19460306 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 6 maart 1946

6 Mrt. '46

In de tram.

Ik heb gegeten bij mijn vriendin Betsie (die op de Prins Hendrikkade woont). Ik was er in heel lang niet geweest en nu heb ik me moeten haasten om de laatste tram (11 u.) te pakken, zoo aangenaam zaten we te keuvelen. Het zijn goede menschen.

Vóór ik er heenging heb ik een huis voor je bezichtigd in de Jodenbuurt, een huis van dien antiquair, wiens hulp ik eens voor je inriep. Het was ongeschikt, voornamelijk doordat op de verdieping eronder een metaalslijper werkt. Ik weet niet wat dat inhoudt, metaal-slijpen, maar ik voel het bij voorbaat al ondermijn nagels.

Jammer dat de brief van Maandag niet vlug-vlug vanmiddag al gekomen is, want morgen zal er hoogstwaarschijnlijk van schrijven niet komen, wegens H.E.

J. is met Engeljan naar een dinertje met Reinink (secr. gen. K. en W.) en diens toekomstige (2e) vrouw. Het is 12 uur, zij zijn nog niet thuis, maar ik ga maffen.

Bonne nuit, chéri, je t'aime bien, t'es gentil, donne-moi un p'tit baiser par-ci, par-là, dors bien, à tantôt.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA