19560120 Ministerie van OK & W min. J.M.L.Th. Cals aan Thea Vermeulen-Diepenbrock

Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (minister J.M.L.Th. Cals)

aan

Thea Vermeulen-Diepenbrock

 

Den Haag, 20 januari 1956

 

's-Gravenhage

20 januari 1956.

Uw brief

9 november 1955.

Onderwerp

eregeld.

 

Ik verklaar mij in beginsel bereid aan Uw echtgenoot, de heer Matthijs Vermeulen, een eregeld toe te kennen van f. 2.000.- 's jaars van het ogenblik af dat hij zijn werkzaamheden bij de "Groene Amsterdammer" staakt. Ik moet mij echter het recht voorbehouden dit eregeld te herzien c.q. in te trekken, indien de "eigen inkomsten", die volgens Uw mededeling op het ogenblik ongeveer f. 3.000.- 's jaars belopen, aanmerkelijk zouden stijgen − dan wel indien U en/of Uw echtgenoot van andere zijde of op andere wijze − financiële steun zouden gaan ontvangen. In verband hiermede moet ik aan de eventuele toekenning van een eregeld van f. 2.000.- 's jaars de voorwaarde verbinden, dat U mij op de hoogte houdt van wijzigingen in gunstige zin in de financiële toestand van Uw gezin.

Tenslotte merk ik op, dat ik bij het eventueel toekennen van het eregeld het gebruikelijke voorbehoud zal maken, dat de begrotingswetgever de daarvoor benodigde gelden te mijner beschikking zal stellen.

Gaarne verneem ik welk besluit Uw man na kennisneming van de inhoud van dit schrijven denkt te nemen.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,

Mr. J.M.L.Th. Cals.

 

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA