19560512 Henri Arends aan Matthijs Vermeulen

Henri Arends

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 12 mei 1956

Apollolaan 83II

Amsterdam-Zuid.

12 Mei 1956

Zeer Geachte Heer Vermeulen,

Uw artikel of verhandeling over het laatst door mij gedirigeerde artikel prikkelt mij om daarop te reageren. U miste het "cantabile" <het cantabile in een stuk geïnspireerd op Machaut's polymelodiek is van een geheel ander karakter dan bij de klassieke en romantische muziek mijns inziens.> in 't All. assai van Escher's 1e symphonie. De componist die op alle repetities aanwezig was heeft nimmer naar een meer gezongen voordracht gevraagd, wel naar iets meer rust, waar ik meer een iets gepassioneerd karakter voelde. Het poco maestoso in 't Adagio voelde ik niet aan en nu nog niet bij deze noten. Het derde deel had inderdaad lichter gekund. Ik meen dat het dit was in 't begin en op alle plaatsen welke licht zijn geïnstrumenteerd. Op andere plaatsen dorst ik dit niet aan en zou het orkest daar toch niet op gereageerd hebben, omdat de materie nog lang niet overwonnen was.

Wat U steeds bedoelt met mijn Bizet-uitvoering is mij een raadsel, wellicht staat U een lichtere Mozartiaanse uitvoering voor de geest. Ik heb hedenochtend de proef op de som willen nemen en heb uit een gramofoonhandel Bizet's symphonie gedirigeerd door Rodzinsky, Cluytens, Münch en Stokowsky gehaald. Stokowsky speelt het 1e deel als een klassieke Mozart-symphonie in een rustiger tempo als ik. 't 2e deel zeer vrij, 't derde deel sneller en 't vierde deel iets rustiger dan U van mij hoorde. Dynamisch was zijn opvatting niet klassiek, maar romantisch. Rodzinsky nam in deel I, II en III 't zelfde tempo als ik; het 4e veel sneller. Cluytens en Münch' opvatting stemden veel met elkaar overeen en ik geloof niet dat ik daar zover van verwijderd was.

Overigens moet mij nog dit van 't hart: ik had 3½ repetitie tot mijn beschikking, waarvan ik ± 5-6 uur kon werken op Escher; 1½ uur op Dresden; 16 min. op Bizet. Op de 1e rep. kon ik 1x de "Carnaval Romain" doorspelen. C'est tout! Voorts moest ik werken na inspannende repetities van Klemperer en had ik hierdoor op mijn 1e repetitie 6 uitvallers, met bovenarmkramp. Ik schrijf dit niet om mij te verontschuldigen maar tot beter begrip voor de omstandigheden waaronder ik vaak moet werken.

U zoudt kunnen zeggen: dan had je Escher niet op het programma moeten zetten. Dat had ik inderdaad kunnen zeggen, maar alle omstandigheden kennende leek het mij beter deze hete kastanje tòch uit het vuur te halen. Bovendien was een der beweegredenen: dit werk vind ik goed (al moet er m.i. aan gedokterd worden) <De componist liet nog weten dat hij ingrijpende veranderingen aanbrengt.> en sta ik daarachter en meen ik de moderne Ned. muziek beter gediend te hebben met deze – stellig – onvolmaakte uitvoering dan door het helemaal niet spelen ervan.

Ik hoop dat ik in het volgend seizoen een andere indruk van mijn capaciteiten zal geven, dan die welke U opdeed bij mijn laatste concerten, al moet mij van het hart dat U mìj geen dienst bewees met Uw laatste 2 artikels omdat de achtergrond der feiten U niet bekend was en Uw oordeel kon richten.

Intussen zijn de gegevens in deze brief gevat niet voor publicatie bestemd maar wel ter overdenking.

Met vriendelijke groeten, ook aan Mevrouw gaarne Uw

Henri Arends

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA