19460310a Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 10 maart 1946

Zondag.

Nu de begrooting. Ik zei dat het gecompliceerd was omdat ik geloof dat de posten die je noemde niet de belangrijkste zijn of althans niet meer dan de helft uitmaken van wat je uit te geven hebt. Kleeren voor je te krijgen, gedragen kleeren, lijkt me heel erg moeilijk; je bent groot en breed en de menschen hier dragen hun kleeren nu ook tot de laatste draad op. Je zult dus, als je er bonnen voor krijgt, wat moeten koopen en dat is mateloos duur. Door de liquidatie van Holtwick hebben wij een aantal zaken beschikbaar voor je behuizing, maar wij hebben van allerlei weggegeven en er is b.v. niet het allergeringste aanwezig van gordijnen of iets op den grond. Heelemaal zonder iets is wel ongezellig, hier in huis is ook niets meer wat nog dienen kan, dus zullen we toch enkele dingen wel op een veiling moeten koopen en dat is al even mateloos duur als de kleeren. Het is niet om je somber te stemmen dat ik dit zeg, het zal best in orde komen, daar twijfel ik niet aan, maar ik wil maar zeggen dat je er met dat budget van wonen en eten niet bent. Want dan komt er nog de huur van La Bicoque bij en een afbetaling op je schulden en je trammen en treinen (zomerreisje naar L.!) en de aanschaf van de radio! Misschien zou jij in je eentje kunnen wonen / eten en belasting betalen van f 2000,-. Dan hield je de rest over [voor] afbetalen en aanschaffen.

Maar nu ik. Als ik de lessen opgeef, scheelt me dat ongeveer f 1000,-. Die moeten ergens vandaan komen, want ik zie niet in dat mijn leven goedkooper wordt. En van jou kunnen ze niet komen, want dan houd je te weinig over. Voorloopig zal ik ze dus maar niet afschaffen, denk ik. (al zou het heerlijk zijn.) Ik heb tusschen de 4 en 5000 gulden inkomen. f 1000,- rente, 1000,- lessen, 1000,- Parool, 450,- Holtwick1 en de rest concerten. Voor kleeren, cadeaux, premie voor levensverzekering, de behandeling van Puckie, apotheker en tandarts, trammen, treinen, het onderhoud van de vleugels en aanschaf van muziek heb ik ca. f 1500,- noodig. Het onderhoud van Holtwick is heel ongelijk. De belasting vergt een of ander enorm bedrag en aan het "huishouden" betaal ik f 1200,- of wat er meer noodig is. (Ben ik nu uitvoerig genoeg?) Nu sluit zich hierbij aan de kwestie van het wonen. Zou ik bij joù wonen en zou J. hier blijven, dan zou ik haar moeten subsidieeren om dat mogelijk te maken2 en bovendien zouden jij en ik een duurdere behuizing moeten hebben. Jij in de nok en ik ergens beneden is een volkomen onvindbare ideaal-toestand. Jij in de nok is al niet te vinden, laat staan ik ergens beneden. Ik zie dan ook voorloopig geen andere mogelijkheid dan gescheiden wonen en een tweede bed bij jou. Maar ik ontveins me niet dat dat voor mij het leven nog drukker maakt. Aan huishoudelijke hulp valt niet te denken en ik zal dus joùw huisje moeten onderhouden en hier meehelpen, want hoe zou J. dat alleen kunnen als we het nu met zijn tweeën maar amper aankunnen tusschen alle andere rommel door? Àls ik iets voor je vind, zal het toch in de binnenstad moeten zijn, want hier in de buurt is alles even gehoorig en zou het al een wonder zijn als je niet tusschen de radio's zat. Dat heen en weer vliegen, voorloopig zonder fiets, komt er dus ook bij. Stel je dus niets voor van een "magnifieke pianiste". Die zou ik trouwens toch niet worden, want mijn technische capaciteiten zijn daarvoor veel te gering en ik ben al mijn leven te zwak geweest (en heb het de laatste jaren te druk gehad) om behoorlijk te studeeren. Toch zou ik het spelen, geloof ik, niet graag opgeven en alleen maar huisvrouw worden of hoogstens huisvrouw en recensente. Als ik niet studeer, ga ik hollend achteruit en dan zou ik niet eens meer met J. kunnen werken of optreden. Het studeeren zou dan hier moeten gebeuren. Maar J. vraagt zich ook wel eens af, of zij in dit huis zal blijven, als ik er dan toch gedeeltelijk weg ben. Dat is allemaal van later zorg, het zijn aspecten waar we eens over na kunnen denken. Tot nu toe heb ik er maar rustig heelemaal niet over nagedacht, omdat ik er eigenlijk totaal geen kijk op heb, ik heb zoo'n idee dat ik het wel zien zal hoe het loopt! Dat eten eens per dag van jou bij ons lijkt J. en mij niet bijzonder aanlokkelijk. Het zit 'em voor J. er niet in (zoomin als voor mij in de Engeljan-aangelegenheid) of zij alleen is of niet, maar of zij alleen is met mìj. Bovendien is voor jou en mij "samen eten gezellig". J. vroeg zich af waar dat heele trouwen dan in bestond als er eventueel bij jou èn bij mij één bed zou staan en jij en ik niet samen zouden eten!

Zoo heel erg simpel vind ik het dus niet, maar we zullen het wel zien. Afwachten maar wat het beste beentje zal uitrichten! Een radio vrees ik (hoop ik!) zal nog niet te krijgen zijn, of misschien over een half jaar ook wel. Met die 15.000 frs kan je dan tenminste de Mairie terugbetalen en nog wat; misschien moeten we er in Juli van leven als ik geen geld meekrijg.

Vanochtend in de kerk viel me te binnen of ik je niet een gouden tientje in een pakje cereal (b.v.) zou sturen. Denk er eens goed over na of het niet geschikt zou zijn. Eerst dacht ik, ik moet het maar gewoon doen, geen toestemming afwachten, maar als je niet zou weten hoe je het verkoopen moest, had het geen zin. Kan Roland het eens voor je doen? Ik zal zooveel mogelijk pakjes sturen, opdat je dochter zoo min mogelijk inkoopen te doen heeft. Het hangt helaas ook van den tijd af, het kost altijd even tijd het pakje maken en naar het postkantoor gaan. Als er nog gedroogde groente te krijgen is, stuur ik dat ook maar, want groente is misschien duur, net als hier, en aardappelen met linzen is toch een beetje een dood maal, hè? Zingt je dochter niet om jou te sparen of uit een boete-gedachte? Heb jij mij geen "offertje" (o afgrijselijk woord) op te leggen?

Wat een gekke brief, hè? Niets geen Pyramus en Thisbe-atmosfeer. Dat "overvloeien" is wel een heel goed woord, dat voel ik soms ook. Nu niet, nu ben ik te droog, maar ik houd met het zuivere/onzuivere intellect heel, heel veel van mijn Matthijs,

ik ben

je

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA

  1. Thea en Joanna ontvingen ieder de helft van de verhuur van het huis in Laren.
  2. Uiteindelijk is als oplossing gekozen voor het verhuren van de onderste etage aan twee onderhuurders.