19531030 M.L. Deinum Gebouw voor K & W Den Haag aan Matthijs Vermeulen

M.L. Deinum (Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen Den Haag)

aan

Matthijs Vermeulen

Den Haag, 30 oktober 1953

's-Gravenhage, 30 October 1953

Geachte Heer Vermeulen,

In Uw critiek in "De Groene" over de uitvoering van Saint-Saëns' symphonie door het Residentie Orkest, komt een onjuistheid voor, welke ik gaarne wil rechtzetten. Het Gebouw beschikt wel degelijk over een pijp-orgel, dat sinds jaar en dag gebruikt is voor concerten en oratoria onder befaamde dirigenten. Aangezien U het klaarblijkelijk niet kent, moge dienen, dat het orgel beschikt over 2 klavieren met 8-voet, 16-voet, 4-voet, 2-voet, trompet, cornet en mixtuur, benevens een vrij pedaal met 16-voet, dubbele 8-voet en zwelkast.

Het bezwaar is, dat dit orgel rechts op het podium is aangebracht en dat de heer Van Otterloo van mening was, dat het forte van het 2e deel boven de capaciteit van ons instrument uitgaat. Desondanks meen ik, dat men dit eerder voor lief had moeten nemen dan het abominabele geluid van het Hammond-orgel. Velen, die ik sprak, waren van hetzelfde oordeel en Uw critiek in dit opzicht vertolkt dan ook het algemeen gevoelen, zie ook het oordeel van de redacteur van het Vaderland.

De gelegenheid U te schrijven zou ik buitendien nog voor een ander onderwerp willen aangrijpen, en dat is Uw bezwaar tegen het Gebouw als concertzaal. Uw critieken, die ik vrijwel alle lees, geven mij immer – al kan ik soms met U van mening verschillen – de overtuiging van Uw grote deskundigheid. Ook de tekortkomingen van de zaal zou ik niet willen ontkennen, al vind ik Uw oordeel dikwijls onnodig hard.

Nu is de accoustische wetenschap tegenwoordig zover gevorderd, dat met middelen van bouwkundige of andere aard soms zeer goede resultaten zijn te bereiken, mits de accousticus zo nauwkeurig mogelijk weet, welke fouten bestreden moeten worden. En het is gelukkig nog altijd zo, dat het menselijk oor, ondanks alle kostbare en ingenieuze meetapparatuur, het gevoeligste middel is tot opsporing van deze fouten.

Bij mij rees daarom de vraag, of U Uw deskundigheid niet in dienst zoudt willen stellen van een positiever doel dan critiek alleen. Met andere woorden: zoudt U bereid zijn op grond van Uw ervaringen aan te geven, welke te-kortkomingen het Gebouw als concertzaal heeft. Mij interesseert dit in hoge mate.

U bij voorbaat dankend voor Uw bereidwilligheid verblijf ik

Hoogachtend,

N.V. Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.

M.L. Deinum