19460226 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 26-27 februari 1946

Louveciennes

26 Febr. dinsdagavond

Thea, ma lumière,

om je nog geruster te stellen dan van morgen wou ik je even zeggen en aantoonen dat je door die ondervraging van me, in plaats van verkeerd, heel goed hebt gedaan. Primo, omdat er sinds een twintigtal jaren een soort van philosophische theorie is, systematisch toegepast en gepropageerd door de Amerikaansche romanciers, die beweert dat de mensch hermetisch gesloten, onbenaderbaar blijft voor zijn evenmensch, en dat wij gedoemd zouden zijn naast elkaar te leven als eeuwig eenzamen, die van elkander niets kennen dan den tastbaren, uiterlijken vorm. Daarom zijn de modernen zoo gauw uitgekeken op elkaar! Funest. Weinig voor jou met je nieuwsgierigheid en je neiging tot intimiteit. En ik, die potdicht ben voor iedereen, verschanst, ik vond 't wel merkwaardig dat er iemand als jij bij me kwam inbreken, maar als vijand van dat botte isolationisme veel merkwaardiger om die theorie te zien weerleggen door een ondernemende, koelbloedige Fee, en te laten logenstraffen. Dat zou nog 's een onderwerp zijn voor een roman: De vrouw die zoo'n inbraak pleegt. Wat denk je ervan? – Secundo: je inbraak heeft me lang geen kwaad gedaan, doch eer een hoop goeds. Ik had verschillende schaduwkanten in mijn binnenste waar 't broeide, schimmelde, waarover ik met mezelf liefst niet sprak, maar die me daarom niet te minder hinderden, misschien ondermijnden. Je hebt dat knap, sluw en onvervaard voor den dag gehaald. (Hou-je wellicht niet van den naam sluwerd?!) Je hebt dat opgeruimd, in 't licht gebracht. We hebben dat in oogenschouw genomen. We hebben daar samen over gepraat, en nu ik met jou erover praatte kan ik er ook met mezelf over praten, zonder dien hekel of zonder dien onvrede. Ik behoef niets meer uit den weg te gaan. Je bent op jouw manier een exorcist geweest. Zelfs op de oorlogsjaren, die zooveel kwellends bevatten, kan ik nu zonder innerlijk afdeinzen terugzien. Als dat bij geval psychanalyse is dan zou de psychanalyse altijd zoo beoefend moeten worden tusschen mensch en evenmensch, maar zeker tusschen man en vrouw. Dat is nuttig. Je leeft niet meer naast elkaar, doch met en in elkaar. Het is ook interessant; voor beide partijen. Een soort van detective-verhaal. Zou de methode gegeneraliseerd kunnen worden? Eerst enkelen, daarna meer, dan allen? Ik meen 't! Volstrekte openheid. Niets te verbergen, niets te vermoffelen. De volmaakte helderheid basis der liefde. Prachtig, mijn onverschrokken Thea, prachtig, mijn inbreekster, prachtig Thea, ma lumière.

Slaap wel nu, met een zoen op je vragende oogen.

27 Febr. 1946

Woensdag.

Het is reeds half-twee. Geen brief van je. Ik heb den heelen morgen tamelijk voorspoedig gewerkt op een buitengewoon lastige definitie der melodie zooals de middeleeuwse contrapuntisten ze verstonden, zooals ze altijd was, en zooals men haar verstaan moet. De zwarigheid lag in een nauwkeurige en volmaakt heldere formuleering, welke iedereen begrijpen kan.

Al piekerend over het contrapunt ben ik (geloof ik) tot een conclusie geraakt welke ons dichter bij elkaar brengt: Er is géén vooruitgang in den droom, in het idee welke de mensch door afstamming en geboorte in zijn hart, zijn hoofd, zijn geheugen meekrijgt. Maar er is een zekere wisseling, een zekere vooruitgang in de verwezenlijking, de materialiseering van dien droom en dat idee. De grootste kunstenaars van alle tijden vertolken echter immer hetzelfde, het onveranderlijke.

Ik wou je dat gauw nog vertellen vóór 't eten. Mijn middagmaal vindt plaats te twee uur, gelijk in de dagen van Obrecht, François Premier en Louis Quatorze! Dat zullen we waarschijnlijk ook moeten "overbruggen". Je hebt me den heelen ochtend gelokt, lieve leelijkerd, maar ik heb je beminnend je kloek weerstaan. Op 't oogenblik zit je bij me, ik til je lichtelijk op, buig me over je heen, geef je een zoen, en je lacht. Gelukkig werd ik dezen morgen niet wakker met dien gruwelijken smaak der oorlogsjaren. Dat moèt voorbij zijn.

's middags

Aan je vermelding van Orloff had je wel kunnen toevoegen, dunkt me, wat je denkt over hem als artist. Dat die "innerlijke doelmatigheid zijner bewegingen op zichzelf een genot zijn" wil ik graag aannemen, dat is niet te versmaden, maar die kun je ook bewonderen bij een danser, een acrobaat of een trekpaard. Waartoe diende ze bij Orloff voor de uitvoering van je zegt niet welk Concerto? Tschaikowsky? Uitstekend. Maar ik weet niet eens of onze Orloff pianist is of violist. Ik ken hem niet. Misschien komt dit omdat alle solisten hier 50% der recette moeten betalen aan 's lands schatkist wat niemand aanmoedigt om een Fransch podium te betreden. Misschien ook omdat ik de grenzen der gemeente Louveciennes, die zeer uitgestrekt is, slechts zelden overschrijd, en enkel communicatie met de rest der wereld onderhoud per Radio. Ik geef je dus op je kop wegens onvolledigheid van je inlichtingen. Vorige week hoorde ik Variaties voor Piano en Orchest van Daniel Lesur, gespeeld door den auteur, een vrij jong componist. Bereikten ze reeds Holland? Zeer goed werk. Origineele sonore vondsten in de combinaties van hoogen discant en lagen bas. Modern van harmoniek. Doch alle discordantie is getransmuteerd in welluidendheid met behulp van dissonanten. Zoo moet het zijn. De dissonant moet consoneeren. Het is waarlijk te gemakkelijk om grauw en grijnzend ontuig te componeeren. De Variaties op zichzelf waren gecompartimenteerd volgens academisch model, hetgeen me speet, zonder psychologischen samenhang. In het thematisch materiaal, en zelfs in de figuratie-gedeelten der piano, geen enkele verrassing, helaas.

Ken je Pierre le Loup van Prokofieff? een charmant sprookje voor groote menschen. Russische romantiek. Geestig, schalksch, gemoedelijk, pittoresk. Een greintje Duitsch, biedermeier. Aardig en sympathiek. Maar muzikaal gesproken niets nieuws.

Het fundamenteele probleem is immer om alle gewaarwordingen en alle dingen in een ongekende (en mooie, aannemelijke) belichting te plaatsen, zonder ze te veranderen. Nieuwe situaties, nieuwe klimaten te scheppen. Een boom van Ruysdaal en een boom van Corot, welk een verschil! Maar 't blijft een gewone boom. Ik ken geen enkele "jongere" die dat fundamenteele probleem gezien, laat staan opgelost heeft. Het kan harmonisch niet meer opgelost worden. Enkel nog melodisch. Van binnen uit. En er zijn geen "melodisten". De melodisten die er zijn werken op oude, conventionneele manier.

Reeds half vijf. Onbegrijpelijk zooals een dag omvliegt! 't Vorig jaar nog leken de dagen mij dikwijls te lang.

Als ik jou nu eens mag uitvragen: Vanwaar komt bij jou de impressie dat je "alles vies" vindt "van dien aard"? Dat schijnt me niet verstandig. Ik beschouw elk deel van het menschelijk lichaam als een product van den scheppenden geest. In elk bemerk ik zijn vernuft, zijn wijsheid, zijn wensch om het leven aanlokkelijk te maken. Mij dunkt dat je niet 't recht hebt om iets wat uit zijn handen komt (en met zoo goede bedoelingen) "vies" te vinden. Het is idioot om "deze zaken" te overschatten, maar even idioot om ze te onderschatten en te minachten.

Mijn lieve koudbloedigerd, laat je omarmen door

je Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA