19460326 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 26 maart 1946

26 Mrt. '46

"Mijn onvergelijkbare", dat kan ik tot jou zonder vrees nu "even foutief als geniaal" te zijn, met een gerust hart, zeggen! Hij doorstroomt me van alle kanten, je feest-brief van Donderdagavond en je hunkerbrief van Vrijdag. Liefste, hoe is ’t toch mogelijk dat je zóóveel van me houdt? Hoe kan ik dat waar maken, wat je van me denkt? "Ongeëvenaard" is niet gering! Weet je wel dat je (dans le temps!) altijd zocht naar de juiste, de precieze formuleering? Of ik het ben, weet ik niet, maar jij bent zeker "ontzaglijk lief", dat je me zoòveel moois en heerlijks weer schreef. Wat meen je ermee dat ik over je "beschikt" heb? Zoover ik weet ben ik de passiviteit zelve! Ik begrijp ook niet hoe het kan dat er geen "punten van vergelijking" zijn tusschen dit van ons en "iets vroegers"; ik ben erg benieuwd ernaar dat je me dat eens zult uitleggen. Al lezende in je brief krijg ik den indruk dat ik er allemaàl niets van snap: waarom lever je je aan mij over en wat houdt dat in? Je schreef dat al eens meer: "je kunt doen met me wat je wilt" – maar ik doè toch eigenlijk niets met je? En waarom "hoort het zoo"? Waarom zou ik een verantwoordelijkheid ook over jou te dragen hebben? Hoe kom je op het idee van een "systeem van beproevingen"? Laatst zei je nog dat ik, wanneer ik het je moeilijk maakte, het deed "d’une manière si simple, si innocente". Dat vond ik dichter bij de waarheid. Een "systeem" is heelemaal te gek om los te loopen, vind je ook niet Matthijs (mijn onvergelijkbare) en "beproevingen": ja, ik moet dan zeker mijn verstand beter gaan gebruiken – ik zal mijn best doen!

Van die pakjes bieten had ik nauwelijks verwacht dat ze zouden aankomen: het was zoo lastig van die ronde boveneinden een pakje te maken, waar het touwtje niet van afsukkelde. Maar ik dacht "tant pis", als ze niet aankomen, bieten is wel het minderwaardigste wat je sturen kunt. En nu krijg ik er zooveel lyriek voor terug! Dat blikje ragout (zooals ze dat smeersel noemen) zal zijn touwtje wèl verloren hebben, denk ik, en daardoor zoek geraakt zijn; ik heb niet genoeg kleine doosjes voor de verpakking, merk ik wel. Die ragout is op ’t oogenblik weer niet te krijgen, nu heb ik vandaag vischkuit gestuurd, dat is een beetje vet, kan je boter mee sparen. Ik deed er een roggebroodje bij, want daar is het ’t lekkerste op. Ik wou dus zeggen dat het me "genoegen" doet, en niet zoo’n beetje, om je "malligheden" te lezen!

Hoe vind je het, dat, toen jij eén van die 200.000 huizen wilde huren, die man, dat soortement makelaar, me juist had opgebeld (om ± ½ 2)? Je bent een gekkerd, je hebt die oud-leerling van me zeker betooverd! In welk opzicht ben je eigenlijk niet zèker van me? Is het omdat ik het zoo moeilijk vind om van "liefde" te spreken? Of denk je dat ik wel eens een gril kon hebben en met een ander in zee gaan? Of dat ik te veel bachelor ben en te veel aan J. gehecht? Wat is het eigenlijk?

Ik ben doodmoe in mijn beenen, heb vanochtend boodschappen gedaan in de stad en aangezien lijn 2 nog niet loopt, moet je alles te voet doen. Precies 3 uur heb ik noodig gehad! Hadden we toch maar weer een fiets! Ik ben in de Nieuwe Kerk ook even naar de verzetstentoonstelling gaan kijken ("Weerbare Democratie"): wel indrukwekkend door de documentatie, maar artistiek niet fraai.

Ma bouche sur ta bouche,1

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA

  1. Variant op een regel uit La chevelure, het tweede lied van de Trois Chansons de Bilitis.