19471122 Nico Frijda aan Matthijs Vermeulen

Nico Frijda

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 22 november 1947

Amsterdam, 22 November 1947

Amstel 77

Zeer geachte Heer Vermeulen,

In Uw artikeltje "de radiërende vonk", spreekt U over de een of andere geheimzinnige werking, uitgeoefend door een onbekend medium, die de muziek uitoefent. En U gelooft dit te mogen aannemen vanwege de werking, die de muziek uit kan oefenen, tegenover de door James Jeans geconstateerde gelijkheid der geluidsgolven.

U laat hierin wel duidelijk zien hoe halve wetenschappelijke kennis brengen kan tot de meest oncontroleerbare veronderstellingen. Want wie zal ooit beweren dat het verschil in indruk tussen mechanische weergave (het gewicht dat op de toets valt) en spel van een virtuoos ligt in de enkele aangeslagen toetsen. Kunt U ze onderscheiden? Ik betwijfel het, en wanneer het zo is, lijkt het me zeer waarschijnlijk dat ook de trillingscurven verschillen. Neemt U het experiment eens!

Waarom zou de enige bestaande wetenschap, die hierin uitsluitsel zou kunnen geven, de natuurkunde moeten zijn? Wanneer U enigzins op de hoogte was met de moderne psychologie met name met die richting die zich de Gestaltpsychologie noemt, zou ook U geen radiërende vonken nodig hebben.

De Gestaltpsychologie namelijk (Köhler, Wertheimer, Werner) wijzen erop, dat de waarneming van een melodie met de enkele constituerende tonen maar in zeer betrekkelijk verband staat. Dat de indruk tot stand komt door die tonen in hun tijdelijk verband, en dat de a, aangeslagen tussen de lage en de hoge e (ik zeg maar iets, veel verstand van muziek heb ik niet, en van tertsen en zo helemaal niet) een andere klank is dan wanneer hij het begin is van bijvoorbeeld de reeks a-c'-e', hoezeer de trillingscurve, de fysische eigenschap dus, dezelfde mag zijn.

Dit uitbreidend, kunt U zich voorstellen hoe kleine intensiteits-of duurverschillen der enkele aangeslagen tonen, of de verschillen in opklimming van sterkte, hoewel er steeds overeenkomende fysische eigenschappen zijn (niet alle) de waarneming een ander geheel is. Doordat de structuureigenschappen verschillen, die in hoge mate van de aard der elementen onafhankelijk zijn. Zie ook het transponeren van een melodie, een voorbeeld dat de Gestaltpsychologie ook telkens weer gebruikt.

Ik kan U het boek van Wolfgang Köhler aanraden: Gestaltpsychology, uitgave Liveright, 1947, het is op 't ogenblik in Amsterdam te krijgen. Dit spreekt weliswaar voornamelijk over de optische waarneming, maar de overeenkomst van de acoustische wordt herhaaldelijk aangeduid.

Hopend U niet te hebben beledigd met het uiten van twijfel aan Uw wetenschappelijke kennis,

teken ik met het uitspreken van de meeste hoogachting,

Uw

Nico Frijda

P.S. Vergeeft U mij de beknoptheid van bovenstaande uiteenzetting van de fundamentele gezichtspunten; de nieuwere psychologie zou U wellicht vervelen. Bovendien zegt Köhler het beter.

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA