19530721 Matthijs Vermeulen aan J.J. van der Linden

Matthijs Vermeulen

aan

J.J. van der Linden

Amsterdam, 21 juli 1953

Amsterdam

Dinsdag

21 Juli 1953

Jan,

De lieve Thea en ik waren gelijkelijk aangedaan terwijl ik je brief openmaakte en zijn inhoud voor ons onthulde. Een mooi en goed moment, duurzaam, van gevoelen dat men elkaar niet wil laten merken, omdat het onverwacht is, te heftig, omdat men de kluts kwijt zou raken, tot aan tranen toe, als men erover sprak. Zeldzaam moment, een magiër waardig. Teruggekomen tot bezinning heb ik mij natuurlijk afgevraagd uit welke gemoedsbeweging bij jou die samaritaanse impuls van helper ontsproten is. Uit welke intuïtie? Uit welke seconde, bewust of occult, van medebegrip?

Misschien kom ik daaromtrent aan 't einde van dit jaar bij je terug. Voor zolang heb je me hoop gegeven, moed genoeg en uitzicht.

Mijn dank voor de verwondering en dat vertrouwen, dat ik kreeg als een teken toen het nodig was, en jij alleen wist hoe. Van ganser harte,

Matthijs.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA