MATTHIJS VERMEULEN

Componist, schrijver en denker

19080325 Matthijs Vermeulen aan Jacques Hartog

Matthijs Vermeulen

aan

Jacques Hartog

Amsterdam, 25 maart 1908

A'dam 25-3-08

Vereerde Meester,

Altijd herinner ik mij al het goede dat U voor mij hebt willen doen. U boodt mij geheel belangloos pianoles aan en om me finantieel voor uit te helpen, hebt U me zelfs in staat willen stellen les te geven. Het was me een waar verdriet dat ik geen van beide aan kon nemen. Bij dit gebrek aan kennis, bij dat eene zoo goed als totale onmogelijkheid, want tot nu toe was me alles zoo tegen dat het zelfs ondoenlijk zou geweest zijn er een instrument op na te houden. Ik ben zoo vrij U nu met iets lastig te vallen aangemoedigd door Uwe goedheid. Toen ik U het laatst mocht spreken, al wel zeven maand geleden, zeidt U mij, dat U me eene introductie zoudt kunnen geven bij den voorzitter van den boekhandel, geloof ik, voor vertaalwerk. Ik heb tot nu toe getracht met schrijven aan den kost te komen, doch niets is mij gelukt. Het is het 'm niet dat mijn werk slecht is, want nog geen drie weken geleden, deed Dan. de Lange nog moeite voor me bij den Redacteur van de Groene A'dammer en te vergeefs. Al de overige weigeringen te schrijven zou te veel zijn. Ik geef het dan ook op. Als mijn vriend me niet geholpen had was ik al lang verloren geweest. Maar ik zou me zelf zoo graag helpen en daarom ben ik zoo vrij U te vragen, of de mogelijkheid van een introductie voor vertaalwerk nog bestaat. De vertaling van "de Groote Gemeente", die nu in den Stadsschouwburg wordt opgevoerd is van mij. Dit kan U dus verzekeren, dat U zich niet compromitteert door mij aan te bevelen. Mag ik U niet eens komen bezoeken, en wanneer? Ik zou graag eenig antwoord van U hebben want ik zit er hard voor, zeer hard. Ik hoop nu weer veel van Uwe goedheid.

Met groote Vereering

MatthijsVanderMeulen.

Cornelis Anthoniszstr 19II

Verblijfplaats: Bijzondere Collecties UvA, hs. Hg A III