19670128 P.C. Heuwekemeijer aan Matthijs Vermeulen

P.C. Heuwekemeijer

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 28 januari 1967

Amsterdam, 28 januari 1967

Hooggeachte Mathijs Vermeulen,

Ik heb lang − te lang − geaarzeld alvorens te reageren op Uw voortreffelijke beschouwing die onlangs − tot mijn verrassing − in de Groene verscheen. Aanvankelijk meende ik, wanneer ik niet op negatieve opmerkingen reageerde, dit ook niet op waarderende te moeten doen.

Eerst later heb ik begrepen dat ten aanzien van U een uitzondering op deze regel alleszins gerechtvaardigd is.

Vandaar dat ik U nu van harte wil danken voor dit artikel waarin U zich nog ten voeten uit de oude − meestal eenzame − strijder toont voor de waarden waarin U geloofde en nog gelooft.

Ik herinner mij nog zeer goed hoe U jaren geleden met een ontroerende toewijding schreef over het wonder van de dalende drieklank waarmede Verdi zijn Requiem aanving (telkens wanneer ik dit werk hoor, of Schuberts Rosamunde kwartet hoor of speel denk ik daaraan terug). Er is nu een nieuw herinneringspunt ontstaan n.l. Uw treffende beschouwing en Uw ernstige vermaning het symphonieorkest te behouden.

Het valt me moeilijk aan toeval te geloven wanneer ik bedenk dat − terwijl U Uw stuk concipieerde, daarbij denkende aan het Concertgebouworkest, ik ongeveer tezelfdertijd een pleidooi hield voor enkele jonge en uitstekende strijkers Uw strijktrio eens op het repertoire te nemen.

U van harte het beste wensend verblijf ik met gevoelens van hoogachting,

P. Heuwekemeijer

hartelijke groeten ook voor Uw vrouw.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA