19451019 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 19 oktober 1945

19 Oct. 1945

Lieve Matthijs, ik had vanochtend wel een vurigen brief van je verwacht, maar ik had hem gedacht als antwoord op mijn brief van 10 Oct., niet zoomaar ontsproten aan een werkelijke onwerkelijkheid! Hoe het zij, hij laat aan vurigheid niets te wenschen over en ik dank er je voor! Hier kan je toch niet làng mee doorgaan, zoo'n brief lijkt me "reeds een toppunt". En ik voel me schamel dat ik het niet terug kan doen. Hoe teleurgesteld moet je zijn als je van mij niet dien zelfden gloed terug ontvangt. Ik kan er niets aan doen. Ik denk den heelen dag door heel veel aan je, ik voel me, ook al zijn mijn gedachten met andere dingen (!) bezig, nooit van je gescheiden, ik ben zoo intiem met je als geen andere vrouw met een anderen man op aarde, maar tot dit duizelingwekkende van jou ben ik niet in staat. Ik onderga het en als wij samen waren, zou het nog meer in mij overvloeien dan nu – hoewel ik er dan ook banger voor zou zijn – maar uit mijzelf kan ik het niet voortbrengen. In zooverre vind ik er iets griezeligs in dat je je daar werkelijkheden schept die onwerkelijk zijn. Kan het niet met de volle liefelijkheid en de volle intimiteit, maar met minder vervoering? Want er is geen werkelijkheid die hieraan beantwoorden kan. – Maar misschien geniet je er toch zoo van, dat ik je niet mag afkoelen.

Deze consequentie van "zeg maar hoe je het hebben wilt", heb ik niet voorzien, leelijkerd, en een mensch is niet gebonden een belofte te houden die innerlijk anders geformuleerd was dan hij geïnterpreteerd wordt!

Die inleiding van dat stuk in '39 herinner ik me niet meer. Ik dacht dat het een beetje een flauw praatje was. En je raam, is dat niet op de achterkant? Ik dacht dat dat nonnenraampje aan de voorkant was. Pas op, als je litteratuur schrijft!

Of je doen mocht wat je deed die Zondagochtend vroeg? Zou het helpen als ik het verbood? Het eenige effectieve wat ik zou kunnen doen, zou zijn den heelen omgang te staken. Als er geen 500 K.M. tusschen lagen, zou dat vermoedelijk wel noodig zijn. Maar nu die afstand er is, zullen we het maar laten loopen zooals het loopt. Als er later verdriet van komt, is het altijd nog tijd genoeg. En misschien ben je, als je hier terug zou zijn, wel weer in een andere phase, zoodat we dan gelukkig kunnen zijn in onze intimiteit en onze ongelijkheid van vitaliteit niet tot moeilijkheden hoeft te leiden.

Heb ik het programma van 2 Oct.niet geschreven?

Duparc: Elégie, Chanson triste, Extase, Rosemonde

Diepenbrock: Berceuse, Incantation, Mandoline, Puisque l'aube

Debussy: Anacapri, Voiles, Jardin sous la pluie.

" : Bilitis

Wolf: 4 Mörike en 4 Italienisches

de Falla – Nin 4 volksliederen.

Het laatste is een concessie aan de onmuzikale menschen, die altijd dolblij zijn als ze eindelijk iets hooren dat in hun lichaam aanspreekt. Maar het is een mooi progr., vind je niet? Wolf is zooiets zaligs – wij denken wel eens over een heelen Wolf-avond. Dan moet je komen luisteren!

je Thea

(Een maand geleden schreven we nog: veel hartelijks!)

[naschrift onderaan de tweede bladzijde]:

Grappig dat ik je gisteren van Engeljan schreef: (M. wil P.) en dat jij nu de zelfde woorden gebruikt!

Graag hoor ik meer over het "geval"? Het mag.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA