19301124 Matthijs Vermeulen aan Evert Cornelis

Matthijs Vermeulen

aan

Evert Cornelis

Louveciennes, 24 november 1930

Louveciennes (S et O)

21 Rue de Voisins

24 November 1930

Beste Evert,

Mijn vrouw die je antwoordde op je brief van 20 september maaide me zoo radicaal voor de voeten weg dat er twee maanden voorbij moesten gaan vóór het weer aangroeide. Zoo zijn ze. Maar je weet nu ten minste wat me van jongsaf gemankeerd heeft: een millioen (liefst pond sterling). Het is inderdaad onverantwoordelijk dat ik dat niet heb, zooals het stom van me is geweest om geboren te worden in 't onmuzikaalste milieu der wereld, waar ik op mijn twaalfde jaar nog niet wist wat een piano was. Zulke dingen brengen de klad in je perspectief doch men bemerkt dat gelukkig pas later. Ik heb twintig jaar gekend dat de Muziek (met een hoofdletter s.v.p.) me blind maakte, volslagen blind, zóó volslagen blind dat ik de moeilijkste dingen bestaan kon zonder dat het mij moeite kostte. Wanneer ik op mijn sterfbed een beetje opbeuring mocht noodig hebben dan zal ik denken aan die lange periode van vervoering, waarin ik alles heb opgeofferd, tot en met mijn perspectief. Zou ik het nu nog kunnen? Ik ben nog altijd ontvlambaar voor de schimmen en schaduwen die rondom mij muziek schijnen te maken, ontvlambaarder voor deze, mijn draadlooze, dan een paard voor een trompet. En ik zie even goed als jij dat ik doodloop: ga dus na of en hoe het me kwelt. Doch wat is er aan te doen? Heb ik ooit materieelen of moreelen steun gehad, die mij vergund zou hebben me meer te voelen dan een bedelaar dien men bij tijd en wijle en na voorzichtige informaties een cent toewerpt? Ik kon daarvan geen fortuin maken, materieel noch moreel. Gelukkig had ik mijn eigen krachten. Helaas: ze dienen tot niets voor wat er muzikaal in me is; ze kùnnen niet tot iets dienen. Ze kunnen me slechts tegenwerken. Welk een misère! Het is soms moeilijk om zich niet te beklagen.

Maar als jij een uitweg weet, zeg het dan. Ik ben altijd gevoelig geweest voor goeden raad, en de hemel geve dat ik er nooit in den wind sla, al zou hij komen van mijn kat. Maar wat heb je ondertusschen gedaan met mijn Vliegenden Hollander? (tusschen haakjes: de titel is me dermate onsympathiek, dat hij me meer dan de helft van het plezier dat de muziek me zou kunnen bezorgen, vergalt.) En als ik je schreef dat het me haast onverschillig is of ze gespeeld wordt dan is het hoofdzakelijk de schuld van dien vervloekt lamenadigen, depreimeerenden, compromitteerenden titel. Ik hoef maar aan den titel te denken en ik bespeur een vagen hekel, zeer ongemotiveerd doch onweerstaanbaar. Geloof me echter dat het me in mijn hart buitengewoon verheugen zou om je er mee bezig te zien en om te merken dat je er wellicht sympathie voor zoudt hebben. (Het is merkwaardig hoe betrekkelijk gemakkelijk ik sympathie missen kan; het is ook merkwaardig hoe hoog ik ze op prijs stel: het is met de sympathie precies als met mijn millioen-pond sterling.) Over de Parijsche uitvoering was ik in den grond bijzonder ontevreden. Het is zoo ongelooflijk zeldzaam om iemand aan te treffen die nog instinctief verstand heeft van muziek. Hier, om je de waarheid te zeggen, ontbrak me deze persoon. Wat de titel me niet vergalde, vergalde me de uitvoering. En ondanks alles blijft het ding me toch dierbaar. Wat is dat allemaal gecompliceerd! Maar als jij 't bij geval speelt, wil je ten minste den Cortège intoneeren "bij de gratie Gods"; met een gevoel alsof je eigenlijk iets buitengewoons overkomt; op aarde natuurlijk. Doch alsof je gewoon op weg bent naar den zevenden Hemel. Ik heb een zwak voor dien Cortège!! Het was een der eerste thema's welke ik van de partituur noteerde en het was zoo lang geleden dat ik in den 7den hemel geweest was! Groote goden als ik alles moest zeggen...

Ik kreeg vandaag een idee: als de Vl. H. je bevalt (en méér nog wanneer hij je niet bevalt!) waarom zou je mijn derde symphonie niet spelen? Ze ligt klaar sinds 1922. Ze is bij alle mogelijke dirigenten geweest. 't laatst bij Monteux, waartoe ik me heb laten verleiden door Prunières. Te vergeefs, dat spreekt. Hij vindt ze te dissoneerend. Zegt bovendien dat ik geen verstand heb van instrumentatie. Het zou een mirakel zijn geweest, wanneer hij ze een meesterwerk genoemd had, geloof je niet? – De bezetting op 1 saxophoon sopraan en 1 saxophoon contra-alt na is zoo goed als normaal (op 8 pauken na: twee paukenisten). Ik zeg je van te voren dat ze vrij moeilijk is. Maar als je soms eens lust mocht hebben om de "moderne muziek" welke na 1920 gecomponeerd is, een geduchte opdonder toe te dienen, dan kan ik ze je aanraden. En perspectief of niet, beste kerel – perspectief is heusch beter! – dat ik dát zeggen kan, van dien opdonder, en dat dat in 't jaar 2000 nòg geldig zal zijn, dat is heel wat waard.

Wat dunkt je? Heb je neiging om de reeds zoo dikwijls verhaspelde kennismaking voort te zetten? Schrijf me eens. Vierkant hè? Ronduit? Hoe gaat 't ten minste met je gezondheid? Hoop werkelijk iets van je te hooren en blijf met groeten van Anny, en aan Hilda, je oude, getrouwe

Matthijs Vermeulen

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut