous longeons le Parc de St Cloud. We hebben ondertusschen een modern gesprek gevoerd. Overal bloeit de tamarinde en de blauwe regen (glycine). In Parijs zag ik op straat al wagentjes met kersen en aardbeien. Heel mijn gras is blauw van eereprijs. Véronique. Dat lijkt me wel het allerliefste der bloemetjes. Net zoo'n bloempje als jij en voor jou. Ik ben bijna in Louveciennes. Het heeft me buitengewoon plezier gedaan zoo met je te kletsen. Een echte verkwikking. Maar wat ik laatst zei over die bloeiende appelaren moet nonsens zijn want ik zie er nu nog een massa, wit in een paars waasje. Ik heb ook een keer geschreven, het was G. Vrijdag 19 apr. geloof ik, auparavent in plaats van auparavant, dat ergert me al die tijd reeds!! Kun je dat begrijpen? En nu ik toch hiermee bezig ben: de componiste der Sept poèmes d'amour en guerre heet niet Claude Darrieu maar Claude Arrieu. Zoo kun je je vergissen als je Fransch niet ziet doch alleen hoort!

6 uur; thuis

Ik zal maar meteen doorgaan, tot mijn avondetentje. Het pakje van Mme Honnepon uitgepakt. Zij is een incommensurabele schat. Ik zou haar het liefst om den hals vliegen, haar den rug en de lendenen knuffelen, op mijn knieën neerzijgen en beginnen haar bloote knie te zoenen, als dat mag van Thea! De heele kostelijke boel is compleet aangekomen, en geen korreltje suiker of griesmeel verloren gegaan, dank zij je doos. Want jij die wantrouwen hebt jegens griesmeel, wantrouw in 't vervolg vooral het zakje waarin je het stopt, en doe 't zelfde met de suiker. Beide builtjes zooals we dat in Brabant noemen hadden scheurtjes gekregen en je kunt dus denken. Ik zal derhalve suiker met griesmeel eten gelijk ik een poos geleden suiker met gort at. Dat maakt niks. Het zal me aan jou herinneren mocht ik je soms vergeten! Toch is la chère Mme Honnepon niet zoo praktisch als ik waande! Dat eene draadje om het halve doosje lucifers hield 't niet uit en de roode stekjes lagen als doode goudvischjes tusschen suiker en griesmeel. Ik zal dus ook wel een beetje fosfor eten! Men zegt dat fosfor nuttig is voor de hersens! Verteren doe ik hem vast want ik heb een maag als een struisvogel. Ik ben erg nieuwsgierig naar die Zeeuwsche mosselen doch zal ze bewaren voor Juli. Zoo'n roggebrood heeft altijd iets plezierigs voor me: het doet me aan betere dagen denken, aan een antediluviaansch genoeglijk ontbijt. Wat ik nog van de suiker wou zeggen: dien Donald bij me bestelt, en dien ik voor hem koop, is veel te duur voor mijn eigen gebruik: 100 francs per kilo, wat in zekeren zin nog spotgoedkoop is omdat Roland in een suiker-gewest woont, maar hij mag niet uitgevoerd worden, en omdat een verzending door Roland in de gaten zou loopen, bestelt Donald hem bij mij! O tempora! O mores! Wie had ooit gedacht dat men zooveel hommeles zou hebben voor een paar pond suiker. Van je paling-pastei heb ik nu 3 blikjes. Melk 1 blik (mijn snoode dochter nam de rest mee op haar heiligen tocht!) Wat me het meest verheugt blijven nog de lucifers, want ik houd steeds meer van het spel dan van de knikkers! Voor een poosje heb ik er nu genoeg. Je moet ze ook niet meer los in een enveloppe sturen. Te veel koppen raken beschadigd. Maar als spel was dat verbazend, ik mag gerust zeggen vervoerend leuk, en aardig, en lief. Wat ik je nog vragen wou: als iemand duizend-maal een gezellig potje kookt (wat heelemaal mijn specialiteit niet is helaas!) weegt dat op tegen één-maal ontrouw? of twee-maal, meermaal ontrouw? Wat is jouw visie daarop? Mijn specialiteit zou eer zijn trouw, en de heele rest naar de maan laten loopen, hetgeen misschien ook weer zijn inconveniënten heeft (niet voor mij) hoewel op de maan het er wel prettig kan toegaan. Wat is jouw visie daarop? De gezelligheid, mijn incommensurabele schat, zal wel voor 80 à 90 % door jou gefourneerd moeten worden. Ik ben er zeker toegankelijk voor, en stellig voor de gezelligheid die van jou komt, maar in dit opzicht ben ik voor geen duit inventief, noch creatief, en geloof me gerust een echte drooge stokvisch te mogen achten. Ik zeg 't je van te voren. Dan kun je voorraad inslaan! Ik denk opeens aan wat Anny me een keer zei toen ze boos was: "Waar heb jij geleerd met een vrouw om te gaan?!" En dat is zoo. Ik heb dat nooit en nergens geleerd! Ik ben een ongelikte beer, helaas! Ik zeg 't je van te voren! En wat is jouw visie ook dáárop? Dat doet me opeens aan Beethoven denken. Wist je dat Beethoven nooit "in de maat" heeft kunnen dansen?! Je kunt zeggen wat je wilt maar dat blijft een tekort. En toch is 't onmogelijk je den auteur der laatste kwartetten, en zelfs niet der Appassionata voor te stellen als iemand die in de maat danst! Maar ik zit geweldig te zwammen. Het wordt donker buiten en ik ga mijn havermoutje opwarmen. Tot dadelijk!

8 ½ uur

Zie zoo; dat heeft geen drie kwartier gekost. En om eerlijk te zijn moet ik je bekennen dat ik van mijn snoode dochter een saucisse gegapt heb, die gisteren met 2 jurkjes uit Amerika kwam. Zij noemen dat sausage. Hoe vin-je zoo'n taaltje? Ik kan er nooit aan wennen. Voor meer dan de helft: 't Fransch geradbraakt door menschen die hun mond zoo zetten omdat ze geen erg mooi karakter hebben. Achter al die mond-zettingen schuilt iets moreel-leelijks.

Het onweert. Ben je bang van onweer? Mijn moeder was er als de dood voor. Toen ik 2 jaar was zat ze met mij op haar schoot mijn jongere broer te wiegen bij een onweer. Opeens komt er een vurige bal zoo groot als een vuist in de kamer, blijft hangen boven de wieg en balanceert er mee op en neer. Na een poosje gebengeld te hebben ging hij door den muur naar buiten en ontplofte met een reusachtigen knal. Van zoo'n schrik bekom je wel nooit heelemaal geloof ik als je moeder bent.

Daar straks in den trein zat ik je te schrijven op "André Gide et la Musique" par G. Jean-Aubry. Ken je Gide? Ken je La porte étroite, – L'immoraliste – Si le grain ne meurt – Les caves du Vatican? – Ik houd van den schrijver, maar ik houd niet van den mensch Gide, en dat bederft me mijn geneugte in den schrijver. Hij heeft (zooals iedereen!) een spiritueele en een vleeschelijke natuur, welke laatste hij gelijk alle ware protestanten zondig acht. Om aan de zondigheid te ontkomen heeft hij, gelijk sommige oude ketters, geen beter middel gevonden dan zich tot over de ooren in de zondigheid te dompelen, en hij oordeelde het ook noodzakelijk om daar litteratuur van te maken. Als 't nog normale zondigheid was zou ik daar niets op tegen hebben. Maar het exhibitionisme van homosexueelen heb ik nooit kunnen uitstaan. Het is voor mij een dégoûtation om de sodomieterij dezelfde voortreffelijkheden toe te dichten als aan de normale liefde, en als ik 't reeds onverdraaglijk vind om een homme à femmes te hooren snoeven op zijn conquêtes, dat walgt me nog meer van een homosexueel. Wat mij eveneens ergert in Gide is de situatie waarin hij zijn vrouw geplaatst heeft. In 't zelfde boek (Si le grain ne meurt) waarin hij in bladzijden van werkelijke schoonheid zijn liefde beschrijft voor zijn nichtje Emmanuèle (die hem eerst niet wil trouwen, maar die hem later toch trouwt) beschrijft hij ook zijn "bevrijdende" homosexueele ontdekkingen en vermakelijkheden. Ik weet niet hoe de zeer puur geschilderde Emmanuèle dat opvat, maar ik vind zoo iets van een misselijke, onduldbare smakeloosheid. In de Caves du Vatican brengt hij een jongen man ten tooneele die gratis voor niets iemand vermoordt, alleen uit een soort van satanisme, door hem uit een rijdenden trein te smijten. Gide is overigens in zijn jeugd een epigoon en een copist geweest van Friedrich Nietzsche. Ik houd hem voor een der grootste en diaboliekste bedervers van het hedendaagsche Frankrijk, een echte demoraliseerder van jonge lieden en zulke menschen detesteer ik.

Hij heeft echter ook goede kanten (juist als Nietzsche) en dat is weer het vervelende. Zulke verpesters, die ik graag een molensteen om den hals zou doen, hebben talent en genie gekregen vanuit den hemel, of vanuit de hel! Onder een aantal andere dingen waarover ik hem met genoegen lees, redeneert en schrijft Gide beter over muziek dan alle huidige muziek-critici en componisten van Frankrijk te zamen. Wist jij dat hij een echt musicus is en even gedegen als een beroepsmuzikant? Hij heeft periodes in zijn leven gehad dat hij 5 à 6 uren piano studeerde per dag! Als je dat niet weet raad je nooit wat hij 't liefst speelt! Das Wohltemperierte Klavier! En mooier nog: de onuitvoerbare Kunst der Fuge! Ik argwaan haast dat hij opsnijdt. Maar hij geeft dan ook weer zoo'n penetrante karakteristiek van de Kunst der Fuge dat ik bijna niet meer durf te twijfelen. Zijn lievelingsauteur is Chopin en hij motiveert uitstekend waarom. Want Chopin behoort ook voor mij tot de alleruitnemendsten. Om je te laten zien hoe precies hij de voornaamste fout van zoo goed als alle Chopin-spelers bemerkt heeft, en hoe goed hij dus Chopin begrijpt, copieer ik je een citaat:

"D'autres, et en grand nombre, jouent et joueront Bach aussi bien et même mieux que moi. Il n'y faut pas tant de malice. Pour Chopin, c'est une autre affaire, il y fallait une compréhension particulière que je ne vois pas que puisse avoir un musicien qui ne serait pas surtout un artiste. Je sais très bien ce que j'entends par là. Il n'est pas jusqu'à ce certain sens de fantastique, par quoi il ne rejoigne également Baudelaire. Ils ne savent pas le jouer. Ils faussent l'intonation même de sa voix. Ils se lancent dans un poème de Chopin comme des gens qui seraient d'avance parfaitement sûrs de leur affaire. Il y faudrait du doute, de la surprise, du tremblement; surtout pas d'esprit; mais non plus pas de sottise, c'est à dire pas d'infatuation. C'est trop demander au virtuose."

Nu ik dit overschijf bevalt 't me minder dan toen ik het las. De formuleering is te vaag, te weinig nauwkeurig. Maar het gebrek zelf heeft hij bij de virtuozen toch wel exact aangevoeld. Ik ken er geen enkel die nog een snars begrijpt van Chopin.

Hoe speelt Peter eigenlijk Chopin? Ik had daar laatst wel een karakteriseering van willen lezen door jou. Kan hij de Barcarolle, de Berceuse zóó uitvoeren dat het geen modische litographie is uit dien tijd, maar dat hij je terugplaatst in de extatische gelukssfeer waarin die twee stukken geconcipieerd zijn? En het langzame deel uit het si-mineur (h moll!) scherzo met zijn nachtelijke, feeërieke, bedwelmende ondertoon? En zooveel nocturnes? Als Chopin juist geïntoneerd wordt is er géén componist die 't bij hem haalt in zuivere, rijke, eenvoudige menschelijkheid met altijd een aura eromheen van iets goddelijks, en altijd exalteerend. Daarbij nog is zijn rijkdom als musicus, als harmonisch en melodisch technicus inimaginable. Hij overtreft hierin Wagner en Liszt.

Ik vergat heelemaal je te zeggen dat er bij mijn thuiskomst geen brief voor me was! Natuurlijk niet. Ik teer nu altijd nog op die twee armetierige velletjes van Woensdag en Donderdag. Op de lange voorgaande ben ik uitgegraaid. Er bleef niets anders over dan Freud en die is nu geliquideerd. Wat mankeert die post weer! Op geen enkel der brieven welke ik 's avonds buste kreeg ik totnutoe antwoord. Alsof ze verloren gingen in den zwarten nacht.

Ma petite, belle, multiple, mystérieuse et adorable véronique bleue, ma Théa, nu ik aan het einde geraak van dit dubbel-briefje, zou ik toch graag wel eens iets anders willen doen dan schrijven! En graag iets anders dan je schriftelijk in mijn armen te nemen ook al straalt daar voor ons beiden soms die goede geheimzinnige gloed vanuit! Tòch, terwijl ik dit zeg, ben ik al in je kamertje, bij jou, en voel ik je liefheid. Ik zie hoe je me aankijkt, een beetje lachend van tusschen je wimpers, half speelsch, een tikje langoureus, maar vriendelijk en innig. Ik kniel voor je bed. Ik schuif de deken een eindje terug. Ik grijp een hand van je en breng haar naar mijn lippen voor een langen zoen. Jij glimlacht. Je trekt je hand terug maar ik laat haar niet los en je haalt me naar je toe. Wat zeg je? Tu viens? Als je wilt dat ik bij je kom zeg het dan, liefste, aan

je Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA