19601230 Matthijs Vermeulen aan Eberhard Rebling-concept

Matthijs Vermeulen

aan

Eberhard Rebling

Laren, eind december 1960

Zeer Geachte Heer Rebling,

Het was voor mij een aangename verrassing Uw naam te lezen op de enveloppe van een brief. Indertijd heb ik U plotseling uit onze gezichtskring zien verdwijnen, en ik kwam slechts te weten dat U vertrokken was naar Duitsland, zonder te vermoeden dat Uw heengaan definitief zou zijn. Ook vandaag nog herinner ik mij U met vriendschappelijke gevoelens en het verheugt mij van U te vernemen dat U in Berlijn een belangrijk en constructief arbeidsveld gevonden hebt. Zo goed als de huidige omstandigheden mij veroorloven volg ik met sympathie en groot vertrouwen wat er gepoogd wordt en wat er gebeurt in die andere, onmisbare helft van Europa (is er wel eens een boek geschreven over de "Oostelijke" invloeden op onze muziek, zonder welke invloeden onze muziek (vanaf Bach reeds) nauwlijks denkbaar zou zijn?) en van ganser harte wens ik u geluk met een werkzaamheid die zich ontplooien kan in een gemeenschappelijke geestesgesteltenis van hernieuwing, verjonging en enthousiasme. In de laatste stromingen van de "Westerse" muziek kan ik tot mijn diepe ongerustheid niets bespeuren dan enerzijds verdorring, anderzijds stuiptrekkende verwildering, en beiden even negatief, even steriel voor de toekomst.

Het spreekt dus vanzelf dat Uw uitnodiging om de manifestaties bij te wonen die georganiseerd worden ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Verband Deutscher Komponisten und Musikwissenschaftler mij oprecht genoegen heeft gedaan. Ik zou U liefst antwoorden met een ja zonder restrictie. Maar het kan niet.

Zie eens. In mijn leven heb ik té veel tijd moeten verliezen (meer dan dertig jaren) aan zorgen voor het brood, die mij het componeren geheel onmogelijk maakten. Sinds eind 1956 ben ik voor een poos bevrijd uit die ongelukkige toestand. Hoe lang mijn vrijheid duren zal weet ik niet. Ik ben aan 't werk gegaan. Ik werk nog. Ik hoef niet zuinig te zijn met mijn kracht. Maar ik moet en ik wil zuinig zijn met de tijd die mij rest. Mijn binnenste zegt mij dat ik voorlopig niet het recht heb nog een dag te onttrekken aan mijn eigenlijke taak: het stellen ener muziek die niemand anders kan maken. Deze muziek is geschikt voor de mensen, hiervan kreeg ik dit jaar nog de bewijzen. Dit verhoogt voor mij de taak tot plicht.

Daarenboven: Omdat ik vast besloten heb mij nooit weer in te laten met de journalistiek, zou ik tegenover de welwillendheid waarmee ik zonder twijfel door Uw vrienden ontvangen zal worden, geen enkele noemenswaardige tegenprestatie kunnen plaatsen. Ik durf wel aannemen dat dit tekort voor u geen bezwaar zou vormen. Maar ik zou deze edelmoedigheid niet kunnen aanvaarden zonder zelfverwijten, die mij ernstig zouden kwellen.

Ik hoop dat u deze overwegingen mij niet euvel wilt duiden, en ook dat u ze niet zult beschouwen als uitingen van zwakheid. Ik weiger niet gemakkelijk een vriendschappelijk gebaar, en zeker niet in dit geval. Ik sluit mij ook niet gaarne van de wereld af, en zeker niet als zij goedgezind is. Laat mij echter eerst in 't reine komen met een muziek die ik zo dikwijls en zo lang heb moeten onderdrukken.

Behalve dat ik zoetjesaan de laatste en enige moderne geworden [ben] die bij de muziek autori[tei]ten niet in de gunst staat, maken wij het goed. Mijn vrouw is hier langzamerhand genezen van een grondige uitputting, teweeggebracht door overbelaste arbeid. Ons dochtertje, dat volgende maand 12 wordt, studeert sinds September op het Baarn's lyceum, circa 10 kilometer van hier, die zij dagelijks aflegt op de fiets. Zij is een vrolijk, gevoelig, levenslustig, aandachtig, intelligent meisje. Mijn gezondheid is uitstekend; ik reken erop de volle opbloei te beleven van de mensenliefde op een ongeschonden aarde, die mij dierbaar is boven alles. Wij wensen u te zamen een gelukkig en voorspoedig Nieuwjaar.

Met onze hartelijke groeten, ook aan Uw echtgenote,

Uw

M.V.

concept

verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA