19620930 Matthijs Vermeulen aan Henri Arends-concept

Matthijs Vermeulen

aan

Henri Arends

Amsterdam, eind september 1962

Zeer Geachte Heer Arends

Het deed mij groot genoegen te vernemen dat U mij hebt willen betrekken in uw grote belangstelling, bewondering, voor Mystère du Temps van Kabelac die mij volslagen onbekend was als componist. Alleen te zijn op de wereld, zoals ik, is niet hinderlijk in de jaren van de jeugd; maar altijd alleen te blijven, en geen minste vooruitzicht te hebben op bevrijding uit die eenzaamheid, dat is moeilijker te verwerken naar mate de jaren vermeerderen, ook al behoudt men de kracht. Zo ben ik u erkentelijk voor het sein dat u mij geeft naar mijn kluis, waar ik het overigens goed maak, dit mag gezegd, maar waar ook menigmaal de sombere vraag zich opdringt voor wie ik eigenlijk werk, vraag die onbeantwoord blijft.

Ondertussen heb ik de partituur van Kabelac ettelijke malen gelezen. Van alle muziek die ik sinds de oorlog te horen of te zien kreeg is zijn stuk zonder twijfel het meest merkwaardige. Misschien wel het enige merkwaardige. Het is niet de muziek van een persoon, doch van een menigte, van een volk. Die muziek komt voort uit de enig-ware traditie van alle kunst. Kabelac knoopt niet aan bij de techniek van de meesters uit het verleden, maar (zoals het behoort) bij de geest die de vroegere meesters dreef tot muziek, en die, nu, hèm drijft tot deze muziek. Hij volgt geen enkele mode. Dat is reeds een zeldzame bijzonderheid. Hij is echter geen non-conformist uit opzet. Alles wat hij schrijft is direct en geschreven met een enorme, en bovendien onbedachte onbevangenheid. Zijn structuur is buitengewoon solide, zeer overzichtelijk, vanzelf gegroeid als 't ware, in de hoogste mate logisch, maar zonder zich te voegen naar vastgestelde regels. Hij kent de superieure eigenschappen der continuïteit en overwint met meesterschap de moeilijkheden die zij oplevert. Hij heeft grootse allure, een royaal en loyaal gebaar in elke expressie. Zijn dramatiek is echt, nergens melodramatisch, nergens theatraal, nergens romantisch. Zijn expressies lijken op geen enkele andere, maar blijven overal onmiddellijk verstaanbaar. Of de inhoud, de substantie, steeds voldoende correspondeert met de ontwikkeling en met de tijd-duur zou ik pas durven uitmaken na het werk een paar keren gehoord te hebben. Wordt het elementaire, het primitieve van de thema's, van de harmoniek, van de vele vastgehouden grondtonen genoegzaam aangevuld door innerlijke noodzakelijkheid of door het orchestrale apparaat om het risico van stilstand in de actie en een gevaarlijke dreiging van eentonigheid te annuleren? Ik heb dit al lezende niet met zekerheid kunnen beamen. B.v. in de reusachtige crescendo van de Feroce? Hij heeft kreten gevonden, verzuchtingen, en ontsteltenissen, die aangrijpend, overweldigend moeten klinken. Maar worden ze niet te dikwijls en te uniform herhaald? Dit kan slechts geconstateerd worden na herhaalde ondervinding. Maar in princiep zijn ze magistraal, ook in de tederheid, de kalmte.

Ziedaar, beknopt geformuleerd, mijn bevinding. Voorlopige conclusie: zeer interessant werk. Om tot een definitievere mening te geraken zou ik andere composities van Kabelac moeten kennen. De benaming Passacaille vind ik niet helemaal toepasselijk. Dat doet weinig ter zake. Hebt u hem persoonlijk ontmoet in Praag? Is hij onder zijn collega's van Tsjechoslowakije een exceptie? Het zou wel curieus voor mij zijn om de bevindingen van hem te lezen betreffende een symfonie van mij! Van de technische kant beschouwd schijnt mij niet veel overeenkomst aanwezig tussen zijn manier van muzikale gedachte-uiting en de mijne. Maar in de grond, volgens de geest die concipieert wat het verstand uitvoert, is er, geloof ik een nabije verwantschap.

Wat mag Kabelac bedoeld hebben met "Mystère du Temps"? Weet U het? Is het een soort van Gericht? Ik meende soms een muzikale periphrase erin te vermoeden van het Idee van de Dies Irae (die trouwens geciteerd wordt) of het idee van een Requiem. Het gebeurt me heel zelden bij een hedendaags werk te denken "dat had ik zelf ook wel willen maken". Hier was dat het geval. Aldus betreurt ieder wat. Ik, dat ik niet simpel kan zijn en ronduit volks, gelijk Kabelac. U, uw gemis aan creativiteit. Maar hoe dikwijls heb ik een dirigent benijd, die een dode partituur tot hartstochtelijk leven bracht! Dat geluk heb ik, en tientallen magnifieke componisten nimmer gesmaakt, eenvoudig omdat er niemand was die hen spelen kon zoals zij zichzelf mentaal hoorden. Wees daarom tevreden een magiër te kunnen zijn die de macht bezit een partituur (die altijd dood is, Belle au bois dormant / schone slaapster in het bos) te laten zeggen wat de noten slechts uit de verte kunnen suggereren voor de allerbeste verstaanders.

Nogmaals dank voor het genoegen dat U mij gedaan hebt. Ik hoop dat nog veel tijd (en zijn mysterie) mij rest en dat ik hem goed zal gebruiken.

Met vriendelijke groeten, mede van vrouw en dochter,

Uw

M.V.

Dies Irae

Pag 25

Twee maten voor cijfer 28

4 Hoorns

concept

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA