19560529 G. van Linden van den Heuvel aan Matthijs Vermeulen

G. van Linden van den Heuvel

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 29 mei 1956

A'dam 29-5-56

Baarsjesweg 184 III

Geachte heer Vermeulen,

Met volle instemming las ik Uw beschouwing over Klemperer in het laatste nummer van de Groene.

Hoewel ik mij van deze Beethoven-Cyclus onder Klemperer heel veel had voorgesteld en ik ook de grootste bewondering had voor het prachtig spelende orkest, bleef de ontroering bij mij weg. Ik trachtte de oorzaak hiervan te vinden: ik veronderstelde dat het lag aan de accoustiek (de eindeloos durende reparatie-werkzaamheden) of aan het feit dat Klemperer veel tempi langzaam neemt en alles met teveel nadruk speelt (daardoor viel bijv. mijn geliefde 7e me heel erg tegen), maar toen ik de enthousiaste recensies in de kranten las, meende ik dat het wel aan mijn eigen stemming zou hebben gelegen. (kan men die ooit geheel uitschakelen? hoe doet een kriticus dat?) − Hoe verheugd was ik dus, uit Uw beschouwing te mogen opmaken dat dit toch niet het geval was!

U geeft precies mijn bezwaren weer, toegelicht met Uw rijke muziekkennis die ik niet bezit. (zo viel mij bijv. in de door U besproken passage uit de Pastorale wel iets vreemds op, echter zonder te weten waar dat aan lag.)

Ik kan niet laten U dit even te schrijven, omdat ik een bewonderaarster ben zowel van Uw muzikale als van Uw sociale ideeën.

Hoogachtend

Mw. G. v. Linden v.d. Heuvel