19440509 Matthijs Vermeulen aan Thea en Joanna Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Thea en Joanna Diepenbrock

Louveciennes, 9 mei 1944

Louveciennes

9 mei 1944

Dinsdagmorgen

Beste Thea, Beste Joanna,

Bij nadere beschouwing is het toch maar beter geloof ik dat ik je vanochtend een briefje schrijf, kort of lang. Ik zeg me dit na me zooals iederen morgen voor mijn muziek gezet te hebben. Maar de zon, de malsche schaduwen, al het flonkerende groen maken mij innerlijk lui. Het hart is God weet waar, doch niet bij de noten. Trouwens het Balcon is tot de helft af en zoo ik vandaag aan de tweede helft begin kan het nog een week duren voor ik dat wil laten schieten. En de azuren lucht is vol sombere voorspellingen. Ik durf het niet wagen die naaste toekomst in te treden zonder je nog eenmaal gegroet, gedankt, geëerd en bewonderd te hebben. Voor de rest is zij mij totaal onverschillig die naaste toekomst; maar dat zou ik niet willen missen.

Wel ja, ik maak één strophe per week! Vlugger gaat het niet. Tot mijn grote smart, spijt, woede, wanhoop, vernedering, vermoeienis, etc. Het is zoo helder, zoo eenvoudig wat men in den geest heeft! Het is zoo moeilijk om het nauwkeurig tusschen vijf lijntjes weer te geven! Wat mij schort is dat ik er niet in slaag om rationeel de verhouding, het verband vast te stellen tusschen melodie en harmonie. Goed te verstaan: tusschen mijn melodie en harmonie. Haar verhouding is onderworpen aan zeer strenge en zeer logische wetten. Ik ken ze. Ik voel ze. Ik behoef ze niet meer te ontdekken. Maar het lukt mij niet ze van te voren rationeel te definieeren zoodat ik ze als een pasklaar systeem steeds tot mijn beschikking zou hebben, gelijk ik b.v. het Bach-systeem, het Wagner- of het Debussy-systeem tot mijn beschikking heb wanneer me dat belieft. Eerst wanneer iets van mij definitief op papier staat doorzie en analyseer ik het rationeel, dit wil zeggen als de gewoonste zaak van de wereld. Dat is buitensporig vervelend en ontgoochelend. Men vindt zich een stommerik, een aarts-idioot, een type in het genre van den traditioneelen English die pas drie dagen na het evenement begint te begrijpen wat er gebeurd is. Ik tracht me te troosten met de gedachte dat het anderen ook zoo vergaan is. Alles te zamen genomen en geteld heeft Baudelaire zelf niet eens één strofe per week geschreven en het woord is zooveel simpeler dan de altijd ongeboren muziek! Maar er is iets in me dat zich bij die redeneering niet wil neerleggen en zich blijft verzetten ondanks honderden voorbeelden. Overigens: heb je Le Balcon gelezen of herlezen? Wat een diepte. Wat een verlangen tot illusie. Wat een beklemming en radeloosheid wijl niets duurt, wijl men niets van een gelukkige minuut kan vasthouden dan een paar woorden, een paar teekens. Wat een perfectie. Je ziet uit de laatste strofe dat Nietzsche ook zonder visioen zijn Wiederkehr des Gleichen had kunnen vinden. Het stond in Le Balcon van Charles Baudelaire klaar geformuleerd. Eigenlijk de eenige groote en werkelijke liefde-zang na Tristan. Maar tegelijk hooger van uitzicht en tegelijk nabijer, intiemer, directer, bekorender van uitdrukking. Hij sleept mij mee en hij verplettert me bijna als een blauwe hemel boven het bonzen der bommen.

Neen, lieve plaagster, je krijgt niet de symboliek van je linnenkast. Dat is, zooals Diogenes bewezen heeft, en zooals men ervaren kan in een oorlog, veel minder fundamenteel en essentieel voor den completen mensch dan het stof! Maar over je indrukken van Barrès zou heel wat te zeggen zijn. Je bent een beetje kras. Barrès heeft niet alleen maar zijn ziel betast en er plannetjes mee gemaakt! En als men na den oorlog van 1914 zijn ziel minder bevoeld heeft was dat een gunstig symptoom? Ken je één belangrijke periode in het denken der menschheid, waarin het zoeken naar de ziel niet de voornaamste zaak was? Ik ben het eens met je dat de heele tijd van omstreeks 1890 (de tachtiger generatie) voor ons geen klank, geen zin meer heeft, maar ligt dit niet veel meer hieraan dat die "decadenten" de ziel zochten op de verkeerde wijs of op de verkeerde plaats? Zij hebben geen klank meer voor onzen tijd, doch waar zijn onze eigen tijdgenooten? Ken je iets of ken je veel in onzen tijd wat een bevredigenden klank geeft? Aan onze voorgangers, al gingen ze geheel of gedeeltelijk failliet voor ons, zal men nimmer kunnen ontzeggen dat zij gepoogd hebben, sommigen zelfs boven hun kracht. Van welken onzer tijdgenooten zou je hetzelfde mogen beweren? Een der verdrietigste ervaringen van mijn leven deed ik op den dag dat ik in Richard Strauss een "meester" moest erkennen voor mijn redelijk geweten; en niet omdat hij een meester is in de ware, goede beteekenis, maar eenvoudig omdat niemand tegenwoordig tot hem reikt, omdat niemand in de verste verte het bij hem haalt, en niet alleen van den technischen, maar bovenal van den psychischen gezichtshoek is dat niet minder dan schrikbarend en huiveringwekkend. Wij leven tusschen puinhoopen, reëele en symbolische. Zie je iets in de toekomst wat ook maar één tiende van de psychische en technische vermogens bezit (of er minstens naar streeft ze te bezitten) van de meesters, litteraire en muzikale, aan wie we ontgroeiden en die wij moeten laten vallen, driewerf helaas waar niemand en niets hen vervangt? Ik zou daarover wel eens een debat willen hooren tusschen jou en je vader! Hij noemde Zola nimmer anders dan Zolala. Zijn "ziekelijk" en "decadent" trouwens wel de juiste termen in het licht van vandaag? Is Frankrijk niet veel meer gecrepeerd aan het soort bestiale gezondheid van Zolala dan het ooit had kunnen crepeeren aan de ziekelijkheid, de preciositeit, de gezochtheid (wat eischt dat niet al aan intellectueele discipline en conscientie) van de Goncourt's, Huysmans, Mallarmé, Debussy, Ravel, gesteld dat mentaliteiten van deze categorie de Fransche natie hadden kunnen doordrenken tot haar merg? Om je de waarheid te zeggen weet ik geen raad met het probleem. Maar zeker hadden deze spoken die ons niet meer grijpen kunnen, nimmer "ziel" te veel. En zéker zitten wij onder de puinhoopen en te midden van den miserabelsten afval met de dagelijksche stelligheid van ziel te weinig en ziel onvindbaar. (Waar zou Psyche uithangen tegenwoordig? Waar zwerft ze op zoek naar Eros? Ik heb dezer dagen Apulejus herlezen met genoegen en verrukking.)

Neem mij deze tiraden gelijk Anny zou zeggen niet kwalijk. Hoe modern ook in mijn noten-systeem, ik ben iemand uit het verleden, uit een ongelooflijk ver verleden. En als ik maar een stil en ongemerkt achterdeurtje wist ging ik er onmiddellijk naar terug zonder anderen rouw of andere hoop dan om de paar gelukkige minuten die voorbijgingen, die men niet kan vasthouden, waarvan men in een kreet den terugkeer kan wenschen na de Ptolemeïsche omwenteling van 26.000 jaren (dat is een beetje lang) en die het eenige zijn waaraan men op den avond van den dag waarde toekent omdat men ze nog voelen kan, zeggen en zingen.

Nog een tirade, te duivel.

Maar je hebt mijn groet, mijn innigen dank, mijn eering, mijn bewondering Fée Merveille. Tot den volgenden keer, veel hartelijks van je

Matthijs

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA