19490101 Matthijs Vermeulen aan Frederic von Eugen - concept

Matthijs Vermeulen

aan

Frederic von Eugen

Amsterdam, 1 januari 1949

Zeer Geachte Heer Von Eugen,

Uw veronderstelling dat ik op Uw "zondenregister" van het vorig jaar geboekt zou kunnen staan is des te vriendelijker, daar ik zulk een debet slechts mag interpreteren als een credit, wat mij zeer verheugt, omdat ik nooit opgehouden heb aan U te denken met gevoelens van erkentelijkheid en de hartelijkste sympathie.

Voor zoover de onderbreking van ons contact schuld genoemd mag worden, ligt zij bovendien geheel aan mij. Het boek waaraan ik gewerkt heb vergde meer tijd dan ik vermoedde wijl het langer werd dan ik voorzag. Pas eind-November kon ik het beëindigen, en nauwlijks een week geleden ontving ik het tiksel, waarvan ik, wegens tekort aan tijd, de revisie nog niet beginnen kon en moest uitstellen tot volgende week.

Het is ontstaan door een plan van Uw vrouw om mij een lezing te laten houden op de Boekenweek van verleden jaar. Ik meende toen niet beter te kunnen doen dan een soort presentatie en motiveering of verdediging ten berde te brengen van het werk dat juist door Uw bemiddeling tot werkelijkheid geworden was. Toen de lezing niet doorging ben ik niettemin doorgegaan met schrijven. Zoo werd dit andere boek een vervolg op Het Avontuur van den Geest. Ik gaf het dezen titel: Redenen en Methode voor een nieuwe beschouwing der wereld.

Het is niet in denzelfden toon geschreven als het vorige. Maar tegelijk polemischer en tegelijk constructiever. Uit verschillende persoonlijke mededeelingen en ook uit sommige critieken in de pers moest ik wel concluderen dat Het Avontuur van den Geest, hoofdzakelijk lyrisch geconcipieerd, bij menigeen den indruk had achtergelaten van "poëzie", en bijgevolg van een zekere "vaagheid". Een nadere toelichting en argumentatie scheen mij onmisbaar. Om het eerste boek noodzakelijk te maken ondernam ik het tweede. Ik hoop hierin geslaagd te zijn. Zoodra het tiksel gecorrigeerd is zal ik het U ter kennisneming doen toekomen.

Ik weet niet of het U bekend is dat mijn vrouw in de tweede helft van Januari de geboorte verwacht van een kind. Totnutoe verricht zij haar dagelijkse taak van huishoudster en muziek-referent van de N.R.Ct. Ik ook, voor de Groene, doch [met] minder morele verdienste. Wanneer wij, alvorens U wederom op reis gaat ± 15 Januari, een avond vrij hebben, mag ik U dan even opbellen voor een afspraak en een samenkomst waarover mijn vrouw en ik zich gelijkelijk verheugen?

Gaarne zie ik hierover nog een berichtje van U te gemoet.

Met onze beste wenschen voor U op dezen eersten dag van het beginnend jaar en met vriendelijken groet

MV

concept

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA