19490628 Henriëtte Bosmans aan Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Henriëtte Bosmans

aan

Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Amsterdam, 28 juni of 5 juli 1949

Dinsdag

Lieve Thea en Matthijs,

Natuurlijk had ik dit gisterenavond al op mijn hart maar durfde het niet zeggen – Als je het geschikt vindt, Matthijs laat ik aan jou over wat je er mee doen wilt —

Misschien ben ik er totaal "naast" dat gebeurt mij wel eens meer – – Misschien is het teveel en ten onrechte Pro domo.

Maar ten slotte ligt jouw symfonie nòg in de la − − −

Hart. groetjes

Jetty

Je artikel, getiteld: "Radio-Holland-Festival" heb ik gelezen, Matthijs, en je laatste, troostrijke zinnen frappeerden mij, ze luidden:

"Wij zijn muzikaal meer en beter dan wij ons (met ons ingehamerd minderwaardigheidscomplex) verbeelden durven. Geen hoogmoed daarom, geen ijdelheid, geen zelfvoldoening. Maar werken. Hardnekkig werken. Met of zonder loon."

Ach Matthijs – hoe klinken deze laatste woorden ons – wie, ons? – de hollandse kunstenaars, de collega's, de musici – als muziek in de oren. – Als muziek: van een zoeter geluid dan alle geluiden van het Holland-festival tezamen, voor ons, – en ons aantal is niet eens zó gering, wanneer ik het "bescheiden plaatsje" dat Esscher [lees: Escher] vertegenwoordigt, het bescheiden plaatsje van de paar andere componisten en medewerkers er àf trek – omdat die althans iets van loon….

Waarom eigenlijk loon, Matthijs? Met of zonder loon, zeg je toch? Is het als loon bedoeld wanneer het Holland-festival van Delden of van Lier's werk voor een première kiest? Is het loon wanneer Esscher's of Henkemans' werk wordt uitgevoerd, is het loon voor de prestatie's van de enkele hollandse solisten dat zij (ook) mogen medewerken op het Holland-festival?

Neen – eigenlijk zou men kunnen beweren, dat dit woord op zichzelf al voortkomt uit ons (ook bij jou, Matthijs) ingehamerd minderwaardigheidscomplex, en dat het succes, de waardering of de erkenning van een talent een loon kan zijn voor de kunstenaar – maar zijn compositie's uitvoeren, hem te laten medewerken, hem de kans geven tot die erkenning, dat behoort, dacht ik, toch tot de vanzelfsprekendheden, tot de meest voor de hand liggende taak en plicht van de leiders van een Holland-festival……

Dus, zonder loon. En hardnekkig werken. Ons niet laten kisten, bedoel je, en ons vertrouwen vooral behouden, in onszelf, ook als zij ons "kalmpjes laten schildwachten en verschimmelen" – – het zijn je eigen woorden. Bravo Matthijs. Ik ben het persoonlijk niet overal eens met je artikel, dat hoeft ook niet, nietwaar? Maar ik leer eruit, met vreugde, dat onze dirigenten, onze violisten, onze ensemble's en onze zangers niet onderdoen voor de buitenlanders. Ik zou wel graag nog een stap verder gaan; ook wanneer de onzen wèl onder zouden doen, moeten zij verder "hardnekkig werken." Zònder loon. Mèt schimmel. Zonder een spoor van kans op wàt dan ook. Omdat werken de grootste zegen is, de grootste triomf, het grootste geluk – het grootste "loon".

Zo bedoel je het toch, Matthijs? Want je bedoelt toch zeker niet, in ernst, dat de plaats die de Hollanders op een Holland festival innemen, ooit nog wel eens een andere, grotere, betere zal zijn, – als resultaat van dat harde werken? Herinner je je nog hoe Pijper Amsterdam, als muzikaal centrum, genoemd heeft, ongeveer 20 jaar geleden? Hij noemde het, voor de Hollander: "het centrum van tegenwerking en betweterij". Vindt je dat nu, na 20 jaar, alles ten gunste van de hollandse kunstenaar is veranderd? Denk je dat over 20 jaar alles ten gunste van hem veranderd zal zijn – (behalve gedurende de tijd dat er weer een oorlog zijn zal en wij door isolement met het buitenland, het met onze eigen kunstenaars (moeten) doen)? – Je wilde wel graag dat het zo zijn zou, je vecht voor ons, voor de toekomst? Nogmaals: bravo. Toen wij, twee jaar geleden, Pijper begraven hebben, heb ik een paar van de besten onder zijn oud-leerlingen horen zeggen aan zijn graf: "Wim, je kunt op ons rekenen."

Het was een gelofte die hij niet meer heeft kunnen horen. Matthijs, jij die leeft en in ons midden bent, hoe graag zou ik je niet, uit naam van alle hollandse niet- of weinig-medewerkenden op het Holland festival, willen zeggen: "je kunt op ons rekenen." Wanneer de leiders van festivals, concertinstellingen of impressario's, die ervoor verantwoordelijk zijn, ons niet, tegelijk met het inhameren van onze minderwaardigheidscomplexen, ook nog het laatste beetje plezier dat tot eenige inspiratie leiden kon, hadden gedoofd. Het laatste beetje gevoel van "er bij te horen", in de vorm van doorlopende invitatie's voor de uitvoeringen, van mogelijkheid scheppen tot nauwer contact tussen de buitenlandse en hollandse kunstenaars, tot het slaan van een brug voor internationaal verkeer, etc. etc. – Zodat wij niet, persoonlijk en ieder op zijn eigen houtje aan die buitenlanders moesten gaan vertellen hoe wij heeten en wat wij doen. Zodat er, voor ons, van eenige vruchtdragende uitwisseling van gedachten sprake zou zijn – door toedoen van het Holland festival.

Vindt je dit weer echt Hollands kankeren, Matthijs? Vindt je het te veel "pro domo"? Moeten wij de inspiratie en de kracht en de vruchtbaarheid van onze gedachten en gevoelens in onszelf zoeken – zoals alles? Is het Holland festival daar niet voor, draagt het alleen maar die naam omdat het een festival van en voor buitenlanders is met impressario's die in Holland wonen? Die het hollandse publiek dit alles voorzetten, het aldus opvoeden?

Waarvoor zijn wij er dan eigenlijk, Matthijs? "Geen hoogmoed – geen zelfvoldoening", zeg je. Neen, waarachtig niet – ook geen bitterheid zelfs. Een beetje weemoed is geöorloofd, verklaarbaar, misschien? Omdat het beste in de hollandse kunstenaar ten gronde gaat, als hij in Holland blijft, waar men hem de mogelijkheden onthoudt, waar men hem zoveel mogelijk verloochent, waar men het publiek tracht wijs te maken, dat hij niet bestaat.

Waar ze, zooals jouw radio-luisteraar zegt, zoo onchauvinistisch zijn aangelegd dat een dergelijk festival, op deze manier, alleen in Holland mogelijk is. Een beetje weemoed is verklaarbaar, Matthijs. Ook om je artikel, en om de troostrijke slotzinnen.

Henriëtte Bosmans

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA