19451206b Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 6 december 1945

6 Dec. '45

Lieve Matthijs, wat doe je me aan: een brief zonder litanie! Je zegt: "vergeef 't me" – hoeveel honderdmaal moet ik jou dan vergiffenis vragen voor het verdriet dat ik je aandoe of aangedaan heb. Ik wist het niet dat ik zoo wreed was geweest. Zondagnacht tusschen 12 en 1 uur was ik zoo sterk met je behept, dat ik dacht dat het een "emissie" van je moest zijn. Misschien heb je toen inderdaad wel erg naar me verlangd, maar ik had er geen idee van dat het uit verdriet was, ik stelde het me in vreugde voor. "Tot dusverre heb je alles verstoord" – dat is ontzettend erg, meer dan ontzettend erg. Hoe is 't mogelijk dat ik dat niet eens wist? Het ongeluk is dat jij zóó absoluut, zóó exclusief bent en ik niet. Nu ben ik weèr wreed, maar het zou toch onvergeeflijk zijn als ik je ook maar een heel klein beetje om de tuin leidde. Ik kan niet verwachten dat ik op mijn 38ste jaar mijn aard nog verander en daarom moèt ik mezelf toonen zooals ik ben. Als jij mij liefhebt, bestaan er dan ook geen vriendschappen meer voor je? En zetelen die vriendschappen niet in je hart? Mag ik niet zeggen dat Peter een stukje van mijn hart heeft, al heeft hij mijn liefde niet? Gaat het hier om woorden alleen misschien? Liefste, keer terug tot je litanie, ik ben er zoo gelukkig mee en jij immers ook.

je

Thea

(Ik heb maar een klein papiertje genomen, omdat ik anders uren schrijf en dat gaat niet.)