19580409 G. van Linden van den Heuvel aan Matthijs Vermeulen

G. van Linden van den Heuvel

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 9 april 1958

A'dam, 9 April '58

Zeer geachte heer Vermeulen,

Ik moet U toch even zeggen, hoe ik geniet van Uw boekje "De muziek, dat wonder". Het lezen ervan is één doorlopend genot voor me. Gelukkig weer eens iets van Uw hand, al is het dan nog geen compositie.

Misschien lacht U een beetje om deze waardering. Maar ik weet nog wel door mijn oudste zuster (Tilia Hill), dat een kunstenaar − hoewel misschien een uitvoerend meer dan een scheppend kunstenaar − behoefte heeft aan een zeker contact met zijn publiek. Wij waren wel eens verbaasd dat zij zo blij kon zijn met waardering van "gewone" mensen, of zich kritieken in de krant zo aantrok. Ik dacht altijd, dat een kunstenaar daar"boven"stond. Misschien is dit ook wel individueel verschillend. − In elk geval schrijf ik dit nu maar even.

Tenslotte: het is goed, dat aan het eind van Uw boekje dat hoofdstuk over de atoombom is opgenomen. Misschien maakt het door zijn profetische taal indruk op christenen en socialisten, die de politiek van atoombewapening ook nu nog durven verdedigen. Zoals een neef van me, die n.b. dominee is en weigert, de petitie tegen de raketbases te tekenen, want de Russen..... och ja, PvdA-lid en Parool-lezer!

Met vriendelijke groet en hoogachting,

Mw. G. v. Linden v.d. Heuvel