19451013 Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea Diepenbrock

Louveciennes, 13 oktober 1945

Louveciennes

13 oct. 1945

Zaterdagmorgen.

Lieve Thea,

Mijn boeiend raadsel, ik verzuimde je antwoord te geven op je vraag naar mijn ongevoelig en onverschillig worden voor de dierbaarste ervaringen. Ik wil 't zoo kort mogelijk doen en chronometrisch. Ik heb met Anny in onafgebroken amoureus contact gestaan van 26 Dec. 1917, 's avonds, tot 24 Juli 1945, 's morgens. Toen kwam plotseling, onverwacht, ongewild, die periode van afgrondelijke stilte, van lichamelijke levenloosheid, welke in den ochtend van 17 Sept. even plotseling, onverwacht en ongewild, onvermoed zelfs, is opgeheven door jouw briefje van 11 Sept. Wat gebeurde, wat kiemde, wat groeide ondertusschen in mijn onbewustzijn? Hoe kan ik het weten? Daarvoor is het onbewustzijn.

Dank voor dat portretje van Anny. Ik kende het niet. Veertien jaar! Hoe begrijp ik, naar haar ziende, dat de mensch vanaf de vroegste prehistorie den dood geweigerd heeft en de vergankelijkheid!

Geen brief van je dezen morgen. Nog geen antwoord op mijn antwoord van 6 Oct. De groote leegte. De verlatenheid. De nutteloosheid van al 't verdere hier. Heb je reeds ondervonden wat 't is de derelictie? Men meet dan zijn hoop; men bespeurt dan hoe mateloos zij is, en, misschien, redeloos, en, misschien, onvervulbaar, onmogelijk. Wellicht ben je niet vatbaar voor de derelictie? Ik kan 't niet gissen. Maar ik zou willen vermijden dat de eerste zweem ervan je door mij kwam. Daarom dit praatje, dit levensteeken, en alles wat ik zwijg, alles wat ik voel.

je Matthijs

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA