19460308 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 8-9 maart 1946

Louveciennes

8 Maart 1946

's avonds

Mijn dierbare Schat,

de avond schemert wit. Jij komt terug van de koningin. Hebben jullie elkaar kunnen spreken, toespreken? Hoe mooi zou dat kunnen zijn, om, als in een oude tragedie, na deze jaren, een paar eenvoudige, uit het hart komende woorden te zeggen tot zijne Vorstin, en van haar eveneens zoo'n klank te hooren! Maar ik vrees dat 't protocol dit verhinderd heeft. Of jij, heb je misschien toch dat wonder gedaan? En niet te moe? Ik ook niet. Doch ik schrijf je slordig en snel. Den heelen dag bracht ik weer door in dat soort van trance waarin ik even gemakkelijk communicatie met je heb als met mezelf. Vreemd. Ik vraag me ook soms: hoe zal dat zijn in de werkelijkheid?! Maar ik ben niet bang voor dat "hoe", ik ben alleen nieuwsgierig naar de natuur van dat "hoe", wat we zelf zullen maken, door een bijna automatische uitwisseling onzer gewaarwordingen, zooals wij het nu maken. Gewaarwordingen is niet de juiste term. Onze wederzijdsche invloeden, onze reacties op elkaar. En dit is evenmin exact. "Hoe" zich die psychische, spiritueele vibraties zullen realiseeren, materialiseeren. Het is onmogelijk dat die realiseering niet adaequaat, equivalent zal zijn, passend als inhoud en vorm. Maar "hoe"? Ik ben daar buitengewoon benieuwd naar.

Hier onderbroken door een concert van Engelsche kamermuziek. Liederen van B. Britten. De afstand tusschen Britten en H. Wolf, zelfs Schumann, leek me niet groot. Geen zier personnaliteit in de conceptie der melodie, noch in 't rythme. Kolossale tegenvaller. Waarop berust die faam? Dàn is Reynaldo Hahn ook een merkwaardig componist. Daarna het 2de Strijkkwartet van Michael Tippett. Ik hoop den naam goed te orthographeeren want ik verneem hem voor 't eerst. Hij werd aangekondigd als iemand die zijn studies gemaakt had bij de polyphonisten. De Hemel beware me. Allemaal maat-groepeeringen van twee – wat me dikwijls bij de Franschen (Ravel) reeds ergert. Maar Ravel had inventie, een "niveau", een verbeelding van innerlijke en uiterlijke schoonheid. Tippett is een kantoorklerk die noten combineert in plaats van cijfers. Droogstoppeliger dan een klerk. Geen spoor van inwendige impuls, van levende gedachte. Geen spoor van polyphonie! Zelfs niet in 't adagio, dat een saaie fuga is. In wat voor moeras zijn we versukkeld? Bestaat er geen critiek meer? Geen enkele maatstaf? Nergens?

Alweer een afkammerij! En als ik je verslag geleverd had van elk concert dat ik hoorde sinds we elkaar "kennen" dan hadt je er nog twintig meer. Wil je gelooven dat daar moed voor noodig is? Moed om, – als je ziet dat je moederziel alleen bent – te zeggen tegen allen in: ik weet 't beter, en moed om nooit te twijfelen dat je 't beter weet? Want het gebeurt me soms te denken: Wie vergist zich? Ik, of die menigte van bazelaars? Dan kan ik mij herinneren (gelukkig) wat 't quartet van Debussy was in zijn tijd, of een ander werk. Wat "standing" is, ideaal, persoonlijkheid, schoonheid, muziek. Welk een inzinking, verlaging! En dat duurt al een kwart eeuw.

Je vroeg me, tot wanneer "mijn" muziekgeschiedenis zal gaan. Tot den eersten wereld-oorlog? Neen, liefste, ze moet gaan tot het jaar 2000. In ernst. Ziehier zeer schematisch het algemeen plan: Na een lange periode van aanloop, waarin enkele theoretische basissen gelegd worden, en waarvan niets (par manière de dire) overblijft dan het Gregoriaansch, ontwaar ik in de muziek drie phasen, drie directies. De eerste begint bij het vocale contrapunt, ontluikt, bloeit uit tot Lassus en Palestrina. Dan begint alles van voren af aan (ongeveer 1600) op nieuwe uitgangspunten, groeit, gedijt, ontluikt en geeft een bloesem van dezelfde contrapuntische factuur in Bach en Händel. Dan (ongeveer 1750) begint alles wederom van voren af aan met de eerste symphonici. We naderen het eind dezer periode, die, wanneer de muziek dezelfde logische, natuurlijke ontwikkelingslijn volgt der twee andere phasen, in een soortgelijken polyphonen bloei moet eindigen, en, zuiver technisch beschouwd, niet anders kàn eindigen. Verder dan dit jaar 2000 echter reikt mijn verbeelding niet! Van wat er daarna komt heb ik niet het vaagste idee. Maar ik kan de muziek "schilderen" gelijk ze omstreeks 1990 zal moeten zijn, wanneer zij (ik zeg Zij!) voortgroeit met dezelfde interne logica, wetmatigheid welke zij voorheen getoond heeft. En daar is voor mij geen twijfel aan. Dat doet ze stellig. Tegen allen in, als 't moet. Ik verwacht dat je er dan nog bent om mijn beweringen te controleeren. En ik ook, als 't iets wil! Ik zal dan pas 101 jaar zijn!

Weet je wat haast ongelooflijk is, wanneer men de evolutie der muziek technisch onderzoekt? (en met de noodige opmerkzaamheid.) Hoe autonoom zij geleefd heeft; als een soort van spiritueel natuur-verschijnsel, dat zich van de menschen zou bedienen als van simpele instrumenten. En ducht niet dat ik fantaseer. De feiten zijn er en ik houd me aan de feiten.

Hierna geef ik je een zoen op je neus en kom je onderstoppen. Hoe slaap je? Op je linker of op je rechter zij, of op je rug?? Dat weet ik nog niet eens. Vertel 't me;

et dors bien, ma Théa.

9 Maart Zaterdag

Ce qu'il faut quelquefois comme courage, les jours sans lettre, qui sont longs comme des jours sans pain! Que de courage il faut, certains jours, pour ne pas douter qu'on "tient le bon bout" envers et contre le monde entier. Remonter la pente (sans lettre!) quand on s'est réveillé dans la désolation. Ce pauvre Sisyphe! C'est épouvantable.

Curieux comme la musique de notre temps me décourage. Je me sens tellement seul, sur une île déserte. J'aimerais un milliard de fois mieux de pouvoir admirer, aimer. Quelle torture. Ne pas se plaindre? Jamais? Peut-être. Mais est-ce possible?

Vanochtend het eerste No ontvangen van "Mensch en Melodie"; deprimeerend; die menschen en ik gebruiken soms dezelfde woorden. B.v. de muziek als natuur-verschijnsel. Voor hen is dat een verschijnsel der materie; voor mij een verschijnsel der ziel. Wij spreken dezelfde taal doch de woorden hebben een heel anderen zin. (Hoe me daarin te acclimatiseeren ; daaraan te adapteeren?!)

Vorige week ontving ik het eerste No van het nieuwe Fransche tijdschrift "Contrepoints". Zelfde desoleerende impressie. De menschen weten niet waarover ze 't hebben, waarover 't gaat. Ce n'est pas affreux pour eux. C'est affreux pour moi. Car moi je suis seul. Et si je doute, il ne me reste rien. Toujours trouver la force de ne jamais douter. Je te le disais déjà hier soir.

Het spreekt vanzelf dat ik nauwgezet de melodie, het rythme, de samenklank, de orchest-behandeling definieer tot het jaar 2000. En geen fantasie. De redeneerende Rede. Maar in flagrant conflict, antithese, met alles wat men tegenwoordig schrijft.

Ook dat woord "autonoom" verstaan zij en ik in een geheel anderen zin!

Je schrijvende kom ik langzamerhand een beetje bij. Ça m'épouvante déjà un peu moins. Ils ne m'auront pas. Jamais ils ne m'auront.

Mais comme ce serait mieux, un milliard de fois mieux, de pouvoir admirer, aimer.

Wil je me bezorgen (als je tijd hebt) Prof. Fokkers verhandeling: "Rekenkundige bespiegelingen der muziek", No 21 van Noorduijns Wetenschappelijke Reeks, Gorinchem 1945.? Het zou nuttig kunnen zijn dat ik weet wat daarin besproken wordt. Kun je me vertellen ook wie dat is Fokker?

Ken je dat gevoel van wenschen te slapen, slapen, slapen, nooit te ontwaken, 30 000 jaar lang? Wagner heeft dat even geïntoneerd (Kundry) in zijn Parsifal. Het bestormt me soms. Zou 't misschien de grond-trilling zijn van onzen sloome-duikelenden tijd? Zich verdedigen natuurlijk... Natuurlijk!

Vindt je 't niet afschrikwekkend zooals ik je noodig heb? Ik zei 't je een paar avonden geleden. Ik zelf schrik ervan.

Hoe zwak! En alles zou misschien tellen voor niets, als er een brief van Thea was geweest voor je Matthijs.

even je oogen, liefste, even je hart

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA