19440202 Thea Diepenbrock aan Anny Vermeulen-van Hengst

Thea Diepenbrock

aan

Anny Vermeulen-van Hengst

Amsterdam, 2-3 februari 1944

2 Febr. '44

Lieve Anny, nu heb ik ineens een vacantiedag gehad, d.w.z. ik was nu zóó doodop en dermate verkouden, dat, als ik vandaag niet in bed was gekropen, ik mijn volgende concert (a.s. Zondag) zeker niet gehaald had. Dat was wel zalig: in plaats van in Laren tegen den wind op te tornen en al die fouten aan te hooren en in onverwarmde kamers te zitten, lekker in bed liggen en een beetje brieven schrijven. Het is nu al avond en ik ga, denk ik, geen brief aan je man meer schrijven over dingen, waar ik mijn hoofd bij moet houden, maar ik heb ook nog een brief van jou liggen – die kan ik nog wel beantwoorden, denk ik! Engeljan heb ik gevraagd naar dien Verspoor. Ja, hij was bij hem geweest en hij had gezegd, de Franschen hadden een tekort aan lectuur, nu er zooveel import afgesneden was, en nu wilde hij, nadat er al veel Scandinavische literatuur vertaald was, maar eens aan de Hollanders beginnen. Engeljan had niet veel indruk van hem, maar dat zegt niets, want Engeljan vergeet altijd dadelijk de menschen weer, die hij zoo eens even ziet. Een jong, vlot ventje, zei hij. Die vertaling van Jany's werk is niet recent, voorzoover ik weet, en ik dacht zelfs dat die niet gedrukt was.

Mevrouw Jaffé-Pierson heette vroeger van Rees – misschien zegt je dat wat? Het is een uitgesproken mooie vrouw, donker met grijze oogen. Zij zei niet hoe ze je man gekend had. Mocht hij het zich nu herinneren door den naam v. Rees, dan zal zij het zeker op prijs stellen als hij eens schrijft. Maar het hoeft natuurlijk niet, vooral niet als hij zich de ontmoeting niet kan herinneren. (Zij woont in Huizen, verder adres is niet noodig.)

Jammer van Josquin's aanval op den 21sten. Hoe gaat het nu? Al die verhalen over het hout hakken vind ik griezelig. Van Wezel heeft, geloof ik, zijn concert nog niet gegeven. Ik let er niet meer op, omdat ik nergens heen ga, en in de Rott., die wij nog lezen, staat maar eens een enkel Amsterdamsch concert besproken, alleen als er eens iets bijzonders aan de hand is, d.w.z. gewoonlijk alleen de opera. (ik ben n.l. niet vervangen nadat ik van de krant wegging.) Maar als de sonate gespeeld was, had ik het toch, dunkt me, wel gehoord.

Joanna en ik hebben Zaterdag en Zondag in Arnhem een Diepenbrock-programma gegeven. Er is daar een muzikale meneer, een confectie-handelaar, die aardige plannetjes heeft af en toe en ons hiervoor uitgenoodigd had. We hebben 3 Duitsche, 2 Latijnsche, en na Avondschemer, 5 Fransche liederen gezongen, en na de pauze Elektra gedaan. De ontvangst was heel hartelijk, met spek en een ei aan het ontbijt, en dergelijke grapjes. Verder ben ik met Bertus vreeselijk veel op reis geweest, heb legio piepende pedalen en krakende stoelen afgewerkt. Van de stoel begin ik me altijd dadelijk bij aankomst te vergewissen, maar dikwijls is er geen niet-krakende – Soms is het zoo erg, dat ik onderwijl denk: ik schei ermee uit. Maar het heeft allemaal ook zijn heel leuke kanten. Ik moest alleen tegen de vermoeienis wat beter opgewassen zijn. Na 2 avonden in Baarn volgende week schrijf ik denkelijk weer eens. Veel liefs,

je

Thea

3 Febr. Zooeven je brief van 29 I. Die f 200,- zullen toch van Dec. zijn. De vergunning heeft er zoo lang over gedaan, zooals ik al schreef –

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA