19390601 Matthijs Vermeulen aan Hendrik Stips-concept

Matthijs Vermeulen

aan

Hendrik Stips

Louveciennes, begin juni 1939

Aan den vriend uit vroegere jaren en aan den onvermoeiden verdediger der belangen van de muziek en van den musicus wend ik mij met dubbel genoegen om hem te vragen bij het Concertgebouw-orchest de tolk te zijn der gevoelens van bewondering, hoogachting en dankbaarheid welke de repetities en de uitvoering mijner Derde Symphonie onuitwischbaar in mij hebben achter gelaten.

Na een afwezigheid van bijna twintig jaren zag ik naast de oude bekenden die ik eertijds met enthousiasme heb mogen waardeeren, menige nieuwe figuur. Het is mij een des te grootere vreugde, na de reproductie van een moeilijk werk, dat niet alleen de eminentste instrumentalisten vraagt, maar in al zijn partijen de eminentste kunstenaars, het is mij een buitengewone vreugde als componist ditmaal te hebben kunnen ondervinden dat het Concertgebouw-orchest te midden van zooveel verandering zich zelf gelijk bleef, dit wil zeggen: nergens zijn weerga heeft. In den geest schreef ik die Derde Symphonie voor het Concertgebouw-orchest en er is geen partij genoteerd in de partituur waarvan ik in mijn verbeelding den speler niet achter zijn lessenaar zag. Dat door de uitvoering al mijn verwachtingen verwezenlijkt zijn, dat de uitvoering al mijn oudere bewonderingen hernieuwd en versterkt heeft, is het beste wat ik kan uitdrukken, en waarvan ik U vraag de tolk te zijn bij Uw collega's.

Met hartelijken handdruk en met een tot weerziens dat ik zou willen kunnen hopen

Vriendschappelijk Uw toegenegen

MV

concept

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA