19561203 G. van Linden van den Heuvel aan Matthijs Vermeulen

G. van Linden van den Heuvel

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 3 december 1956

A'dam 3-12-56

Baarsjesweg 184 III

Zeer geachte heer Vermeulen,

Ik had u al eens eerder willen schrijven om u te vragen, waar toch uw prachtige artikelen in de Groene blijven. Ze waren altijd het eerste waar we naar grepen, zodra het nieuwe nummer uitkwam. We missen ze dus heel erg, zó erg dat we er haast toe over zouden gaan daarom het abonnement op de Groene op te zeggen. Maar dàt gebeurt natuurlijk nooit!

Nu ik het stukje van de redactie in het laatste nummer heb gelezen, sluit ik me van ganser harte daarbij aan: dat u ons méér hebt gegeven dan waarop iemand redelijkerwijze aanspraak kon maken. Ik heb u al eens mondeling kunnen zeggen, hoezeer ik het met uw kritieken eens was en hoe blij ik soms was, als ik merkte dat mijn van het publiek afwijkende mening (bijv. over Klemperer in de laatste Beethoven-cyclus) overeenkwam met de uwe. –

En nu ik de reden van uw vertrek heb gelezen, ben ik er ook wel 'n beetje mee verzoend. Zoals mijn zoon zei, toen hij het las: "Nou ja, dàn is het ook te begrijpen!"

Ik wens u dus nog veel gelukkige jaren toe, waarin u zich geheel kunt wijden aan uw roeping, jaren die wel vol inspanning zullen zijn, maar toch ook vol van die "verrukkelijke momenten....". –

Wel hoop ik dat u zich niet geheel en al zult terugtrekken uit de maatschappelijke strijd; uw toespraak enkele jaren geleden in het Beursgebouw is voor velen onvergetelijk. We beleven zulke duistere tijden, waarin de kleine hartstochten zo hoog oplaaien, dat de invloed van de daarboven staande geest meer dan ooit nodig is. U kunt die invloed uitoefenen behalve door middel van niet voor ieder verstaanbare muziek, ook door woorden die meerderen bereiken.

Met mijn beste wensen en hartelijke groeten,

hoogachtend

Mw. G. v. Linden v.d. Heuvel

Ik vind dat het aan u gewijde stukje in de Groene een waardige plaats heeft gekregen onder de ontzaglijke getallen van het Heelal!