19640407 Marc Rozelaar aan Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Marc Rozelaar

aan

Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Jeruzalem, 7 april 1964

Jeruzalem, 7-IV-64

Shlomo Molcho St. 6

Zeer geachte Heer Vermeulen, beste Thea,

Wat heb ik die allervriendelijkste geste van het sturen van de grammofoonplaat met de Nieuwjaarswens gewaardeerd en wat heb ik onvergeeflijk lang gewacht met het ter hand nemen van de pen om ervoor te bedanken!

Als ik dit bij deze dan eindelijk doe, is het echter van gànser harte; en zo ik ook de goede wensen nog retourneer, is het met beschaming, omdat het onmogelijk meer Nieuwjaarswensen kunnen zijn, en in de hoop, dat ze alsnog aanvaard zullen worden mèt vergiffenis voor mijn laskheid.

Ik heb mijn sympathie-gevoelens, dank en beste wensen nog eens extra uitgedrukt naast de reproductie van een olijfboom <ik meen toch, dat ik niet al eerder een stuurde?>, die ik – zonder enige pretentie van eigen stijl of kunst-opvatting – getekend heb, omdat hij mij zo imponeerde doordat hij, uitgehold, verwrongen en geteisterd – kennelijk – door de wonderlijkste & verschrikkelijkste lotswisselingen, ondanks verwaarlozing en verlatenheid elk jaar zijn blaadjes trouw vernieuwt "alsof niets hem deerde". (Deze laatste woorden zijn een citaat, waarde heer Vermeulen, uit Uw ongeëvenaard opstel over Beethoven, dat ik ken uit "Klankbord" en waarin U schrijft: En wàt zong hij... alsof niets hem deerde." Ik heb dit opstel voor de zoveelste keer herlezen nu ik mij voorbereid om binnenkort op twee avonden – dat kan precies – alle werken van B. voor cello & piano uit te voeren.)

Wat Uw sonate betreft, waarde heer Vermeulen: ik heb haar nu vrij vaak gehoord; en hoewel haar "muzikaal idioom" voor iemand, wiens oor aan moderne klanken gewoon is, geenszins onbegrijpelijk is – nu zeker in 1964,maar hoe anders moet dit geweest zijn in 1918! – heb ik van keer tot keer meer van haar genoten en ik moet U zeggen: ik vind haar vandaag prachtig. Het is een treurige, ja tragische muziek – wat niet kan verwonderen als men bedenkt, dat zij bijna aan het eind van Uw eerste Amsterdamse periode geschreven werd, waaromtrent Uw artikel "Buiten de Warreling" zulke wrange bijzonderheden meedeelt. Zelden of nooit hoorde ik zulke smart-kreten als die, waarmee het tweede deel begint, in muziek uitgedrukt. Maar alles, ook de opstandigheid, ook de berusting of liever: het meer in zichzelf gekeerde leed (dat ik vooral in het door de sordino gevoileerde eerste deel meen te beluisteren) vindt meeslepende en nobele verklanking. Ik kan mij goed voorstellen, dat de sonate – zoals jij, Thea, schreef – op het concert in het begin van het vorig jaar (maar ik hoop, vermoed, ook bij andere gelegenheden) grote indruk maakte. Ook mijn zoon-en-leerling van nu 18 jaar, die het vorig jaar bij een competitie met zijn cellospel een mooi stipendium in de wacht sleepte, zei, dat hij het een erg mooie sonate vond. De uitvoering op de plaat staat doorgaans op hoog niveau en is soms zelfs – zoals in het moeilijke gedeelte tussen 18 en 19 – verbazend goed. Ik hoop zeer, binnenkort ook zelf mijn krachten op de sonate te beproeven!

Het zou mij zo verheugen, als U ook aan andere composities nog plezier beleefde. Is de tijd nu misschien toch rijp ervoor?

Thea, het proefschrift van je Vader, is een kostbaar bezit, waar ik nog altijd blij mee ben en waar ik veel aan gehad heb (en nog hoop te hebben) bij de behandeling van Seneca.

Van harte hoop ik, dat U (jullie) beiden, althans wat de gezondheid betreft, niets te klagen hebben en dat de dochter nog altijd zo graag zingt. Mij, met de dierbare klassieken en minstens even dierbare muziek, en ons gezin als geheel gaat het gelukkig goed.

Met nogmaals mijn bijzondere dank en beste wensen, ook voor Joanna,

t.à.v.

Marc Rozelaar

[de fotografische reproductie van Rozelaars tekening heeft de volgende opdracht:]

Voor Matthijs & Thea Vermeulen

met hartelijke gevoelens van bewondering en sympathie, en beste wensen – niet alleen voor de resterende twee derden van 1964! – als dank voor de grammofoonplaat met de prachtige (en voortreffelijk vertolkte) cellosonate no. 1,

van

Marc Rozelaar

Jerusalem 7 april 1964

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA