19651005 Pieter van der Meer de Walcheren aan Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Pieter van der Meer de Walcheren

aan

Matthijs Vermeulen en Thea Vermeulen-Diepenbrock

Sint Paulusabdij Oosterhout, 5 oktober 1965

+ 5 Oktober 1965

Matthijs en Thea,

beste vrienden,

Verleden Zondag heb ik de plaat gehoord van de Cello-sonate. Ik ben er van vervuld gebleven. Het heeft in mij het verlangen gewekt naar méer muziek van jou, Matthijs, te horen. Ik tracht mij rekenschap te geven van de diepe indruk die de cel-sonate op mij gemaakt heeft. Het is kerygmatische, verkondigende muziek. Profetisch (niet in de voorspellende betekenis) maar de matelooze, mysterieuze wereld in de menselijke innerlijkheid duidend in een nieuwe schoonheid van tot muziek geordende klanken en geluiden.

Die plaat heeft in mij het onvoorstelbaar gevoel gewekt, dat ik eigenlijk 70 jaar lang de echtheid, de authentieke muziek gemist heb. Ik zou je symfonieën willen hooren. De minuten welke ik heb zitten luisteren naar de Cello-sonate, ben ik op zeldzame wijze gelukkig geweest: mij werd iets zeer schoons en zéer menschelijks geopenbaard. –

Jullie begrijpt nu, met welk een innige dank ik het geschenk ontvangen heb. –

Als ik ooit nog in Laren kom, dan doe ik alle consignes geweld aan, om jullie beiden, Matthijs en Thea, te omhelzen!

jullie vriend, dankbaar,

Pieter vdMdW

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA