19260803 Anny Vermeulen-van Hengst aan Berthe Seroen

Anny Vermeulen-van Hengst

aan

Berthe Seroen

La Celle Saint-Cloud, 3 augustus 1926

La Celle St. Cloud (S & O) 3 Aug. 1926

1 Rue de Vindé

Lieve Mevrouw Seroen,

Stel U voor dat ik 2 aanvallen van bronchitis heb gehad sinds Uw bezoek en dat ik nu nog niet eens buiten weer ben geweest. Vandaar de zoo on-hartelijk late beantwoording van Uw brief met portret, waarvoor ik U zeer bedank. 't Is een aardige foto! En laat ik vooral niet vergeten U nog eens extra weer te bedanken voor al het lekkers dat U meebracht! 't Was heusch te veel.

Wat nu "La Veille" en Prunières betreft: wij wisten van die séance te A'dam maar – konden niet gelooven dat Sem Dresden, als serieus musicus dat lied, zoo moeilijk tot bijna 't onoverkomenlijke, à vue met U had doorgenomen. Thijs wil 't nog steeds niet aannemen. Maar nu is Prunières ook niet geheel vrij van schuld, hij was reeds bewerkt door de "kliek", maar had na inzage der muziek niet het recht te beweren dat het waardeloos werk van een amateur was (heelemaal de opinie der "kliek"!!) Hij heeft die "vijandigheid" voortgezet tot verleden najaar en is toen wijzer geworden, dank zij ook Ernst Lévy, die zelf een te goede reputatie heeft bij Prunières, om zijn oordeel over Thijs niet ten slotte boven dat der "kliek" te kunnen laten gelden. Doch zooals de dingen zich hebben voorgedaan is en blijft het pénible voor Prunières en Thijs voelt er in 't geheel niet voor om Prunières daaraan bloot te stellen. Wat gebeurd is, is gebeurd. Hoort Prunières toevallig deze twee liederen nog eens van een Fransche zangeres in Fransche omgeving, dan kan hij zijn oordeel nog altijd rectificeeren. 't Was van mij eene onhandigheid dien middag Prunières er bij te halen, maar 't was eene kleine malice om te zien of U ons 't geval bij Dresden zou verhalen, ik zeg 't openhartig. Ik ben ontzettend gesteld op "La Veille" en óók op "Les Filles du Roi d'Espagne" waarvan ik steeds nog beweer dat niemand de schoonheid ervan inziet, de teedere melancholie vol "regret" van wat eens was. 't Is mijn lot om in dit leven alles te voelen, intuïtief te weten, maar niets uiterlijk tot stand te brengen. De muziek, die Thijs neerschrijft, is voor mij het dierbaarste dat ik heb, na hem en de kinderen. En die zie ik en heb ik lief dóór zijn muziek heen. Iedereen die Thijs' muziek goed wil vertolken, die zou ik willen omhelzen en die blijf ik innig dankbaar. Maar ik zeg goed. Zoo ben ik nu eenmaal. Die cello-sonate in A'dam, dat was een marteling die ik niet vergeet. Diezelfde sonate hier in Parijs door André Lévy en Ernst Lévy, dat was één groote machtige ontroering.

André Lévy, en zijn vrouwtje, die van de sonate houdt, die twee menschen waren vóórdat de eerste noot klonk vreemden voor me, nu zijn het beiden vrienden aan wie ik met een soort teederheid denk. Zoo is 't ook met U, toen ik U vóór 't eerst "La Veille" hoorde vertolken, en toen nog eens in de concert-zaal later. Als er dus nu met dit vervelende geval iets is dat U mag hinderen, laat bij U dan mijn dankbaarheid van overwicht zijn, en laten we trouwens van beide kanten die ongelukkige geschiedenis vergeten, die Thijs 4 jaren "vijandschap" bezorgde. Thijs had ook graag dat, mocht U Prunières spreken, U niet op die auditie bij Dresden terug kwam. Wilt U dat? Op 't oogenblik is iedereen uit de stad, Prunières net zooals Nadia Boulanger, voor 1 October is niemand er. Wat er dus nog zou geregeld kunnen worden, bij welke société dan ook, kan slechts kort voor October bij de resp. personen in herinnering gebracht worden. Toen Thijs dat indertijd eens aan Pijper schreef, heeft die er pas in een tweede brief op gereageerd en dan nog slechts voor hemzelf, ons zeggende dat U er zich niet over uitgelaten hadt, maar dat hij wèl dacht dat, als de plannen vastigheid hadden aangenomen, U "van de partij" zou zijn. Zoodoende is er van Thijs' kant vóór de vacantie niets in die richting ondernomen. Zooals Thijs U zeide hier, is door bemiddeling van M. Neuburger, de associé van Senart, madame Englebert aangezocht voor de twee liederen, haar man, uitstekend pianist, voor de begeleiding ten einde bij Senart een auditie te hebben. M. Englebert is ook altist en zal met André Lévy en M. Chaumont het Trio à Cordes hoogstwaarschijnlijk uitvoeren voor eene auditie bij Senart. Dat zou Pijper wel interesseeren, denk ik. –

Ik heb me steeds dat Oosterpark trachten te realiseeren, ik was er vroeger toch zoo dicht bij in Watergraafsmeer, maar ik weet het niet meer. Want ik fantaseer me de menschen graag in hunne omgeving. Hebt U mooi weer en zijn Uwe slanke beenen goed gebruind?! U loopt nu veel jeugdiger en elastischer dan vroeger in die deftige lange robes, daar moest men wel plechtig in doen. Nu is de mode heerlijk jong en practisch. 't Moet altijd zoo blijven, vind ik. Dag lieve Mevrouw, hartelijk gegroet met Mijnheer Mastenbroek door Thijs en Uw

Anny Vermeulen-v.H.

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut