19430219 Thea Diepenbrock aan Matthijs Vermeulen

Thea Diepenbrock

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 19 februari 1943

19 Febr. 43

Beste Mijnheer Vermeulen,

Het eenige wat we nog zouden kunnen doen, is Anny naar Holland laten gaan – hier is er nog wel mogelijkheid om iemand bij te laten eten. Maar zij zal het ook niet willen doen, denk ik. Bertus zei het tegen mij, verleden maand al, toen ik hem vertelde wat u mij geschreven had, en toen leek het me wat vergezocht, omdat ik meende dat er in Frankrijk ook wel een oplossing te vinden moest zijn (ik dacht aan een kaart koopen), maar als die er nu eigenlijk niet is, dan zie ik het geval weer anders. Uw dochter zou dan thuis moeten komen, of de jongens zouden ergens anders in huis moeten en u zou, met een beetje hulp van een werkster die voor u kookt, voor u zelf kunnen zorgen. U zult het idee wel extravagant vinden en Anny zal het zeker dadelijk verwerpen, maar ik vind het toch wel om te overdenken. Want als zij nu in bed ligt, kan zij toch ook het huishouden niet doen en als het erger werd, zou zij zelfs verpleging moeten hebben misschien. De reis is natuurlijk vermoeiend, maar niet onoverkomelijk, en de vergunning daartoe zal, dunkt me, niet geweigerd worden. U zou ook mee kunnen komen, maar ik geloof niet dat u hier ergens zoo ongestoord kunt werken als thuis: alles is hier zoo overgeciviliseerd, er is nergens een plekje dat niet volgebouwd is en waar men door de menschen met rust gelaten wordt. Maar Anny zou hier zeker kunnen opknappen; het is geen land van melk en boter meer, maar voor iemand die, als zij, aan weinig eten gewend is, is er genoeg en de toestand is in ieder geval oneindig gunstiger dan in Frankrijk, dunkt me. Zou lekker uitrusten en verzorgd worden niet wel aanlokkelijk zijn? Zoodra zij opgeknapt zou zijn, zou zij haar mannen weer beter kunnen verzorgen dan nu, moet u denken.

Ik ben blij dat die idiote chèque er nu eindelijk is en hoop dat de volgende ook al is aangekomen. Begin Februari heb ik weer vergunning aangevraagd, voor 450 Mark − die komt dus in Maart. Behalve de vaste bijdragen is er f 10,- bij van Engeljan, een percentage van zijn recette van een lezing bij ons. Voor de rest is het de opbrengst van verschillende malen Winterreise. Bertus en ik deelen altijd, hij gebruikt zijn deel weer voor andere doeleinden. Onlangs zijn we in Elburg geweest, in een mooi oud huis met groote kamers en antieke kasten en een wapenrusting enz., heel leuk, en we moesten van den trein af een half uur in een gammel rijtuigje zitten.

Onze évacué heeft vergunning gekregen naar den Haag op en neer te reizen en nu hebben we gelukkig nog geen andere!

Ik ben benieuwd wat over de finale te hooren − is die in een lichteren toon? Ik heb den tijd van een afgezegde les benut om even te schrijven, later weer eens meer. Veel hartelijks,

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA