19560708 H.J. Nieman Internationale Gustav Mahler Gesellschaft aan Matthijs Vermeulen

H.J. Nieman (Internationale Gustav Mahler Gesellschaft)

aan

Matthijs Vermeulen

Wassenaar, 8 juli 1956

Wassenaar, 8 juli 1956.

Geachte Heer Vermeulen.

U verstaat de kunst iemand voor problemen te stellen, tenminste diegenen, die zich een weg in het labyrinth der muziek zoeken met hun gehele hart. Dit is overigens geen verwijt, die U naast de vele anderen zoud moeten neerleggen, doch een wellicht vreemdsoortige dankbetuiging voor de stimulerende werking die er van Uw Groene Hoek uitgaat. Voor ditmaal zou ik U wel zeer bijzonder willen danken voor Uw artikel "Het Fenomeen Klemperer",1 dat tot mijn onuitsprekelijke vreugde precies uiting gaf aan mijn gevoelens. Ik kon hieraan in mijn omgeving geen uiting geven, zonder voor een pedante kwast te worden aangezien, die het weer beter wilde weten dan alle anderen. Aan de hand hiervan en platen, benevens het volgende concert kon ik nu van leer trekken. Aardig was bovendien, dat onze president Prof. Ratz, die hier vanwege Mahlers 7de (tevergeefs in vertrouwen) was, mij al in deze richting voorlichtte. Ik heb hem Uw artikel toegezonden. Hij in het bijzonder, met zijn grote liefde voor Mahler moet enorm veel misverstand, lauwheid en stommiteit verwerken, zodat het ontroerend is te zien, hoe hij opveert bij tekenen van gelijkgezindheid ook in algemene zin.

Als leerling van Schönberg (neem ik aan) is Prof. Ratz lid van de Intern. neue Musik Gesellschaft. Als ik hem materiaal kon verschaffen, dan wilde hij voor de Weense Akademie een voordracht houden over moderne Nederlandse muziek. Ik hoop, dat hij Uw 2de Symphonie <Is dat overigens nog moderne muziek?> via Prag beluisterde en ben benieuwd erover van hem te horen. Maar nu wilde ik U vragen, of U iets op band of plaat bezit, dat zou kunnen worden overgenomen voor bovengenoemd doel.

Voor het ogenblik teken ik op de bekende wijze, maar niet als fantasieloos slot, doch werkelijk gemeend met de meeste hoogachting Uw

Herm. J. Nieman

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA

  1. Verschenen in De Groene Amsterdammer van 27 mei 1956.