19420514 Thea Diepenbrock aan Anny Vermeulen-van Hengst

Thea Diepenbrock

aan

Anny Vermeulen-van Hengst

Amsterdam, 14 mei 1942

Hemelvaartsdag '42

Lieve Fofo, je hebt aan mij geen goeie: ik geef namelijk niets om het tutoyeeren, ik voèl het niet, ik voel geen verschil tusschen u en je, ik ben niet minder intiem als ik u zeg, met gemak zeg ik mijn leven lang u tegen iemand, waar ik door sterke vriendschapsbanden mee verbonden ben – mais puisque tu insistes... Je man noem ik inderdaad altijd meneer Vermeulen òf Vermeulen, als zijnde de componist van dien naam. Ik zou hem niet graag anders noemen, want het was Meneer Vermeulen die met me speelde, toen ik klein was, en hoewel ik nu in onze correspondentie op een andere voet met hem ben, blijft die verhouding toch altijd eenigszins bestaan voor mij. Conventie heeft hier niet mee te maken, wel iets van een conservatief gehecht-zijn aan hierarchieën. Tante Saar de Swart, die vroeger op de Hoeve woonde onder aan de Drift in Laren, die dat feest gegeven heeft voor Pappie's 50sten verjaardag, dat je man, geloof ik, ook heeft bijgewoond, – heeft mij ook eens gevraagd voortaan Saar te zeggen. Ik heb dat toen ook afgeslagen, omdat het begrip èn de woorden "Tante Saar" me te dierbaar waren. Zij is er niet op terug gekomen; jij nu wel, dus nu wil ik het ook niet langer weigeren. "Fofo" is voor mij natuurlijk iets heelemaal aangeleerds, misschien zeg ik nog liever: lieve Anny. "Beste" is een burgerlijk woord, dat geef ik toe, Joanna gebruikt het zoo goed als nooit, geloof ik – zoover ga ik niet in de aesthetiek, want ik vind "beste" toch ook wel iets goeiïgs hebben, dat me sympathiek is.

De geldkwestie moest je eigenlijk maar aan me overlaten! Als we niet meer hebben zal ik het wel zeggen! Zoolang Tante Cécile leeft, heeft "het huishouden", afgezien van f 500,- van een lijfrente van Moeder, het zelfde inkomen als toen Moeder leefde. Je begrijpt dat, al gaf Moeder voor zichzelf ook haast niets uit, we toch iets minder zuinig hoeven te zijn dan vroeger. Natuurlijk is het eten op het oogenblik heel duur, maar daar staat tegenover dat er allerlei uitgaven zijn, die je onmogelijk doen kunt nu. We zouden overal nieuwe matten noodig hebben, je struikelt over de rafels, maar er zijn geen matten te krijgen, behalve Genemuiden, die f 6,- de M2 kosten, wat boven onze stand is.

Toen ik ruim 1 jaar geleden je eersten brief kreeg na den oorlog en ik met een vriend overlegde hoe ik jullie wat zou kunnen sturen, zoolang de clearing nog niet geregeld was, zei hij: neem aan, je wilt f 25,- per maand sturen... Bij dat bedrag heb ik me dadelijk aangesloten en daar is het bij gebleven, dat was blijkbaar net goed geschoten. Daar zijn nu sinds het najaar de f 30,- in de maand van Juffr. Jas, waarover ik je schreef, bij gekomen. Als wij die in onze eigen zak hielden, konden we voor f 600,- in de maand Augustus een huis huren, maar dacht je dat we dan plezier hadden? Ook wanneer we niet het gevoel zouden hebben dat we vrienden te helpen hadden, zouden we dat belachelijk vinden. We hebben nu voor de tweede helft van Juli voor f 80,- een bungalow voor ons tweeën gehuurd in Vaassen, heel primitief, maar heelemaal buiten. Koos krijgt dan in dien tijd vacantie. Als het niet aan één stuk giet, kan het heerlijk zijn! Wat de rest van de ondersteuning aan jullie betreft, die komt van mij. Joanna leeft voortdurend een beetje in schulden, zij verdient niet veel, maar zij is niet te beklagen hoor, want op alle mogelijke naamdagen (en er zijn nogal wat Joannussen), stop ik haar wat toe in geld of goederen, en zoo komt zij toch altijd wel weer uit. En ikzelf heb altijd nog een welgevulde buidel! Als Tante Cécile sterft, dan wordt het ineens heel moeilijk, want dan moeten wij het heele huishoudgeld = f 4000,- missen. Dat is een bedrag dat Goekoop, haar eerste man, op haar naam heeft vastgezet voor Pappie en Moeder. Wij zullen dan moeten zien zelf heelemaal in ons onderhoud te voorzien, dat is niet gemakkelijk, maar het heeft geen nut daarover te gaan zitten piekeren, daarvoor is het leven veel te onverwacht. In normale tijden zouden wij ons, omdat ons inkomen nu iets te groot is, behalve dat we ons huis beter zouden onderhouden, ook wat sparen, maar wat weet je van de waarde van effecten na den oorlog? We zijn dus blij dat er af en toe wat naar Louveciennes verdwijnt. Een andere kwestie is het dat ik het heel prettig zou vinden als er van een andere kant ook nog eens wat kwam. Misschien komt er wel weer eens wat opdagen en anders ga ik weer eens mijn best doen wat los te krijgen – Ben je zoo definitief over scrupules heen?

Wagenaar is gestorven in het najaar – Zijn er behalve zijn broers eigenlijk geen v. Hengsten meer? Flothuis is een van degenen aan wie ik de stukjes-schrijverij kan uitbesteden als ik zelf niet kan – Hans Gruys leeft tamelijk in het duister. Zij zingt het meest nog voor scholen en houdt dan zelf een causerietje erbij, wat zij aardig schijnt te doen. Haar begeleidster, een Estlandsche, is niet erg goed. Da-ag, ik ga naar bed. Veel hartelijks,

Thea

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA