19610129 Eberhard Rebling aan Matthijs Vermeulen

Eberhard Rebling

aan

Matthijs Vermeulen

Eichwalde, 29 januari 1961

Eichwalde bei Berlin, 29 januari 1961.

Zeer geachte Heer Vermeulen,

Allereerst mijn excuses dat ik U nu pas schrijf. Ik ben de laatste weken heel veel op reis geweest en eenvoudig niet toe gekomen U eerder te antwoorden op Uw brief, die een diepe indruk op mij heeft gemaakt. Ik bewonder de eerlijkheid en openhartigheid, waarmee U over de verschillende stromingen van de hedendaagse muziek schrijft en de pogingen van onze kant tot een vernieuwing en verjonging beschouwt. Want dit is in de westeuropese landen, waar ik ook in de laatste jaren dikwijls op reis ben geweest, een zeldzaamheid geworden, sinds een geborneerd anticommunisme en een blinde haat tegen alles wat in het Oosten gebeurd heel veel mensen de blik op de werkelijkheid van heden heeft doen verliezen. Ik zelf en ook mijn vrouw, die onder de nazi's zo verschrikkelijk heeft moeten lijden, zijn erg gelukkig hier mee te kunnen werken aan een nieuw leven, waarin de mens werkelijk een mens wordt. Dat er nog ontzaglijk veel moeilijkheden te overwinnen zijn en wij nog lang niet zo ver zijn als we graag zouden willen, spreekt vanzelf. Dat neemt niet weg, dat we gestadig vooruit komen en er in de negen jaren, die we nu reeds hier vertoeven, al heel veel is bereikt. Voor de nieuwe jeugd, die ik hier help op te voeden, is de muziek niet meer een middel om zo vlug mogelijk zo veel mogelijk geld te verdienen, maar werkelijk een missie om de mensen "beter te maken" zoals Haendel eens heeft gezegd.

Uw argumenten tegen een reis in ons land, waar de wortels van het fascisme voorgoed zijn uitgeroeid, kan ik heel goed begrijpen. Toch moet ik U zeggen, dat het voor ons helemaal geen bezwaar zou zijn, indien U "geen noemenswaardige tegenprestatie" tegenover onze uitnodiging zou kunnen stellen, en u zou zichzelf ook geen zelfverwijten behoeven te maken. Mocht U ondanks Uw bezwaren toch nog bereid willen zijn te komen, zo kan ik U alleen verzekeren, dat U van harte welkom bent.

U schrijft dat U een muziek schrijft, die "geschikt is voor mensen, zelfs voor heel gewone mensen". Ik zou heel graag willen weten, wat dit voor muziek is. Ik weet dat U een reeks van symphonieen heeft gecomponeerd. Het zou natuurlijk niet zo gemakkelijk zijn een dirigent en orkest te vinden, die bereid is zulk een groot werk hier op te voeren. Maar als U ook andere muziek heeft gecomponeerd, b.v. kamermuziek, muziek voor soloinstrumenten of liederen, zo zou ik graag pogingen willen doen om musici te vinden, die deze willen uitvoeren. Dat is geen moeilijkheid. Dus schrijft U mij eens, als U dit wenst, wat er eventueel voor een uitvoering in ons gedeelte van Duitsland in aanmerking zou komen en op welke weg wij deze muziek zouden kunnen krijgen.

Het doet mij een groot genoegen te horen, dat U en Uw gezin gezond zijn. Mijn oudste dochter is nu al negentien jaar oud. Ze studeert in Moscou viool, dit is het beste wat er in de hele wereld voor een aankomend violist te vinden is. Ze is juist met vacantie bij ons thuis en we musiceren veel samen. Onze jongste dochter is bijna tien en gaat hier op school. Wij zijn erg gelukkig onze kinderen al die kansen te kunnen geven, die wij ouderen in onze jeugd niet hebben gehad. En we doen alles, wat maar enigszins mogelijk is, om de vrede te behouden, opdat onze kinderen niet behoeven te beleven wat wij hebben moeten doorstaan!

Ik zou het erg prettig vinden, als U eens zin heeft op mijn vragen te antwoorden. Wij, mijn vrouw en ik, wensen U en Uw gezin van harte al het beste. Hartelijke groeten

Uw

E. Rebling

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA