19451027a Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 27 oktober 1945

27 Oct. '45

Lieve Matthijs, ben je nu mijn woestijn-heilige? Ik was blij dat er vanochtend wat van je kwam – ik had het al gehoopt, maar het had ook kunnen zijn dat het Maandag was geworden. Was je toch maar niet zwaarder dan het zwaarste lood! Het heeft je geïrriteerd, het Matthijsen – waarom? het was toch maar een grapje van Engeljan; een leelijk woord is 't, dat vind ik ook, maar het was een plagerijtje, meer niet.

Ook over Moeder vind ik je erg zwaar. Had ik nog bijzonderheden gevraagd? Dat herinner ik me niet. Maar waarom denk je "misstappen te begaan?" Wat heeft zooiets nu met convenances te maken? Wat heeft onze heele correspondentie met convenances te maken? Ik dacht dat we zoo intiem waren dat we alles tegen elkaar zeggen konden. Ik moet, geloof ik, weer eens vragen: "is dat zoo erg? ben je daar zoo bang voor"! Ik heb een vreeselijke neiging tot plagen, dat komt van mijn kwajongensachtigheid, ik ben heelemaal niet zwaar – hoe moeten we dat overbruggen? Wat bedoel je met: "ik heb E. gekend in een heel andere gedaante dan jij"? Ik meen: waarom ligt daar een kans tot het begaan van een misstap? Hè, als er eens geen 500 K.M. meer tusschen ons liggen,dan ga ik je een beetje lichter maken, mag dat? En dan maak jij mij maar zwaarder, dan dempen we op die manier de kloof. Ouder of jonger worden wij er niet van, dat geef ik je toe, voor mij telt ook geen leeftijd; "de oude dag" gebruik ik maar voor het gemak, omdat de tijd nu eenmaal een reëel ding is, dat je niet heelemaal weg kunt denken. De afstand, waarin een mensch tot den dood staat, ik bedoel: het aantal jaren dat je scheidt van het déclin van je lichaam, geeft toch een onderscheiden kleur aan je leven – is dat niet zoo? Ik denk daar aan die kwestie van muziek, die in het lichaam aanspreekt – mijn smaad (als je het zoo noemen wilt) gaat uit naar muziek die enkel in het lichaam aanspreekt. Daar ben je het toch mee eens, dat dat niet het hoogste is.

Ik moet uitscheiden. Engeljan leest vanmiddag voor uit zijn gedichten in het Concertgeb. Daar wou ik even heengaan, maar ik moet nog een andere jurk aan, omdat ik vanavond netjes moet zijn en tusschendoor geen tijd meer heb.

Ik weet niet of ik nog eens "liefste" zal riskeeren of dat dat alles weer in opschudding brengt. Beslissen hoef ik toch niets? Waarom? Dat is zoo moeilijk. Laten we maar stuur- en zeilloos van elkaar houden, zoolang we nog ver van elkaar af zijn. Het zou je toch niet helpen als je je in de doornen wentelde, zeg je. Wat hebben we dan te beslissen? Het is eenmaal zoo. En bij mij ook, alleen een beetje anders van kleur. Dat geeft de moeilijkheden, maar op de afstand veel minder dan in de nabijheid. Is dit een beetje olie op de golven? Kan ik je een beetje sereniteit geven? Ik ben verlangend te weten hoe je reageert op mijn antwoord op je "bekentenis". Misschien hoor ik dat Maandag al.

Altijd dezelfde (of vind je me wispelturig?)

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA