19460224a Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 24 februari 1946

24 Febr. '46

Lieve Matthijs, Joanna opperde gisteren of je zou komen luisteren naar het Diepenbrock-feest 15-22 Juni. Niet dat je dan al hier zou hoeven te zijn, maar bij wijze van reisje. Wat denk je ervan? Te lastig? Geen pak om aan te trekken? Er zit aan den anderen kant wel iets ìn. Als het mooi is, zou ik je er natuurlijk graag bij hebben. <J. en ik zingen op het kamermuziek-concert> Òf het mooi wordt als geheel, staat te bezien. Zou je er een beetje zin in hebben? Een reisvergunning te krijgen zal niet zoo moeilijk zijn in verband met je repatrieering: je kunt voorwenden het een en ander voor te bereiden te hebben. Onder welk motto ik mijn vergunning moet krijgen weet ik nog niet. En ik heb zoo’n idee dat ik geen geld mee zal krijgen. Je zult zeggen: dat is van later zorg, maar het bracht me op de gedachte: hoe denk jij dat huis te kunnen aanhouden, van hieruit die huur te betalen? Zou dat tegen dien tijd weer tot de mogelijkheden behooren?

Iets anders ging straks ook door mijn hoofd: of Donald mijn groeten zou gaan brengen bij oude vrienden van me in Weenen; het is vooral om hen dat ik eraan dacht, omdat Donald hen misschien met het een en ander zou kunnen helpen, maar het zou ook kunnen zijn dat Donald het ook wel aardig zou vinden eens in een gewoon huis te zijn, niet altijd onder zijn kameraden. Wat denk je? Het is een echtpaar dat al tegen de 70 loopt, dat is misschien wel afschrikwekkend voor hem? De mijnheer was cavallerie-officier in den vorigen oorlog, een fijne aristocraat (een Engelsche moeder), goed voor zijn manschappen en zijn paarden, het leven philosophisch bekijkend. Hij heeft een geamputeerd been, dat altijd pijnlijk is gebleven. Hij spreekt heel goed Fransch en zijn vrouw, eens kogelrond en gezellig, nu sterk vermagerd en waarschijnlijk nog gezellig, dol op Holland, waar zij veel geweest is, spreekt ook uitstekend Fransch. Ik geef het adres maar op, je kunt nooit weten: Baron en Baronin Waldstätten (familie van die Baronin W. die Mozart geholpen heeft), Capistrangasse 4 Wien VI.

Wat denk je van die titels van v. Eugen (weet je dat hij eigenlijk von Eugen heet, zich sinds den oorlog pas Hollandsch schrijft?) Dat "Panorama" dekt zich waarschijnlijk ongeveer met je "Principen". Volkenkunde lijkt me heelemaal niet in je lijn. De verhouding van poëzie en muziek is boeiend. Zou je daarover wat te berde weten te brengen?

Ik voel plotseling een straal zon op mijn oor – het heeft hier dagen achtereen gesneeuwd en gehageld en gestormd en geregend, en we zijn nog niet aan het end, lijkt het naar de wolken te oordeelen. We hebben een geweldige lekkage en de loodgieter komt niet vóór het droog is. Ik weet niet waar nog torchons vandaan te halen om te dweilen.

Ik zag vanochtend in je brieven van twee jaar geleden dat je toen nog Beste schreef. Pas in Juni, geloof ik, kort voordat wij door de invasie werden afgesneden, kwam je met lieve Thea, lieve Joanna voor den dag. Over A.'s verhouding tot haar graf heb ik nagedacht – we praten er wel eens over. Ik moet nu naar een concert. Ik hoop dat ik morgen een heerlijken brief van je krijg – ik zit n.l. aldoor een beetje in angst, weet je. Ik heb vanochtend ook gezegd: Ecarte de nous – maar niet onbewust. Tu m'aimes toujours? ik heb het niet verbruid? Je l'aime, mon Pipelaire,

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA