19501021 Matthijs Vermeulen aan Paul Hupperts-briefenconcept

Matthijs Vermeulen

aan

Paul Hupperts

Amsterdam, 21 oktober 1950

Amsterdam

Herengracht 330

Zaterdag, 21 October 1950

Zeer Geachte Heer Hupperts,

Om de hiërarchische weg te volgen heb ik aan de Directeur van het U.S.O. mijn gevoelens van dankbaarheid en bewondering te kennen gegeven, welke Uw vertolking van de Passacaille et Cortège bij mij heeft veroorzaakt.

In die brief is bijna alles vervat wat ik U persoonlijk en uitvoerig had willen zeggen, maar dat te midden van het geharrewar niet tot uitdrukking kwam.

Het vertrouwen, dat ik na deze vluchtige ondervinding stel in Uw muzikale intelligentie, geloof ik niet duidelijker te kunnen uiten dat door U te vragen of het U zou interesseren (op een moment dat U tijd hebt) om de partituur te lezen mijner eerste symphonie.

Dit werk dateert van 1914. Zoals U weet (of misschien niet weet omdat U zoveel jonger is) hangen er schaduwen over deze compositie. In 1916 presenteerde ik haar ter uitvoering aan Willem Mengelberg, met wie ik toen reeds in polemiek verkeerde. Hij wees haar af, en raadde mij om les te gaan nemen bij Dopper, niet wetend dat Dopper de symphonie reeds gezien had, en mij zijn onverholen waardering betuigde in een brief. Die weigering van Mengelberg zou voor mij niet de minste consequentie hebben ingehouden als hij niet in 1919, na het Sousa-incident, door een Amsterdams wethouder (H.J. den Hertog) had laten publiceren – in de Groene! – dat hij uit zuivere edelaardigheid de auteur van een zo gebrekkig werk had willen behoeden voor een onvermijdelijk débâcle. Ik heb die handschoen (gelijk dat heet) toen opgeraapt. Daar er in Holland nergens een dirigent was, van wie ik een minimum welwillendheid en vrijheid kon verwachten, behalve van Richard Heuckeroth, heb ik hem het lot dier symphonie toevertrouwd. Hij was dirigent der A.O.V. Wanneer ik U zeg dat er bij de eerste uitvoering slechts twee violoncellen aanwezig waren – om over vele andere tekortkomingen en hindernissen te zwijgen – kunt U zich voorstellen hoe die première geweest is. Alle toenmalige Hollandse critici hebben dat concert bijgewoond. Ofschoon geen hunner enige rekening hield met de onaanneemlijke handicap welke de symphonie daar te overwinnen kreeg, heeft niemand een bruikbaar argument gevonden om de auteur een nederlaag, een débâcle te bezorgen.

Het zou beter zijn, zonder twijfel, als zulke dingen niet gebeurd waren. Maar voorbij is voorbij, en ik doe niemand verwijten. Enkel om niet te riskeren dat deze histories U onbekend zijn licht ik U erover in.

U is sindsdien de eerste dirigent aan wie ik na zo vele jaren vraag of een kennismaking met mijn eerste symphonie hem zou kunnen interesseren. Hoewel haar muziek tekenen draagt van een jeugd welke mij bijna vreemd werden, maar die ik steeds zal willen omdat zij echt zijn, sta ik voor deze compositie geheel in. Niet alleen bleef zij mij zeer dierbaar wijl zij zo weinig geluk had, doch ook om louter muzikale redenen, want toen reeds poneerde zij een volkomen nieuw technisch princiep.

Na onze korte ontmoetingen van afgelopen week heb ik de indruk dat de muziek dezer symphonie U zou kunnen "liggen", meer en eer dan de andere dirigenten die ik ken. Het U.S.0. schijnt mij in zijn huidige stadium eveneens geschikt voor een vertolking welke het instrumentale klankbeeld getrouw genoeg zou kunnen weergeven, – mits de enkele supplementaire executanten (twee harpen, vier slagwerkers o.a.) die U zoudt nodig hebben geen bezwaar leveren, en mits beschikt kan worden over een voldoend aantal repetities.

Ik zou het wel curieus vinden dat onder leiding van een Limburger, de eerste werkelijke première plaats greep ener symphonie waarvan ik in 1912 de compositie begon in het kamertje ener boerderij te Eysden, in 1913 voortzette te Gulpen (tijdens vacantie-dagen) en daar in 1914 weer rondzwierf als oorlogscorrespondent van De Tijd! Que de souvenirs! U was toen misschien nog niet geboren.

Maar wat ik mij nu verbeeld als mogelijkheden berust op gissingen, en zou vergissing kunnen blijken. Geloof mij echter dit: Als U de symphonie gelezen hebt en U zoudt mij zeggen dat U wegens een of andere reden besluiten moet mij het werk onuitgevoerd terug te geven, dan zal Uw mening niet in de geringste mate de erkentelijkheid en de bewondering verminderen die ik U reeds uitsprak, noch het grote vertrouwen dat ik U toedraag.

Met vriendschappelijke Hoogachting,

Uw

Matthijs Vermeulen

Kijk even naar het begin van 't hoofdthema zou Bruckner zeggen!:

[eerste thema, hoorns – zie scan]

Op een enkele toon na moet u dat ongeveer kennen…

------------------------

concept:

Zeer Geachte Heer Hupperts,

Om de hiërarchische weg te volgen heb ik aan de Directeur van het U.S.O. mijn gevoelens van dankbaarheid en bewondering te kennen gegeven welke Uw vertolking van de Passacaille et Cortège bij mij heeft opgewekt.

In die brief is bijna alles vervat wat ik U persoonlijk en uitvoerig had willen zeggen, maar dat te midden van het geharrewar niet tot uitdrukking kwam.

Het vertrouwen dat ik na deze vluchtige ondervinding stel in Uw muzikale intelligentie, geloof ik niet duidelijker te kunnen uiten dat door U te vragen of het U zou interesseren (op een moment dat U tijd hebt) om de partituur te lezen mijner eerste symphonie.

Dit werk dateert van 1914. Zoals U weet (of misschien niet weet omdat U zoveel jonger is) hangen er schaduwen over deze compositie. In 1916 presenteerde ik haar ter uitvoering aan Mengelberg, met wie ik reeds polemiek voerde. Hij wees haar van de hand met de raad om les te gaan nemen bij Dopper, niet wetend dat Dopper de symphonie reeds gezien had, en mij zijn waardering betuigde in een brief. Die weigering van Mengelberg zou voor mij geen consequenties hebben ingehouden als hij niet in 1919, na het Souza-incident, door een Amsterdams wethouder (H.J. den Hertog) had laten publiceren (in de Groene!) dat hij uit zuivere edelaardigheid de auteur van een zo gebrekkig werk had willen behoeden voor een débâcle. Ik heb die handschoen (gelijk dat heet) toen opgeraapt. Daar er in Holland geen dirigent was van wie ik een minimum welwillendheid en vrijheid kon verwachten behalve van Richard Heuckeroth, heb ik hem het lot dier symphonie toevertrouwd. Hij was dirigent der A.O.V. Wanneer ik U zeg dat er bij de uitvoering slechts twee violoncellen aanwezig waren (om over vele andere tekortkomingen en hindernissen te zwijgen) kunt U zich voorstellen hoe die première geweest is. Alle toenmalige Hollandse critici hebben dit concert bijgewoond. Ofschoon geen hunner de geringste rekening hield met de onaanneemlijke handicap welke die symphonie daar te overwinnen kreeg, heeft niemand een bruikbaar argument gevonden om de auteur een nederlaag te bezorgen.

[door het volgende gedeelte is een kruis gezet:]

Mijn eigen houding tegenover zulke ervaringen is in Holland weinig gewaardeerd. Omdat ik de menselijke zwakheid ken, waartegen ik mij zelf geregeld te behoeden heb, verwijt ik niemand een tekortkoming maar U zult gemakkelijk begrijpen, denk ik, dat mij dergelijke wederwaardigheden het gevoel blijft knagen van onrechtvaardigheid welke ik te verduren kreeg en die totnutoe niet hersteld werd. Zeker kan ik haar negeeren en ik deed dat. Desondanks is zij er nog.

U is de eerste dirigent sindsdien aan wie ik vraag of een kennisneming van die symphonie hem zou kunnen interesseren. Uitgezonderd Gabriel Pierné die mij berichten liet dat de moeiten en de kosten, verbonden aan dat werk, niet gedragen kon worden door zijn orkest. U weet hoe dat gaat in Frankrijk. Elke repetitie en elk supplementair instrument komt ten koste van de medewerkers die de recette van een concert te zamen delen.

Ik licht U in over deze dingen omdat ik houd van klaarheid. Het spreekt vanzelf dat ik nog geheel insta voor de symphonie, ofschoon zij tekenen draagt van een jeugd, welke mij vreemd werden, maar die ik steeds zal willen hebben omdat zij echt is.

Geloof ondertussen dit: Als het werk U op welke gronden ook niet bruikbaar lijkt, dan zal dit voor mij een aansporing zijn te meer zijn om U te waarderen volgens objectieve normen welke ik altijd zo goed mogelijk betracht heb.

[vervolg:]

Het zou beter zijn als zulke dingen niet gebeurd waren. Maar voorbij is voorbij, en ik doe niemand verwijten. Alleen omdat ik niet wil riskeren dat deze histories U onbekend zouden zijn, licht ik U erover in.

U is sindsdien de eerste dirigent aan wie ik na zovele jaren hier vraag of een kennismaking met deze symphonie hem zou kunnen interesseren. Hoewel de muziek tekenen draagt van een jeugd, welke mij bijna vreemd werden, maar die ik steeds zal willen hebben omdat zij echt is, sta ik voor de compositie geheel in. Niet enkel bleef zij mij dierbaar wijl zij weinig geluk had, doch ook om louter muzikale redenen, want toen reeds poneerde zij een volkomen nieuw technisch princiep.

Na onze korte ontmoetingen van afgelopen week heb ik de indruk dat de muziek der eerste symphonie U zou kunnen "liggen", meer en eer dan de andere dirigenten die ik ken. Het U.S.O. schijnt mij in zijn huidige stadium eveneens geschikt voor een vertolking welke het uiterlijke klankbeeld getrouw genoeg zou kunnen weergeven, mits de enkele supplementaire executanten (twee harpen, vier slagwerkers) die U zoudt nodig hebben geen bezwaar leveren, en mits beschikt kan worden over een voldoende aantal repetities.

Ik zou het wel curieus vinden dat onder leiding van een Limburger de eerste werkelijke première plaats vond der symphonie waarvan ik in 1912 de compositie begon in het kleine kamertje ener boerderij te Eijsden, in 1913 voortzette te Gulpen (tijdens de vacantie-maanden) en daar in 1914 weer rondzwierf als... oorlogscorrespondent van De Tijd! Que de souvenirs! U was toen misschien nog niet geboren.

Maar wat ik mij nu verbeeld als mogelijkheden berust enkel op gissingen en zou misschien vergissing kunnen blijken. Geloof mij echter dit: Als U de symphonie gezien hebt en U zoudt mij zeggen dat U wegens een of andere reden besluiten moet om mij het werk onuitgevoerd terug te geven, dan zal Uw mening niet in de geringste mate de erkentelijkheid en de bewondering verminderen dat ik U reeds uitsprak, noch het grote vertrouwen dat ik U toedraag.

Met vriendschappelijke hoogachting,

Matthijs Vermeulen

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA