19460116 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 16 januari 1946

Louveciennes

16 Januari 1946 Woensdag

Lieve liefste,

Welgemoed ben ik, en je goed gezind! Maar gisteravond kon ik je niet schrijven. Die hybris had mij buitennissig vermoeid. Want soms heb ik de afgrijselijke gedachte dat "de goden" mij langs verlokkende dwaal-wegen naar een klem, naar een afgrond voeren, waar géén ontsnapping meer mogelijk is. Ik verwerp die gedachte met afschuw, met geweld. Ik vind me gemeen en laag, ik verfoei me, dat zulk een misselijke veronderstelling, argwaan, – temidden van al het goede dat mij gewordt – kan opduiken in mijn brein. Ik vind mij vunzig, verachtelijk. Maar bij tijd en wijle moet ik er tegen kampen. Moet ik haar onderdrukken, van mij afjagen, afsmijten, afschoppen. Moet ik er over zegevieren. Weg er mee! Weg er mee! Ik weet wel vanwaar ze mij komt die gedachte. Zij is de grond-toon van onze eeuw. Van onze slecht-geloovige, vermaledeide eeuw. En ik zou je menigen tekst kunnen citeren van haar valsche profeten. Maar weg ermee met die gedachte! weg er mee! Ik wil, ik wil me veilig voelen als het kuiken onder de vleugels der hen, als een vogeltje in zijn nest, als een klein diertje tusschen de pooten zijner moeder, in zijn hol, en al heb ik zelf soms vogeltjes opgeraapt, dood, ongevederd, die vielen uit het nest, toch, en toch, wil ik mij veilig voelen, veilig wèten, in de handen, in het bestuur van hem, mijn Hemelschen Vader.

ik ben dus vroeg naar bed gegaan om wat uit te rusten, heb zeven uren aan één stuk geslapen, en werd verliefd wakker, je wakend droomend naast mij streelend. O, maar even! niet lang! Doch terwijl ik je dit vertel is 't me weer alsof ik je bij me, naast me heb.

zeg, liefste, hou je me voor de mal wanneer je me vraagt "Welke vrouw krijgt dit?", wanneer je me praat van "dankbaarheid voor dit ontzagwekkende" en nog andere extravagante expressies welke mijn liefde je inspireeren?? Ik lees dit graag en niet-graag. Graag, omdat ik je bemin en omdat ik hoop, verlang dat je me bemint. Niet-graag omdat ik mijn liefde voor jou voel als een weldaad van jou, als iets onwaardeerbaars, onschatbaars, een gave waarvoor ik je danken moet.

Het is een intelligente, zeer diplomatische tactiek welke je volgt in je samenwerking met Reeser. Zoo leiden sommige schrandere vrouwen, al suggereerende haar man tot inzicht! Wel aardig van H.E. dat hij zich jouw opinie nog herinnert wanneer hij haar later deelt. Men moet dit prijzen want 't is schaarsch. Doch aardiger zou zijn wanneer hij zich kon onderwerpen aan een meening van je welke jij door even redeneeren bewijzen kunt als deugdelijk. En aardig van jou dat zoo'n mannelijke houding je niet kriegel maakt! Desniettegenstaande zou ik liever hebben dat je die tactiek nooit toepast op mij. In 't begin zou ik het waarschijnlijk niet merken, omdat ik een tikje candide ben, en alles neem voor goede koek als ik vertrouwen heb in iemand! Maar op een keer zou ik het onvermijdelijk in de gaten krijgen en dan zou 't me spijten als 't ware een beetje onderschat geworden zijn. Je kunt bij mij altijd een beroep doen op de redeneering.

Vorige week Maandag, zooals ik je zei, schreef ik aan "mijn" pastoor in Survilliers en ik ontving nog geen antwoord! Zou dat een hersenschim blijken, een begoocheling? Jouw voorspellinkje!? Ik doe mijn best om er geen kwaad van te denken, van mijn pastoor. Doch vanmiddag zend ik hem het klad van mijn brief dat ik toevallig maakte en bewaarde. En denk jij ook geen kwaad! Geen hybris! Je serais sans un sou,... als mijn dochter niet juist een cheqje van 10 dollar ontvangen had van haar vriendin in Amerika! Het gaat dus nog. Mijn boekie vordert; niet snel, maar gestaag.

Geen brief weer van je dezen ochtend; geen lafenis; vasten; teleurstelling; maar geen mismoed, geen kwelling, doch vroolijk in jou, met jou.

Thea, liefste, dierbare, laat je omhelzen, innig, innig

door je goed gezinde

Matthijs

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA