19530216 Matthijs Vermeulen aan Ministerie van Binnenlandse Zaken-concept

Matthijs Vermeulen (M.C.F. van der Meulen)

aan

Ministerie van Binnenlandse Zaken

Amsterdam, 16 februari 1953

16-2

Hoogedel Gestr Heer

In antwoord op Uw schrijven van 10 Febr. moet ik U tot mijn leedwezen berichten dat het mij ook nu nog onmogelijk is voorlopig de verbintenissen na te komen welke ik, U schrijvende dato 22 April 1952, meende te kunnen aangaan.

Ik veronderstelde toen dat de periode van achterstallige belastingen ten einde zou zijn. Dit is niet gebeurd. Wederom dit jaar ontving ik een supplementaire aanslag van duizend gulden.

Mijn vrouw (Thea Diepenbrock aan de Nieuwe R'damse Courant) en ik (Matthijs Vermeulen aan de Groene Amsterdammer) zijn gezamelijk niet voldoende gesalarieerd om na aftrek van de belastingen te kunnen voorzien in onze nochtans eenvoudige levensbenodigdheden.

Ik bevind mij daarom genoodzaakt U wederom een opschorting te verzoeken.

Ondertussen is er in deze kwestie een andere regeling denkbaar die ik zo vrij ben aan Uw oordeel te onderwerpen. De vordering welke de Ned. Staat op mij heeft, zou in overleg met Uw geëerde collega van O. K. en W., en middels diens toestemming, omgezet kunnen worden in een opdracht tot het schrijven van een werk, waarvan de arbeidsduur ten naaste bij gelijkwaardig zal zijn aan het verschuldigde bedrag.

Ik kwam tot dit voorstel na mij vergewist te hebben dat ik de enige Hollandse componist ben die tot dusverre geen opdracht ontving van de Nederlandse Regering.

Hopend op Uw welwillendheid, en met de meeste Hoogachting.

concept