19460405a Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 5 april 1946

5 April '46

Lieve Matthijs, Joanna en ik zijn vanochtend samen uitgegaan met één sleutel, die J. meegenomen heeft toen wij uit elkaar gingen (omdat ik later thuis zou komen). Nu heb ik iemand, waarvan ik zeker verwachtte dat zij thuis zou zijn, niet aangetroffen en ben eerder terug dan J. en kan het huis niet in. Ik heb toevallig ook geen boodschappen te doen, omdat wij de stad uit zijn de volgende dagen, daarom ben ik nu maar op een muurtje van een tuin geklommen, na een blocje en een potlood mij aangeschaft te hebben, ten einde tot een midden-ding tusschen irreëele en reëele bavardage met mijn Matthijs te kunnen geraken! De zon schijnt een beetje mat vandaag, J. en ik hebben alletwee hoofdpijn, het is waarschijnlijk tè mooi, tè warm geweest, het zal misschien wel gaan onweeren. Gisteren was het zomer; J. heeft de vrienden uit Amerika afgehaald, op Schiphol uren moeten wachten en heeft er zitten bakken in de zon. Wij hadden gerekend hen op de lunch te hebben, maar de berichten van de K.L.M., die ik in den loop van den morgen kreeg, waren wel zoo dat ik begreep dat het wel te laat zou worden. Gelukkig maar dat ik aan jou geschreven had en de pakjes gemaakt, want net was ik van het postkantoor terug, toen er een heele invasie kwam: 12 menschen, die hen afgehaald hadden. We hebben toen ijlings thee gemaakt en beschuitjes en het was heel geanimeerd. Een oogenblik dacht ik: ik wou dat ik eens ooit geen gastvrouw hoefde te zijn – een beetje geduld moest ik hebben, want 's avonds waren we heusch alleen, konden de liederen voor den Bosch studeeren en een beetje kleeren in orde maken.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA