19370318 Wouter Paap aan Matthijs Vermeulen

Wouter Paap

aan

Matthijs Vermeulen

Utrecht, 18 maart 1937

18 Maart '37

Utrecht. Heerenstraat 21.bis

Geachte Heer Vermeulen

Er is langer tijd overheen gegaan eer ik U antwoordde, dan ik mij had voorgenomen, doch allerlei bezigheden hielden mij van schrijven af. Er is nòg een reden, waarom ik wat uitstelde, want ik vond het prettig, wanneer ik U tevens kon mededeelen, dat een dirigent hier een van Uw werken wil uitvoeren. Mijn artikel in de N.E. is niet zonder uitwerking gebleven: de heer Eduard Flipse, dirigent van het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest, schreef mij dadelijk toen hij van zijn concertreizen (Budapest, Warschau) terugkwam, dat hij gaarne een symfonie van U wil uitvoeren! Ik heb hem er reeds persoonlijk over gesproken. Hij is een groot bewonderaar van Uw geschriften en had indertijd, toen hij bij Evert Cornelis werkte, veel van hem over U gehoord. Flipse heeft de laatste jaren ontzaglijk veel voor de moderne – vooral voor de Hollandsche – muziek gedaan en hij besteedt aan zijn uitvoeringen groote zorg. Ik heb juist verleden week een interview met hem gehad, dat ik U zal toesturen. Dan weet U iets van zijn arbeid. Ook zend ik U, zoo spoedig het gedrukt is, een overzicht van zijn "répertoire", waaruit U zult ervaren dat de nieuwe muziek hem zéér ter harte gaat. Hij komt in Mei in Parijs voor allerlei dingen en zou het erg prettig vinden, U bij die gelegenheid te ontmoeten. Dan kunt U met hem overleggen, welk werk gespeeld zal worden. Ik heb hem Uw adres gegeven; zijn adres is: Bergschelaan 246, Rotterdam. Ik hoop, dat deze ontmoeting tot stand zal komen. Flipse is een zéér geestdriftig musicus, die met zijn orkest onder de meest ongunstige omstandigheden werkt (minimale subsidie etc), iemand van zeer gezonde muzikaliteit en een verbazend hard werker. Ik hoop van harte, dat U hem een van Uw partituren wilt toevertrouwen. Deze is bij hem in goede handen. Ik heb verscheidene voortreffelijke uitvoeringen onder zijn leiding te Rotterdam gehoord.

Ik ben U zeer dankbaar voor Uw uitvoerig schrijven. Het deed mij groot genoegen, dat mijn Bruckner-boek U heeft kunnen boeien. De kwestie van Bruckner en de Barok is in de critiek (die over het geheel zeer oppervlakkig is) ook nogal besproken en soms betwijfeld. Ik heb in den zomer 1935 een maand lang in St. Florian gezeten, heb mij grondig ingeleefd in de sfeer welke daar heerscht; ik heb alle plaatsen ongeveer waar Bruckner heeft gewoond, bereisd en ben tot de stellige overtuiging gekomen, dat deze Barok-sfeer een fundamenteele invloed op hem heeft uitgeoefend. Misschien heb ik dit verband wat al te uitvoerig aangetoond en andere elementen daardoor wat verwaarloosd, doch dit kan ik pas beoordeelen, wanneer ik de noodige distantie t.o.v. van dit werk bepalen kan, dus over eenige jaren denk ik. De Bruckner-annexatie door de Nazi's hangt natuurlijk samen met hun Blut und Boden-theorie. Ik hecht aan de Bruckner-"cultuur" in het hedendaagsche Duitschland niet de minste waarde en ben geneigd te gelooven, dat zij deze muziek gebruiken om hun eigen leegte te verbergen. Ik vind trouwens het geheele geestesleven van het hedendaagsche Duitschland – in zooverre men dit woord in dit verband gebruiken kan – even dor als widerlich. Ik heb eens in München (het was geloof ik in '34) een "Riesenkundgebung" bijgewoond, waar Goering sprak, en ik heb van dit schouwspel soms nòg nachtmerries. Het "cultuurwerk" van de Hakenkruisers steunt m.i. voornamelijk op de gevoelens van de straat. Zou ik mij daar zóó in vergissen? U schreef, in menig opzicht sympathie voor deze Hakenkruisers te gevoelen en ik ben eigenlijk zeer benieuwd, waarop U deze sympathie baseert. Ik ben in politieke zaken weinig onderlegd en het kan dus zeer goed zijn, dat ik de betere hoedanigheden over het hoofd zie.

Het spijt mij, wanneer ik in mijn artikel enkele dingen heb aangeraakt, welke U zelf liever onaangeroerd had gezien. Maar ik kon het niet langer verkroppen, dat U in Holland dreigde vergeten te worden. Er is hier sinds 1920 zoo veel veranderd en ik hoop zoo, dat U dit ook zult ondervinden. Ik ben zeer verlangend, van U te vernemen of U op het voorstel van den heer Flipse in principe wilt ingaan.

Met vriendelijke groeten, ook aan Uw vrouw,

hoogachtend

Uw dv

Wouter Paap

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA