19580107 Matthijs Vermeulen aan A. Roland Holst

Matthijs Vermeulen

aan

Adriaan Roland Holst

Laren, 7 januari 1958

Laren (N.H.)

Drift 45

7 jan. 1958

Dinsdagochtend.

Beste Jany,

"Mijn" post-giro is 877 (Kas-Associatie), op naam van mijn burgerlijke stand M.C.F. van der Meulen, een der restanten uit het verleden waarvan ik niet kon loskomen.

Ik aanvaard je geschenk met bijzondere en heimelijke vreugde. Als ik bij het werk bedenk wat er allemaal mee gemoeid is, doet het me echt plezier te weten dat ook iemand van jouw soort zich aan het begin bevindt en met me meedoet.

Het helpt me om te geloven aan de realiteit van wat ik maak. Ideografisch uitgedrukt: [crescendo-teken]. Raket met een groot aantal verdiepingen. Hoe hoger ik klim, hoe lastiger het wordt. Wat een mens zich op de hals kan halen! Want de dagen dat het geen tegenspraken regent zijn zeldzaam. Edoch, ik ga vooruit, en regelmatig.

De lege uren der koekebakkers-periode heb ik gevuld met het lezen van A. Tolstoi's Peter de Eerste. Een zeer merkwaardig boek, jammer genoeg, onvoltooid.

Veel dank van ons voor je "alderbeste" wensen. Mentaal krijg je de mijne elke dag, en heden, ten overvloede, schriftelijk.

Ben je al gezwicht wat betreft de uitgave der brieven?

Wanneer goede vrienden zo iets van je verlangen kun je gerust toestemmen, ja moet je toestemmen. De overige mensheid is daarnaast van heel ondergeschikt belang.

Hoe gedraagt zich je ontwakende najade? Wil ze naar het empyreum? Schrijf de eerste verzen eens voor me over.

Alle hartelijks, ook voor Bert Bakker, en tot ziens,

je

Matthijs.

Verblijfplaats: Den Haag, Literatuurmuseum